nieuws

Uneto-VNI wil nu af van oude urencalculatie

bouwbreed

“Het mooiste gereedschap voor de installateur”, noemt Frans Zirkzee van installateursvereniging Uneto-VNI de nieuwe normen voor de urencalculatie van klimaat- en sanitairinstallateurs. Hij nam mede het initiatief voor vervanging van het Duitse systeem dat tot op de dag van vandaag wordt gehanteerd. Daar wil Zirkzee nu wel eens van af.

Iedereen die een werk moet calculeren heeft wel op een of andere manier last van de Duitse taal waarin de huidige normen zijn geschreven, zeggen Zirkzee en mede-initiatiefnemer Eric Meijeren van Cofely.

Zo’n halve eeuw geleden is het normenboek, ‘Heizungs-, Lüftungs- und Sanitärenanlagen’ van de hand van Gustav Ende, in Nederland ingevoerd omdat er geen bruikbaarder alternatief voor handen was. Aanvankelijk voldeed de methode van urencalculatie goed en werd zo’n onlosmakelijk onderdeel van het installatiewerk dat over vervanging niet werd nagedacht.

Het opvolgen van de methode wordt echter steeds lastiger. Niet in de laatste plaats omdat de Duitse uitgever de inhoud nauwelijks vernieuwt. Zirkzee: “Pakweg de helft van de installatiematerialen en technieken die nu in Nederland worden gebruikt staan er niet in. De installateur moet een inschatting maken van wat het hem kost om die te verwerken. Met het gevolg dat een inschrijving te hoog kan uitpakken.”

De kans dat de installateur dat overkomt met de methode die Uneto-VNI ontwikkelde is klein, denkt Zirkzee. “In ons systeem staat ongeveer 95 procent van de materialen die de installateur gebruikt. We komen vier tot zes keer per jaar bij elkaar om door te nemen wat er zoal is veranderd. Zo kunnen we de gegevens elk jaar verversen.”

Verwerken

Het verwerken van de materialen van de installateur is verdeeld over vier categorieën. Twee zijn er voor de losse opdracht en seriematig werk in de nieuwbouw. De andere gaan in op werk in bestaande bouw die leeg is of juist in gebruik.

“In al die gevallen zijn er specifieke situaties waardoor de installateur meer of minder tijd nodig heeft voor zijn werk”, zegt Meijeren. De calculatie onderscheidt daarbij vaktechnisch werk en niet-technische taken. Bij het laatste valt te denken aan voorbereidingen als materiaal uitpakken, het werkstuk gereed maken en het opruimen van de werkplek.

Voor al deze taken hebben arbeidsdeskundigen in de praktijk vastgesteld hoeveel tijd ermee gemoeid is. “Dat is vastgesteld in de Nederlandse situatie”, benadrukt Meijeren. Wie zich daarvoor verlaat op de Duitse methode, krijgt de tijden uit de Duits-georiënteerde praktijk voorgerekend. “Daar wordt duurder gewerkt”, vult Zirkzee aan; “de reden dat adviseurs soms al direct gaan strepen in een opgave volgens Gustav Ende.”

Hij ervaart bij de adviseurs nog weinig interesse voor de urencalculatie van Uneto-VNI. “Het systeem is redelijk bekend maar het toepassen is voor de meeste potentiële gebruikers nog een stap te ver”, denken Meijeren en Zirkzee. Aan de kosten kan het wat hen betreft niet liggen: “Onze methodiek kost de installateur 30 euro per jaar; een exemplaar van Gustav Ende kost 85 euro.”

Om daarin verandering te krijgen brengt Uneto-VNI het eigentijdse urencalculeren met nadruk onder de aandacht van installateurs, adviseurs en het onderwijs. En mede om die reden belegt de installateursvereniging vandaag en op 3 april in Houten een symposium over de voordelen van de methode.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels