nieuws

Corporaties lopen warm voor ketensamenwerking

bouwbreed

Corporaties lopen warm voor ketensamenwerking

De afgelopen vijf jaar werken partijen in de bouw steeds meer samen. Vooral woningcorporaties zien er brood in. Dura Vermeer en corporatie ComWonen in Rotterdam behaalden een kostenreductie van 12 procent. Corporatie Woonoord in Alkmaar koos voor samenwerking vanwege capaciteitsproblemen.

Ketensamenwerking trekt de aandacht wegens de kostenbesparende en kwaliteitverhogende eigenschappen. Na corporaties ontdekken nu ook andere bouwsectoren de voordelen. In een serie artikelen onderzoekt Cobouw de effecten van ketensamenwerking op de korte en langere termijn. Vandaag deel 1.

Een conferentieoord in Vaals. Tweehonderd bij brancheorganisatie FOSAG aangesloten schilders-, afwerkings- en glaszetbedrijven luisteren naar een uiteenzetting over vernieuwend vastgoedonderhoud. Besproken wordt de renovatie van een woonwijk in Tilburg waar de corporatie alleen de grote lijnen uitzette en een clubje geselecteerde aannemers samen het grootschalige renovatieplan bedacht.

Dit gewaagde concept leidde tot lagere kosten en hogere kwaliteit. Boodschap aan het slot van de bijeenkomst: de werkwijze in Tilburg is de opmaat voor een nieuw tijdperk, leer daarom meedenken en samenwerken met andere bedrijven, een onderhoudsbedrijf dat alleen handjes aanbiedt mist straks de boot.

Bijeenkomsten als in Vaals zijn geen unicum. Pleidooien voor ketensamenwerking in de bouw zijn, sinds het begrip omstreeks 2007 begon rond te zingen in de sector, te horen op een toenemend aantal plaatsen. Bouwend Nederland, Aedes en Vernieuwing Bouw zijn enkele voorbeelden van organisaties die zich – onder meer via een platform – inspannen er bekendheid aan te geven. Medio 2012 gaat de door opleidingsinstituten NCOI en TSM Business School opgezette Ketenacademie voor de bouw van start.

Coördinatie

Ketensamenwerking wordt gezien als een antwoord op de toenemende complexiteit in de bouw die voor inefficiency, kwaliteitsverlies, onnodige kosten en ontevreden klanten zorgt. Hoe meer specialisten aan één bouwproject werken, hoe groter de behoefte aan coördinatie. Die coördinatie kost veel geld, maar voegt de facto geen waarde toe. Kostenverhogend werkt ook de omstandigheid dat voor ieder project een nieuw bouwteam bij elkaar wordt gezocht. Een vast team van goed op elkaar ingespeelde partners is niet alleen goedkoper, maar presteert ook beter, werkt prettiger en levert een hoge klanttevredenheid.

“De bouw heeft het voor elkaar gekregen om tientallen jaren geen productiviteitsstijging te boeken, terwijl die in andere sectoren soms wel verdrievoudigde. Het inzicht dat het anders moet begint eindelijk door te breken,” zegt Ruben Vrijhoef, onderzoeker aan de TU Delft en eind 2011 gepromoveerd op Ketensamenwerking in de bouw.

Vrijhoef woonde – aanvankelijk als waarnemer, later als adviseur – vanaf 2007 de gesprekken bij die Dura Vermeer en de Rotterdamse woningcorporatie ComWonen (nu Havensteder) voerden over een andere samenwerkingsvorm bij nieuwbouwprojecten.

Omstreeks dezelfde tijd zette Dirk Zuiderveld, organisatiedeskundige bij adviesbureau Noorderberg & Partners, bij de Alkmaarse corporatie Woonwaard een vergelijkbare ommezwaai in gang. Daar ging het om grootschalige renovatiewerkzaamheden en de organisatie van het onderhoud. “Zowel Dura als ComWonen hadden het idee dat er iets niet klopte. Ze werkten al 25 jaar met elkaar en raakten soms toch weer verwikkeld in peperdure rechtszaken over kleinigheden als vensterbanken,” vertelt Vrijhoef. Uitputtende gesprekken, begeleid door hoogleraren van Nyenrode en TU Delft, waren nodig om traditionele denkpatronen af te breken en het wederzijdse vertrouwen te scheppen dat samenwerking op andere basis mogelijk maakte.

Dat het sneller, beter en goedkoper kon zoals ComWonen-directeur Ben Puijmers verwachtte, bewees het eerste project in 2008 (125 woningen in Lombardijen) waarbij corporatie en aannemer hun kennis en processen samenvoegden in een gezamenlijke projectaanpak. Resultaat: 12 procent kostenreductie, anderhalve maand tijdwinst en nauwelijks opleverpunten. Dat smaakte naar meer. Later verlengden de twee partijen hun keten met de architect, BIM-specialist, leveranciers, onderaannemers, en zelfs gemeente en nutspartijen. Bij volgende projecten wordt dit team verantwoordelijk voor het hele proces, van de ontwikkel- tot de exploitatiefase.

Onderling vertrouwen

In Alkmaar was niet geld, maar een capaciteitsprobleem aanleiding andere wegen in te slaan. Zuiderveld: “Woonwaard programmeerde jaarlijks 20 miljoen euro aan onderhoud maar kon het organisatorisch niet meer aan zelf alle bestekken te maken. Dat leidde tot vertraging en tot problemen met huurders. De vraag was of we dit niet slimmer konden aanpakken.”

Hoewel verschillend van opzet, leidden de experimenten in Rotterdam en Alkmaar tot overeenkomstige conclusies. Ketensamenwerking heeft alleen kans van slagen als het gemeenschappelijke doel centraal staat. Dit betekent niet dat eigen belangen ondergeschikt worden – integendeel. Onderling vertrouwen is een absolute vereiste en partners moeten bereid zijn optimaal gebruik te maken van elkaars kennis en inzichten.

Niet ieder bedrijf is zo soepel. “Er blijven altijd aannemers die moeite hebben met de formule,” is Zuidervelds ervaring. “Ketensamenwerking moet ook een beetje in je genen zitten.”

Is ketensamenwerking uitsluitend een hallelujaverhaal? De nieuwe aanpak maakt ook slachtoffers, erkennen Vrijhoef en Zuiderveld. Vrijhoef: “Sommigen raakt het in hun bestaansrecht. Bijvoorbeeld: architecten houden op bestekschrijvers te zijn. Calculatiebureaus en kostendeskundigen moeten een andere rol aannemen.” Zuiderveld: “Veel van die specialismen kwamen voort uit het wantrouwen dat ketensamenwerking nu juist ter discussie stelt.”

Experiment

Onder de corporaties is de nieuwsgierigheid gewekt. Na Woonwaard en Havensteder waagden onder andere ook Tiwos in Tilburg en Woongoed in Middelburg de stap naar ketensamenwerking. Inmiddels heeft nog een zevental corporaties in Noord-Brabant besloten eigen ketens op te zetten. In Elburg, Harderwijk en Amsterdam staan eveneens projecten in de steigers. Zuiderveld: “Het gaat hard, we transformeren. Er is duidelijk bereidheid anders te kijken.”

Dat geldt ook voor andere sectoren in de bouw. Rijkswaterstaat, NAM en BAM zijn voorbeelden van bedrijven die op zoek naar nieuwe samenwerkingsvormen het experiment niet schuwen.

De verhoudingen in de keten gaan fundamenteel veranderen, voorspelt Ruben Vrijhoef. “Er komt een eind aan eenmalig aanbesteden op prijs. Er wordt wederzijds geïnvesteerd in structurele samenwerking gericht op een gezamenlijk en beter resultaat.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels