nieuws

‘Zodra een kunstje zich kan herhalen, is het tijd op te stappen’

bouwbreed Premium

Als kwartiermaker van Deltares boetseerde Harry Baayen vanaf 2006 een toonaangevend instituut dat niet meer weg te denken is in de grond- en watersector. “Kennisontwikkeling gaat niet altijd samen met groei, en concurreren met de markt is taboe.”

‘Droogte’ en ‘de stad’ tipt hij als nieuwe onontgonnen kennisgebieden waar de komende jaren veel tijd en moeite in zal gaan zitten. “Over de klimaatverandering met vaker extreme uitschieters hebben we al veel kennis opgedaan, maar er zijn nog grote slagen te maken over hoe we moeten omgaan met een tekort aan zoet water.”

Hetzelfde geldt in zijn ogen voor stedelijke ontwikkeling in combinatie met water. “Sommige Chinese steden groeien met 1 miljoen mensen per jaar, maar niemand denkt dan na over de infrastructuur van hoe je schoon water aanvoert en vuil water weer afvoert. Maar dat gaat wel om enorme hoeveelheden en daar moet je actief iets voor doen.”

Een gat in de markt om dergelijke processen slimmer en efficiënter te laten verlopen en Nederland is daar aantoonbaar goed in. “Voor de exportmarkten heb ik nog relatief weinig aandacht gehad, maar dat heeft grote potentie.” Bij Deltares leven 800 onderzoekers zich vooral uit op delta’s, kustregio’s en riviergebieden.

Op de achtergrond van het voormalige pand van het Waterloopkundig Lab in Delft verschijnen de contouren van de nieuwbouw van Deltares. Achteraan in de TU-wijk van Delft rijst een organisch gebouw met veel water, maar ook met een hal voor proefopstellingen en een 300 meter lange deltagoot voor 1:1 golfslagproeven. Het budget is voor de helft zelf bij elkaar gesprokkeld, de andere helft betaalt het Rijk.

Transformatorhuisje

“Wij gebruiken hier veel water en energie”, wijst hij op de bouwtekening het transformatorhuisje aan dat als een van de weinige panden blijft staan.

Als aanbestedingsexpert staat hij volledig achter de keus om het ontwerp grotendeels bij de markt te leggen. “Zo’n deltagoot bijvoorbeeld moet wel voldoen aan hele bijzondere eisen, maar de bouwer heeft daar wel de fundering bij mogen kiezen.” De nieuwbouw van 6000 vierkante meter is ontworpen door Jeanne Dekkers en wordt uitgevoerd door De Combi.

De oplevering van de nieuwbouw gaat hij niet meer in actieve dienst meemaken, want na 6 december komt er tijd om te “schilderen – moet ik nog wel leren – fotograferen, reizen en mogelijk nog wel hier en daar een klus.” De centrale directieruimte hangt vol met foto’s van Baayen, waaronder een prachtige serie waarbij een kraai een adelaar wegjaagt. “De limo strijdt tegen de sportauto.”

Het lijkt hem wel prettig om zijn eigen tijd in te delen, maar als directeur van Deltares had hij al ruimer de tijd dan de dertig jaar ervoor als rijksambtenaar. Hij draagt 6 december ‘zijn’ stichting – “zonder winstoogmerk”– over aan Maarten Smits van Fugro.

Toen hij de klus aanvaardde om de waterkennis in Nederland te bundelen en Deltares uit de grond te stampen, ontving hij van diverse kanten mailtjes met ‘sterkte’ en ‘waar begin je aan’. Regelmatig waren er momenten dat zijn missie zou kunnen mislukken, maar Baayen zette door en heeft een kennisinstituut neergezet dat niet meer is weg te denken.

Hij heeft daarbij veel tijd gestoken in het uitstippelen van een nieuwe strategie. “Vroeger zaten ingenieursbureaus regelmatig bij de minister om te klagen over broodroof en oneerlijke concurrentie. Die tijd is echt voorbij. Deltares richt zich uitsluitend op kennisontwikkeling en het behouden van een voorsprong op het gebied van water en bodem. Zodra een kunstje zich kan herhalen of er sprake is van uitvoering, is het voor ons tijd om op te stappen en ruimte te maken voor de markt.”

Het uitdenken van een koers kan niet echt rekenen op erkenning of waardering, heeft Baayen gemerkt. “De grap is ook wel dat een goede strategie meteen werkt en het ook lijkt alsof die er altijd is geweest. Zoiets als een beeldhouwwerk van Michelangelo, waarbij iedereen het resultaat roemt, maar nooit meer stilstaat bij het werk wat eraan vooraf ging.”

De directeur heeft daarbij ook van meet af aan gelet op de ‘softe’ kant: “Met een paar technische tekeningen kan een opdrachtgever niet uit de voeten, want er moet net zo goed worden nagedacht over de inpassing, effectrapportages, bestuurlijke procedures en de omgeving, dus betrekken we daar ook ecologen, planologen en economen bij. Die slag maakt de bouwwereld nu ook door. Wie meedenkt met zijn opdrachtgever zal deze crisis doorstaan en heeft de beste perspectieven voor de komende jaren.”

Het instituut krijgt jaarlijks 12 miljoen euro om vernieuwend onderzoek te verrichten, maar 90 procent van de omzet komt van betaalde klussen voor zowel overheden als het bedrijfsleven. “Het klinkt misschien wat arrogant, maar wat anderen kunnen, doen wij níet.”

Daarbij wordt uitdrukkelijk de samenwerking met de markt gezocht om de meest kansrijke gebieden af te tasten. De ingenieursbureaus en waterbouwers nemen daar een belangrijke plek bij in.

Ook ICT is daar een belangrijke toepassing in, waarbij de softwaredagen zijn uitgegroeid tot een open-source-gemeenschap van meer dan 3000 deelnemers wereldwijd die gezamenlijk werken een het doorontwikkelen van Delft-3D. “Dat verdienmodel is afgelopen paar jaar totaal gewijzigd, want open source is gratis. We houden geld over aan het af en toe uitbrengen van gevalideerde software. En toch werkt het perfect als zoveel mensen meedenken om de beste te blijven. Uitwisselen van kennis is de basis van dit vak.”

Werkgarantie

Water en bodem zijn hot. Water is een topsector en een van de weinige groeimarkten. Baayen had niet durven dromen dat Deltares zo snel tot zo’n succesvolle onderneming zou uitgroeien. In het begin waren er zorgen of de overgenomen 120 onderzoekers van Rijkswaterstaat na vijf jaar werkgarantie nog wel aan de slag zouden blijven.

Het aanboren van nieuwe exportmarkten is een gebied dat Baayen graag overlaat aan zijn opvolger. Hij beperkte de buit enlandse reizen tot een keer of vier per jaar. “Een stuurman hoeft niet constant aan het roer te staan, maar is wel graag in de buurt.”

Een belangrijk deel van de omzet is echter wel gerelateerd aan het buitenland. Vaak is de Nederlandse overheid financier van dergelijke opdrachten, soms de Wereldbank. “De tijd is voorbij dat ontwikkelingshulp betekent dat je een zak geld meeneemt. Economieën groeien hard en overheden zijn vaak bereid geld uit te trekken om na te denken over water. Dat kan zijn voor drinkwatervoorziening, maar net zo goed voor bescherming tegen hoogwater, droogte of rioolwaterzuivering. We ontwikkelen de economie van een land en wij komen met kennis.” n

Reageer op dit artikel