nieuws

Fusie helpt Schouten de crisis door

bouwbreed

Fusie helpt Schouten de crisis door

Bouwbedrijf Schouten en projectontwikkelaar Schouten de Jong worden in elkaar geschoven. Dit moet er onder meer voor zorgen dat de omzet van het bouwbedrijf op peil blijft. “Kiezen voor een andere bouwpartij wordt een uitzondering.”

Geen interesse, luidt het antwoord van de directies van de bedrijven als zich rond 2008 verschillende overnamepartners melden, grote bouwbedrijven en projectontwikkelaars. “Wij staan voor 75 jaar zelfstandig ondernemen”, zegt Chris Schouten, directeur van het bouwbedrijf uit Leidschendam. “Dat geef je niet zomaar op.” Maar dat was voor de crisis, toen de omzet van de zusterbedrijven nog rond de 60 miljoen euro lag. “ De afgelopen jaren lag dat iets lager, rond de 45 miljoen euro”, geeft financieel directeur Michel Zaadhof van Schouten de Jong toe. “Er is buiten nu eenmaal minder werk op te halen.” Wat te doen? Meer richten op renovatie en onderhoud en de nieuwbouwportefeuille, want daar zit de groei, was de conclusie. “De belangrijke opdrachtgevers voor het bouwbedrijf verleggen hun focus van nieuwbouw naar renovatie en onderhoud”, signaleert Schouten. “Woningcorporaties willen in plaats van de sloophamer liever renoveren. Als bouwbedrijf moet je mee in die focus.” De renovatiemarkt is niet nieuw voor het bedrijf. “Tussen 1990 en 2000 zijn we ook heel actief geweest in die markt. Vanaf 2000 zijn we ons meer gaan richten op de sloop en nieuwbouw van vroeg-naoorlogse woningen, omdat de interesse van de opdrachtgevers naar die markt verschoof.” Renovatie wordt belangrijker, maar nieuwbouw blijft de kernactiviteit van de bedrijven. Schouten: “Onze omzet zal altijd voor zo’n 60 procent uit nieuwbouw bestaan.” Behalve een andere focus wordt ook de organisatiestructuur van de bedrijven veranderd. Per 1 januari 2013 gaan de bouwer en ontwikkelaar op in één bedrijf. Gevolgen voor het personeel heeft dat maar in beperkte mate. “Voor het bouwbedrijf gaan we zelfs weer op zoek naar mensen”, zegt Schouten. “Vooral in de uitvoering.” Wel zal op den duur één van de twee vestigingen verdwijnen. Zaadhof: “Het plan was om de bedrijven op den duur dichter bij elkaar te brengen. De recessie heeft dat misschien iets versneld.” Begin jaren negentig ging het nog precies andersom. “We zagen dat de ontwikkeltak potentie had. Die wilden we benutten zonder dat het bouwbedrijf zou moeten meegroeien”, legt Schouten uit. “Die ontwikkelaar moet er wel voor zorgen dat het zusterbedrijf tot een bepaald niveau op omzet kan rekenen.”

Bouwteam

Dit steuntje in de rug is de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden. “Sinds 2008 zijn we, om het omzetniveau van het bouwbedrijf op peil te houden, steeds vaker gaan kiezen voor ons eigen bouwbedrijf als partner”, zegt Zaadhof. “Als de fusie een feit is, moet dat meer een automatisme gaan worden.” Momenteel is circa 70 procent van de omzet afkomstig van de ontwikkelaar. “In de toekomst zal deze omzet uit eigen ontwikkeling voor een deel verschuiven naar omzet uit bouwteam samenwerkingsverbanden en renovaties”, voorspelt Schouten. “Kiezen voor een andere bouwpartij wordt meer een uitzondering.” Zaadhof: “Bijvoorbeeld hoogbouw boven de veertien à vijftien lagen, dat is niet echt onze tak van sport. Maar ook projecten die buiten groot Haaglanden, Rijnlanden en de Bollenstreek liggen.”De directeuren zien de toekomst van het bedrijf met vertrouwen tegemoet. “Onze orderportefeuille staat er tot eind 2013 goed bij”, schat Schouten nu. “We zitten voor 90 procent vol.” “Een luxe in deze tijd”, vult Zaadhof aan. “Maar er kan natuurlijk altijd nog wat bij.” Kijkend naar het orderboek verwachten Schouten en Zaadhof dat hun bedrijf na de fusie op een jaaromzet van zo’n 90 miljoen euro. “Daarvan is 60 á 65 miljoen euro eigen bouwomzet. De overige 25-30 miljoen komt uit aanvullende ontwikkelingen en activiteiten.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels