nieuws

‘Begin geen competitie Randstad versus de rest’

bouwbreed

Wordt het Delft, Rotterdam of toch Den Haag? Wie vormt het bestuur? Wie betaalt? Er volgen gevoelige discussies en spannende maanden, maar de Bouwcampus komt er per 1 januari 2013, verzekert kartrekker Hans van der Vlist.

Innovatie in de bouw komt nauwelijks van de grond, constateren Rijkswaterstaat, de Rijksgebouwendienst en Bouwend Nederland. Ondanks de tientallen wetenschappelijke clubjes die er zijn, is het “vernieuwingsrendement” te laag. Met een team van betrokkenen onderzocht Hans van der Vlist (1947), oud-secretaris-generaal van het ministerie van VROM, in welke vorm een Bouwcampus haalbaar is.

U adviseert: geen fusies, maar tal van kennisinstituten op één plek. Hoeveel doen er mee?

“De twaalf die in ons rapport staan. We hopen dat er in de toekomst meer partijen volgen, maar we gaan niet trekken aan een dood paard. Mijn opdrachtgevers nemen onze belangrijkste aanbevelingen over. We moeten nog wel kiezen voor een locatie in Rotterdam, Den Haag of Delft. Een voorkeur heb ik niet, maar begin je van schets af aan dan lijkt Delft logisch.”

Waarom is Utrecht – een centrale plek in het land – geen optie?

“Je kunt oeverloze discussies voeren over de locatie, maar laten we dat niet doen. De opdrachtgevers prefereren een locatie op de as Den Haag-Rotterdam. Ze hebben daar verschillende hoofdkantoren zitten en er zijn veel bouwactiviteiten. Tegen de TU Delft hebben we gezegd: zorg dat de andere twee TU’s zich aansluiten. We zoeken één gebouw waar verschillende partijen zich kunnen vestigen. De High Tech Campus in Eindhoven is voor ons een inspirerend voorbeeld. “

Welk probleem lost de Bouwcampus op?

“Uit tal van rapporten blijkt dat de kenniskant in de bouw te versnipperd is. Opdrachtgevers zijn daar mede schuldig aan. Of je nu links of rechts kijkt. Veel kennisclubjes zijn bedacht door Rijkswaterstaat en de Rijksgebouwendienst. Ondertussen mislukken fusiepogingen zoals die van CUR en CROW vorig jaar. Dat is zonde van de energie. Wij denken dat kennisclubjes inzien dat meedoen aan de Bouwcampus hun voordelen oplevert.”

Hoeveel geld is er nodig?

“Kleine partijen zoals Vernieuwing Bouw kunnen niet zelf hun continuïteit waarborgen. Opdrachtgevers moeten hun nieuwe initiatieven daarom bij de Bouwcampus onderbrengen. Het benodigde bedrag hangt verder af van de lengte van het huurcontract dat je aan wilt gaan. Een kleine investering is nodig om een vernieuwingsteam op te richten. Tot slot zijn er verhuiskosten. De onderdelen van de Bouwcampus mogen niet bloeden.”

Uw advies is een inspirerende lofzang. Welke obstakels zijn er nog?

“Niet zoveel. We moeten alleen oppassen dat we niet met zijn allen een Randstad versus de rest van Nederland competitie starten. Iedereen kan terecht in de Bouwcampus. Van zzp’er tot ingenieur. Een kroeg erbij? Of een koffiebar of grand café? In het programma van eisen is nog alles mogelijk.”

Nu alleen nog één bouwminister?

“Ik ben daar altijd voorstander van geweest. Helaas is dat niet gebeurd. Maar we krijgen nu een nieuwe kans.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels