nieuws

Juist ‘softe aanpak’ bouwproces meten

bouwbreed

Zestien Noord-Hollandse gemeenten slaan de handen ineen om goed presterende bouwers te belonen bij nieuwe opdrachten. Het meewegen van prestaties kan via een webbased-systeem en kost weinig tijd en moeite om in te vullen.

< vervolg van pagina 1

Ingrid Koenen

– Gemeenten willen juist inzicht in samenwerking, meedenkend vermogen en gedrag van marktpartijen tijdens het bouwproces. “De bouwkwaliteit is al tot in de puntjes geregeld in het RAW.”

Daarom ligt de nadruk van het systeem van ‘past performance’ op het beoordelen van de ‘soft skills’. Initiatiefnemers Bob Jansen van Heemstede en Stoffer Slofstra van Haarlem laten vol trots de iPad met het al draaiende proefsysteem zien. Per gemeente, bouwpartij of opdracht is een selectie te filteren uit de database, waarbij eenvoud in een afgeschermde omgeving is nagestreefd. De basis is steeds dezelfde tien vragen. “Beschouw de uitkomsten als een functioneringsgesprek. Het is vooral een systeem om al tijdens de uitvoering van een project in gesprek te komen en de manier van samenwerking bespreekbaar te maken. Wie op de vingers wordt getikt, heeft recht op weerwoord, maar krijgt ook de kans om het anders te doen”, lichten de aanbestedingsexperts toe.

Slofstra heeft al ruim een jaar ervaring met de vragenlijst in Haarlem en heeft op deze manier al enkele tientallen bouwprojecten beoordeeld. Een onvoldoende is daarbij nooit gebaseerd op één beoordeling, maar is de uitkomst van een reeks. “Wie lerend vermogen laat zien, wordt niet meteen afgestraft met een onvoldoende, maar krijgt meerdere kansen om zich te verbeteren.” De opdrachtgever geeft de beoordeling, maar de betreffende aannemer, installateur of ingenieursbureau mag daar zelf commentaar bij geven in de database.

De gemeente gebruikt de uitkomsten al bij de selectie voor onderhandse aanbestedingen en heeft een marktpartij ook eens een tweede kans gegeven na een fikse discussie over de aanpak van een project. “We hadden elkaar niet goed begrepen die eerste keer, maar de tweede kans is met beide handen aangegrepen. Dat is wat je beoogt: bouwers die begrijpen wat jij wilt en zich pro-actief opstellen. Er zijn veel partijen die dat met de mond belijden, maar de praktijk is ook wel eens anders’”, weet Slofstra uit ervaring.

De uitkomsten van die gesprekken worden via cijfers pas na oplevering van een bouwproject toegevoegd aan de database die voor alle deelnemende gemeenten is in te zien. Dat daarmee het risico bestaat dat verschillende gemeenten verschillend beoordelen en dus appels met peren worden vergeleken, is bekend.

“We noemen het bewust geen prestatiemeten, maar het systeem biedt juist mogelijkheden voor bouwers om zich te onderscheiden en zonder al te veel acquisitie aan tafel te komen bij nieuwe opdrachtgevers. Veel gemeenten zoeken drie of vijf partijen voor een bepaalde klus. Ze kiezen daarbij bijvoorbeeld een bouwer uit de eigen gemeente, maar willen graag ook een buitenstaander. Dan geef je toch liever iemand een kans die goed presteert in je buurgemeente”, stelt Jansen.

In de ogen van de initiatiefnemers stimuleert de nieuwe Aanbestedingswet het gebruik van onderhandse aanbestedingen voor projecten tot 1,5 miljoen euro en tegelijk dringen de regels aan op verantwoorden van het uitnodigingsbeleid. Het nieuwe systeem speelt in op beide trends in aanbestedingsland en biedt prima houvast voor motivatie van het uitnodigingsbeleid.

Het idee kan dan ook rekenen op brede belangstelling van veel andere overheden en brancheorganisaties, maar de meningen over de opzet en invulling verschillen nogal per opdrachtgever. Bewust wordt de database nu op bescheiden schaal uitgerold. De ontwikkelingskosten beperken zich tot op heden tot 250 euro per deelnemer.

De al draaiende systemen van ProRail, Rijksgebouwendienst en Rijkswaterstaat vinden de gemeenten vooralsnog te ingewikkeld en omslachtig voor de gemeentelijke praktijk.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels