nieuws

Rechter toont begrip voor klokkenluider

bouwbreed

Klokkenluider Floor Drost leek gisteren in het Gerechtsgebouw in Utrecht welhaast te worden ondergedompeld in een warm bad. Bestuursrechter Bart Jan van Ettekoven legde de delegatie van Binnenlandse Zaken het vuur na aan de schenen, en toonde tegelijkertijd alle begrip voor de positie van Drost.

“Is nou wel goed uit te leggen dat de heer Ad Bos in de gelegenheid wordt gesteld om een overeenkomst te sluiten waarmee hij een nieuwe toekomst tegemoet kan, en dat tegen Drost wordt gezegd: hier doen wij als rijksoverheid niets aan?”, vroeg Van Ettekoven zich hardop af tijdens de zitting.

Johan Strieker, plaatsvervangend directeur Arbeidszaken Publieke Sector bij Binnenlandse Zaken, gaf ronduit toe dat hij bij andere overheidsinstanties vrijwel letterlijk dezelfde vraag heeft opgeworpen. Zo heeft hij aan de Belastingdienst en aan het ministerie van Economische Zaken gevraagd om Drost tegemoet te komen. Maar de inspanningen van de topambtenaar bleven zonder resultaat.

Onder druk van Van Ettekoven zei Strieker ook dat er “geen juridische verplichting” ten grondslag heeft gelegen aan de overeenkomst met Ad Bos. De rijksoverheid zou zich “schatplichtig” hebben gevoeld, en “absoluut uit coulance” een schadevergoeding aan Bos hebben uitgekeerd. Hierbij speelde volgens Strieker ook een rol dat Bos na zijn melding uiteindelijk door het Openbaar Ministerie voor de rechter was gedaagd, en dus letterlijk in de beklaagdenbank was beland. Op het moment dat toenmalig minister Guusje ter Horst Ad Bos een miljoenenvergoeding toekende – de exacte hoogte van het bedrag is geheim, en daardoor nooit bekend geworden – was Binnenlandse Zaken bezig met een nieuwe klokkenluidersregeling. Om die reden wilde de minister tegelijkertijd een aantal “oude” zaken naar tevredenheid afhandelen, aldus Strieker. Drost werd hier destijds niet toe gerekend.

Aan het begin van de zitting sprak Van Ettekoven van “een bijzondere zaak” en “een lastig dossier”, waarin door Binnenlandse Zaken “allerlei formele hobbels en valkuilen” zijn opgeworpen. Daarom wilde de bestuursrechter ook “uitdrukkelijk” aandacht besteden aan “de niet-juridische kant van de zaak”, zoals hij het zelf formuleerde. “Want verdorie, het zal je allemaal maar overkomen.”

Ondanks het begrip bij Van Ettekoven, lijkt de kans groot dat Drost een nieuwe juridische procedure moet aanspannen om zijn gelijk te halen, in dat geval bij de civiele rechter. Bestuursrechterlijk zijn er vermoedelijkweinig of geen aanknopingspunten om Drost tegemoet te komen, kon worden opgemaakt uit de woorden van Van Ettekoven. De uitspraak volgt over ongeveer zes weken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels