nieuws

‘Management is vooral psychologie’

bouwbreed

Heilig geloof van de opdrachtgever dat het allemaal goedkomt. Het bleek een belangrijke component voor een succesvolle doorstart van de verbouwing van het Stedelijk Museum na het faillissement van de bouwer Midreth.

“Een opdrachtgever moet mensen dwingen te geloven in een goede afloop. Niet door hen het mes op de keel te zetten, maar door te overtuigen, fysiek veel aanwezig te zijn en inhoudelijk goed ingevoerd zijn.” Het recept voor een succesvolle doorstart, volgens bouwbegeleider bij het Stedelijk Museum Pieter van Empelen.

Februari 2010. Midreth valt om, de hoofdaannemer van de verbouwing van het Amsterdamse Stedelijk Museum. Het is nauwelijks een verrassing. Het zwartste scenario staat al vanaf najaar 2009 in de Amsterdamse draaiboeken. Van Empelen wordt vlak voor het Midreth-faillissement bij het Stedelijk betrokken als projectleider ingebruikneming. Samen met de Amsterdamse oud-wethouder Hans Gerson en bouwplaatsmanager Ton Roelofs vormt hij tijdens en na het failliet de nieuwe driekoppige afvaardiging van de opdrachtgever, gemeente Amsterdam. Roelofs als man op de bouwplaats, Gerson is de link met het stadsbestuur en Van Empelen houdt de wensen en belangen van het museum in het programma van eisen in de gaten.

Einddoel

In de aanloop naar de klap verloopt de verbouwing steeds moeizamer. “Midreth kon moeilijk aan bouwmaterialen komen. Leveranciers wilden alleen leveren als direct betaald werd. Onderaannemers hielden zoveel mogelijk spullen thuis om een inbeslagname bij een faillissement te voorkomen. Uitstaande rekeningen van onderaannemers en de architect werden niet meer betaald, waardoor die hun werkzaamheden tot een minimum terugschroefden”, memoreert Van Empelen.

Ook mentaal zit de klad er flink in. “Mensen waren moe van het gezeur. Ze liepen constant tegen dezelfde punten aan. Alles was stroef.” Opvallend volgens Van Empelen is dat sommige mensen niet vatbaar zijn voor de negatieve stroom. “De opzichter is al die tijd gewoon doorgegaan en spijkerhard gebleven. Ook de DHV-projectmanager was vanaf het begin bij het project betrokken en is nooit aangetast door de lengte van het proces.” Volgens Van Empelen een gevolg van specifieke karaktertrekken. “Sommige mensen blijven een ideaal nastreven, gefocust op het einddoel. Zij kunnen dat heel lang volhouden. Anderen zijn meer bezig met hun eigen positie en worden eerder moe.”

Meer factoren helpen een snelle doorstart. “Het hielp heel erg dat er een goede inventarisatie lag van de situatie en het werk dat er nog gebeuren moest”, meent Ton Roelofs. “Volker Wessels, de opvolger van Midreth, heeft zich heel schappelijk opgesteld”, herinnert Gerson zich. Zoals bij de huldiging van Ajax. “Ajax-supporters hadden ingebroken op het terrein en hebben een belangrijke machine vernield. We gaven Volker Wessels twee weken extra. Uiteindelijk hebben ze maar een week extra nodig gehad. Daar werd verder niet onnodig moeilijk over gedaan.”

Sfeer

Het failliet van Midreth verandert het contact tussen bouwers en opdrachtgever. Roelofs wil af van de puur controlerende rol van een traditionele opdrachtgever. Hij zal zich inhoudelijk met het hele bouwproces bemoeien. “We hebben onze kennis van de uitvoering gemengd met die van de aannemer. Vragen stellen over werkwijze en materiaaltoepassing. Suggesties doen. In eerste instantie moest de aannemer daaraan wennen, maar daarna vond hij het prettig en vraagt hij advies. Het kost tijd, maar heeft ook resultaat. Partijen komen dichter tot elkaar, de sfeer verbetert. Mensen komen met suggesties en denken met elkaar proactief na.” Roelofs: “Je moet aannemers het vertrouwen geven dat het project een samenwerking is. In dat opzicht is bouwmanagement vooral psychologie.”

Veel onderaannemers hebben verlies ingeboekt door het faillissement van de hoofdaannemer. Het verziekte de sfeer. Roelofs heeft daarop de houding van partijen geïnventariseerd. “Dat heeft verschuivingen veroorzaakt. Het is nu eenmaal slecht garen spinnen bij mensen die niet willen of kunnen.” Het team wist de belangrijkste onderaannemers binnenboord te houden. “Uiteindelijk is iedereen gebaat bij een succesvolle afronding. Zo’n complexe, prestigieuze verbouwing is een wereldwijd referentieproject.“ Opnieuw motiveren van de betrokkenen blijkt uiteindelijk niet het moeilijkste, herinnert Van Empelen zich. “Je spreekt mensen aan op hun eergevoel. Zij willen toch ook dat het resultaat mooi wordt? De bouw is zo leuk door het campagne-idee: iedereen die er in zit, wil zich goed voelen. De winnaar zijn.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels