nieuws

Bedrijfsleven voor, wetenschap tegen

bouwbreed

De Tweede Kamer probeert wat overzicht te krijgen over de implicaties van een permanente Crisis- en herstelwet. Vooral duidelijk wordt dat de visies en belangen mijlenver uit elkaar liggen.

Zo stelt Hugo Priemus, emeritus hoogleraar systeeminnovatie, dat er “compleet verkeerd geredeneerd” wordt. “Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald”, waarschuwt hij. De wet legt de nadruk op versnelling. “Terwijl je nu juist niet moet willen versnellen. In onzekere tijden is het juist verstandig om je opties open te houden, product en proces flexibel te houden.” Hij wijst op de werkwijze van ontwikkelaars. “Ook die temporiseren hun plannen als tijden onzeker zijn en dat is heel verstandig. Bovendien is vraaguitval de oorzaak van de crisis, maar daar doet deze Crisiswet niets aan.” Volgens bijzonder hoogleraar milieurecht Gustaaf Biezeveld is de crisiswet niet meer dan symptoombestrijding. “Het biedt een aantal ‘quick wins’, maar de echte structurele problemen pakt het niet aan: stroperige besluitvorming en ingewikkelde bestuursstructuren.” Zo zijn er voor de handhaving van milieuwetgeving 450 instellingen, schetst hij. “Het is beter om de knelpunten in milieuwetgeving te onderzoeken.” Ook hoogleraar staats- en bestuursrecht en Stibbe-advocaat Tom Barkhuysen vindt permanente invoering op dit moment geen goede zaak, hoewel hij op onderdelen positief is. “Er zijn momenteel al zoveel wijzigingen dat de praktijk moeite heeft om het bij te houden.” Het is volgens hem verstandiger om eerst de nieuwe wetgeving af te wachten Daarna kunnen elementen van de Crisiswet in de nieuwe wetten overgenomen worden. “De Crisiswet is een antwoord op de oude wetgeving. Het is dan ook raar om die bij de nieuwe wetgeving permanent in te voeren.”

Bouwend Nederland en VNO-NCW zitten nagenoeg op één lijn: Een permanente Crisis- en herstelwet is een goede zaak. “Al wordt de wet niet veel gebruikt, de maatregelen hebben wel potentie tot versnelling”, stelt VNO-jurist Jan van den Broek. “We zien de wet liever meteen permanent, omdat er nu een wet bovenop andere wetgeving blijft bestaan, wat zorgt voor onduidelijkheid.” Volgens Bouwend Nederland-jurist Martijn Verwoerd heeft de wet tijd nodig om te landen. “Twee jaar is kort om de impact te meten.” Volgens eigen onderzoek van brancheorganisatie heeft de wet wel degelijk mogelijke versnelling gebracht bij een aantal woningbouwprojecten. De aannemersfederatie zit niet aan tafel bij de Kamerleden, maar ook zij zijn positief over het permanent maken van de wet.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels