nieuws

Achtergrond: Openbare ruimte Sociale sfeer belangrijker dan ontwerp

bouwbreed

Achtergrond: Openbare ruimte Sociale sfeer belangrijker dan ontwerp

Een volgens het boekje ontworpen en vormgegeven plein of straat hoeft bij buurtbewoners niet in de smaak te vallen. Volgens onderzoekers van het Nicis Instituut komt dat omdat het functioneren van een plek nauwelijks afhankelijk is van het ontwerp. Het gaat meer om de blik waarmee er naar wordt gekeken, die van de gebruiker of die van de ontwerper.

De bevindingen zijn gepubliceerd in het rapport ‘Openbare ruimte als professionele opgave en alledaagse omgeving’. Het roept de vraag op of het mogelijk is de ideale openbare ruimte te ontwerpen. Dat wil zeggen een straat of een plein dat zich kan verheugen in zowel de waardering van professionals als van gebruikers. Theoretisch gezien moet dat kunnen. Uiteindelijk is iedere ontwerper ook gebruiker. En bovendien zijn voldoende onderzoeksgegevens beschikbaar over de beleving van de openbare ruimte. Toch is de praktijk lastig, zo blijkt uit de rapportage.

Hun onderzoek richtte zich op zes gebieden in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, namelijk het Surinameplein en de Bohemenpleinen in Amsterdam, het Afrikaanderplein en het Bospolderplein in Rotterdam en het Smaragdplein en de Amsterdamsestraatweg in Utrecht. Ze tekenen daarbij aan dat deze plekken niet representatief zijn voor de openbare ruimte in Nederland maar wel een breed beeld geven van de stedelijke ruimten in ons land.

Om te kijken hoe deze gebieden zouden moeten functioneren en hoe de werkelijkheid is, deden ze literatuuronderzoek en spraken ze met zowel gebruikers als ontwerpers van de openbare ruimte.

Die werkwijze toont aan dat de vormgeving van een openbare ruimte niet altijd strookt met de waardering van buurtbewoners voor die plek. Een plaats die volgens de regelen der kunst is vormgegeven kan voor omwonenden juist een struikelblok zijn. Want de fysiek van een plek is voor buurtbewoners niet maatgevend.

“Juist de sociale sfeer speelt een grote rol”, stellen de onderzoekers vast.

Ze lichten dat toe aan de hand van een simpel voorbeeld. “Een donkere plek roept vaker onveiligheidsgevoelens op dan een lichte. Maar als er ’s nachts onder een lantaarnpaal gedeald wordt, maakt licht niet zoveel uit voor het veiligheidsgevoel.”

Met zulke omstandigheden houden professionals niet altijd voldoende rekening. Sterker nog, soms leiden ze aan beroepsdeformatie en willen ze vormgeven omwille van het vormgeven. Ze bedenken dan veranderingen voor de omgeving terwijl daarvoor de noodzaak ontbreekt. De profs moeten dan ook oppassen voor ruimtelijk determinisme, waarschuwen de rapporteurs “Er moet onderscheid zijn in zinvol preventief optreden en het afzien van te veel professionele hebzucht.”

En dat is vaak moeilijk want wie zich heeft gespecialiseerd in het vormgeven van de openbare ruimte, beschikt over specifieke kennis en wil die graag gebruiken.

Tegelijkertijd doet zich het fenomeen voor dat na ingrijpende aanpassingen van een straat of plein de interesse in die plek vaak wegebt. Met als gevolg dat niet meer wordt gekeken naar het functioneren ervan.

Om dat probleem op te lossen zou al aan het begin van het ontwerpproces gekeken moeten worden naar hoe de straat of het plein beheerd moet gaan worden. Als verschillende partijen al in een vroeg stadium een beheerplan opstellen, kunnen veel problemen worden voorkomen. Ook flexibiliteit in het ontwerp kan positief uitwerken.

Toch zullen er altijd straten en pleinen zijn die op enigerlei moment een steen des aanstoots zullen vormen. Want, zo stellen de onderzoekers: “Het is niet goed mogelijk openbare ruimten te ontwerpen die in algemene zin goed functioneren.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels