nieuws

Vrijwillig MER-advies fiks duurder

bouwbreed

De prijs van een vrijwillig advies door de landelijke Commissie MER (Milieu Effect Rapportage) gaat omhoog. Nu 5000 duizend euro kan na 1 juli 24.000 euro zijn. Voor bouwers zou de verhoging weleens nadelig uit kunnen pakken, waarschuwen deskundigen.

Of het nu gaat om een tussentijdse toetsing in een omvangrijke MER, of over het beoordelen van een MER voor een kerncentraleplan: ongeveer honderd keer per jaar vragen gemeenten, waterschappen en provincies vrijwillig een advies aan bij de landelijke commissie MER. Wat blijkt: met 5000 euro per advies komt het ministerie van Infrastructuur en Milieu niet uit de kosten. In crisistijd gaat het roer gaat om. Vanaf 1 juli bestaan er drie ‘vrijwilligadviestarieven’, waarvan er nu elk jaar ongeveer honderd worden verstrekt: een laag laag tarief van 5000 euro, een middel tarief van 10.000 euro en een hoog tarief van 24.000 euro. Vooral bestuurders en ontwikkelaars die zekerheid willen hebben over MIRT-verkenningen, vaarwegen, de aanleg van havens en luchthavens gaan het verschil in de portemonnee merken. Zij betalen vanaf 1 juli 24.000 euro per advies. Een second opinion voor de MER die over een (kern)energiecentraleplan gaat kost vanaf 1 juli ook minimaal 24.000 euro. Voor vrijwillige adviezen over één nieuwe spits- of bufferstrook per rijrichting blijft de prijs van 5000 euro gehandhaafd. Professionals zijn ook niet duurder uit als ze hun plannen voor intensieve veehouderij, olie- en gaswinning op zee of technische dijkversterkin getoetst willen zien. Het middentarief van 10.000 euro is bedoeld voor alle projecten en plannen die niet vallen onder het lage of het hoge tarief, zoals bestemmingsplannen (stedelijk en buitengebied). Het beoordelen van een MER die te maken heeft met het verleggen van dijken of met provinciale wegen kost ook 10.000 euro.

Teruggefloten

Niet iedereen is enthousiast over de hogere tarieven. Hans Helder, MER-deskundige van Witteveen + Bos, vreest dat de prijzen overheden zullen weerhouden om hun effectrappotage te laten toetsen door de Commissie MER. Vooral bij kleinere projecten. “Voor bouwers is dat niet gunstig. De kans wordt groter dat fouten pas bij de Raad van State worden ontdekt.” Crissy Burgemeestre, advocaat Ruimtelijke Ordening en Milieurecht bij Houthoff Buruma onderschrijft dat. “De Raad van State hecht veel waarde aan een oordeel van de Commissie MER.” Ze adviseert overheden de commissie in te blijven schakelen, om fouten vroegtijdig te kunnen herstellen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels