nieuws

achtergrond publiek-private samenwerkingVoortrekkersrol voor Nederland

bouwbreed

Publiek-private samenwerking kent verschillende vormen. De Nederlandse overheid werkt vooral met dbfm-contracten bij rijkswegen en overheidsgebouwen, maar het spectrum strekt zich internationaal veel breder uit.

“Een publiek-privaat partnerschap is altijd een langjarig contract en kent altijd externe financiering. Innovatie, risico-overdracht en een duidelijk projectdoel zijn andere voorwaarden”, somt Geoffrey Hamilton, hoofd pps-unit van de Verenigde Naties (Unece) op. “Tussen overheidstaken en volledige private ondernemingen ligt een breed scala van mogelijkheden waarbij regeringen en marktpartijen elkaar vinden voor een langdurige overeenkomst.”

Daarbij ziet de Verenigde Naties mogelijkheden in uiteenlopende sectoren als luchthavens, havens, afvalverwerking en gezondheidszorg. Strikt genomen valt een design & construct-contract daarbij niet onder de definitie van pps. Maar zodra er een langjarig onderhoudscontract aan het project is gekoppeld, gebruikt de VN alsnog de term public private partnership, ofwel pps.

Het is Hamilton opgevallen dat vooral juristen en bankiers een belangrijke rol opeisen bij pps. Voor Nederland ziet hij een voortrekkersrol omdat daar al veel kennis en ervaring is opgedaan, onder meer met het standaardiseren van contracten en het doorlopen van de dialoogfase. Private partijen zouden die ervaring kunnen inzetten bij nieuwkomers.

Hij wappert met een rapport van Deloitte, waaruit blijkt dat alleen het Verenigd Koninkrijk, Australië en Spanje verder zijn met het uitwerken van een pps-programma. Hamilton had een hoofdrol de afgelopen week tijdens de pps-dagen in Genève, maar houdt zich als diplomaat op de vlakte als het gaat om missers. Bij de ontmanteling van het communisme is onder het mom van pps wel het een en ander misgegaan bij het privatiseren van overheidsbedrijven, wil hij wel als voorbeeld geven.

“Deze dagen zijn niet om kritiek te leveren, maar pps juist te verspreiden. We geloven echt in de meerwaarde, want het aantal successen is vele malen groter dan het aantal mislukkingen”, merkt hij fijntjes op. Hij introduceerde presentaties van Japan, Brazilië, Filipijnen, Oekraïne, Nigeria, India, Armenië, Uruguay, Turkije, Rusland, Kazakhstan, Vietnam en diverse Afrikaanse landen. Landen die zeer uiteenlopende ervaringen hebben opgedaan met pps, maar in Genève waren met concrete projecten of zelfs complete pps-programma’s.

Het is niet voor niets dat de Verenigde Naties een belangrijke rol voor zichzelf ziet weggelegd om overheden te helpen bij een basisniveau en kennis en ervaring uit te wisselen. De organisatie heeft al een handboek samengesteld dat regeringen de helpende hand biedt rond het opzetten van pps en succesvolle projecten uit Canada, Frankrijk en Tadzjikistan uiteenzet. “Daarbinnen is geen ruimte voor corruptie en is het vooral lastig om de juiste partners te vinden.” Voor de komende jaren is het de bedoeling ook een internationaal kader overeen te komen zodat voor alle partijen internationale spelregels gelden.

Vooralsnog is het advies van de pps-unit bij onervaren partijen te kiezen voor één deelsector als wegen, ziekenhuizen of energie en daar concreet praktijkervaring met projecten op te doen. “Dat werkt meestal beter dan eerst op overheidsniveau allerlei organisaties en kennis op te tuigen, want voor je het weet verzand je daarin en is nog steeds geen enkel pps-project van de grond gekomen.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels