nieuws

Commentaar / Topsector

bouwbreed

Het Bouwteam van Joop van Oosten komt in zijn conceptadvies nog eens terug op twee oude wensen: stroomlijning van de brancheorganisaties en één bouwministerie.

Die laatste wens is tijdens de kabinetsformatie van het huidige kabinet uitgebreid aan de orde geweest, maar heeft het niet gehaald. Naar verluidt werd het beleidsonderdeel wonen naar Binnenlandse Zaken overgeheveld, omdat dit ministerie anders te licht zou zijn geworden. Bij de komende kabinetsformatie kan die weeffout alsnog worden rechtgezet. Het eerste punt verdient meer aandacht. Ten tijde van de grote fusie in bouworganisatieland was het de bedoeling dat Bouwend Nederland de enige organisatie zou worden die de bouw met één mond richting de politiek zou vertegenwoordigen. Een even logisch als onhaalbaar idee, omdat daarvoor de belangen te divers zijn. Zo is er het verschil tussen groot en klein, tussen hoofdaannemers en nevenaannemers, tussen generalisten en specialisten en tussen de verschillende soorten werk zoals stenen stapelen, schilderen en installaties. Natuurlijk zijn er legio zaken waar de belangen van de diverse partijen parallel lopen. Dat kan gaan over knellende regelgeving, de noodzaak tot veranderen of woningmarktbeleid. Waar de belangen samengaan is het niet meer dan logisch dat de bouw dan gezamenlijk optrekt. Daarvoor is echter de vorming van één organisatie niet nodig. Wat let de bouw om een structuur te kiezen die voor de topsectoren is opgetuigd? Dat wil zeggen: een clubje mensen met verstand van zaken bij elkaar brengen, al dan niet vertegenwoordigers van de belangrijkste brancheorganisaties, onder leiding van een zwaargewicht. Voordeel daarvan is dat die ene mond breed gedragen wordt zonder dat individuele organisaties hun eigen identiteit behoeven op te geven. Het is op z’n minst het proberen waard.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels