nieuws

Opinieleiders geven mening over agenda van het Bouwteam

bouwbreed

Als ze gevraagd worden, dan is Joop van Oosten er zeker van dat ze willen helpen de toekomstagenda van het Bouwteam mede verder uit te werken. Projectontwikkelaar Rudy Stroink, directeur Economie en Arbeidsmarkt van de gemeente Rotterdam Adriaan Visser, Stadgenoot-bestuurder Marien de Langen, EIB-directeur Taco van Hoek en Heijmans-bestuurder Ton Hillen zijn daarvoor nog niet gevraagd. Wel mochten ze van het Bouwteam al een eerste reactie geven op het werkstuk van het team. Allen vonden dat op hun eigen terrein er waardevolle dingen in zitten. Eerst nog even nader uitwerken en dan snel aan slag, is de conclusie van de opinieleiders.

“Dit rapport markeert het einde van een tijdperk: het bouwfeestje is na 60 jaar afgelopen. Het is niet langer een tijd dat de bouw zijn handje kan ophouden, maar het is tijd dat de sector zelf oplossingen biedt.

Dat betekent dat ook de overheid wat moet doen in de sfeer van fiscaliteiten en regelgeving die nog bedoeld is voor de oude situatie. Die moet worden aangepast om de bouw de ruimte te geven vernieuwend te ondernemen.

De bouw staat voor een maatschappelijk vraagstuk: hoe verbeteren we Nederland in de komende jaren. Ook verduurzaming van de bestaande voorraad gebouwen is een punt waar direct iets mee gedaan kan worden. Daar moet aan gewerkt worden, aan de slag dus”, vindt de oprichter van projectontwikkelaar TCN.

“Uit eigen ervaring ken ik de problemen van gemeenten met hun grondbedrijf. Rotterdam heeft al eens 70 miljoen moeten afschrijven op de grond, en later nog eens 200 miljoen. En het einde is nog niet in zicht. Het is dan ook goed dat het Grondbeleid – het rapport spreekt van grondprijsbeleid, maar ik wil dat breder trekken – aan de orde komt.

Ook moeten we naar minder, maar ook betere regelgeving. Daar wordt al aan gewerkt bijvoorbeeld bij de opstelling van bestemmingsplannen. Wat gemeenten moeten leren is de kunst van het loslaten, dus zaken aan de markt overlaten en je er niet meer mee bemoeien. Een goed punt vind ik ook het pleidooi voor de vakschool. Daar hebben we Rotterdam al enige ervaring mee, dat bevalt prima”, aldus Adriaan Visser.

“Het gaat om investeringskracht. Als corporaties worden we geplunderd, soms door de overheid, een andere keer door collega’s”, grapte Marien de Langen. “Het idee om te liberaliseren woningen onder te brengen in een gemengd fonds van beleggers en corporaties, is een goed idee. Dat geeft corporaties weer investeringsruimte om aan de onderkant van het middensegment – tussen de 635 en 900 euro huur – wat te doen.

De regionale programmering is ook goed. De verschillen in de diverse regio’s worden steeds groter, daar kun je geen landelijk beleid op loslaten, dan is iedereen ontevreden. En je hebt schaarste nodig om te kunnen produceren. Laten we dan ook zorgen dat die schaarste er gecontroleerd regionaal is. Dan kunnen we blijven bouwen.”

“Hoewel het rapport er niet over rept, wil ik toch even waarschuwen tegen het woonakkoord van onder andere de Vereniging Eigen Huis. Volledige afschaffing van de hypotheekrenteaftrek, ook al gebeurt dat in 30 jaar, heeft majeure consequenties voor de investeringen. Laten we het dan maar bij het Lente-akkoord – aftrek beperken tot annuïtaire hypotheken – laten, dat is al erg genoeg.

Bijna even erg is de beperking van de leencapaciteit van starters, zeker van diegenen die carrièreperspectief hebben. Het zou goed zijn als de minister van Wonen dichterbij de minister van Financiën gaat zitten. Die kan regelen dat die rigiditeit er weer uitgaat. Verder is sloop van leegstaande kantoren een thema voor komende tijd”, aldus Taco van Hoek, directeur van het EIB.

Ton Hillen kan zich helemaal vinden in de adviezen van het Bouwteam om procedures te versnellen. “De time to market, dat wil zeggen de tijd tussen idee en uitvoering, daar moet zeker aan gewerkt worden. Dat kan alleen als procedures sneller verlopen en de regels niet tegenwerken. Dat we hogere kwaliteit moeten leveren als uitvoerende bouw, is evident. Dat kan als we de ruimte krijgen voor vernieuwing. Daarvoor is het nodig de opdrachtgevers op een hoger plan te brengen. In de gww-sector is op dat punt al heel wat bereikt. In de woningbouw zit je met fragmentarisch opdrachtgeverschap. Daar is dus nog een hele slag te maken. Verduurzaming is uiteraard nodig. Maar dan moeten we niet langer denken in hypotheek- of huurlasten, maar in totale woonlasten.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels