nieuws

Keersluis in Limmel eerste publiek- private sluis

bouwbreed Premium

Ingrid Koenen Den Haag – De keersluis in Limmel wordt de eerste pps-sluis. Rijkswaterstaat zal vandaag zijn nieuwe dbfm-sluizenprogramma presenteren.

Rijkswaterstaat komt met dbfm-sluizenprogramma

De sluis vlakbij Maastricht in het Julianakanaal wordt het eerste natte project waarbij de prestaties op het gebied van veiligheid en waterkering een veel grotere rol spelen dan beschikbaarheid. Mogelijk nog eind dit jaar en anders begin volgend jaar komt het project op de markt.

Het is voor het eerst in de natte waterbouw dat ontwerp, bouw, financiering en onderhoud langdurig bij één marktpartij komt te liggen. Dat stelt ook Rijkswaterstaat voor extra dilemma’s of de huidige dbfm-standaarden wel geschikt zijn voor natte projecten. De ervaring met pps bij Rijkswaterstaat is inmiddels indrukwekkend, maar beperkt zich vooral tot grote infraprojecten zoals de Tweede Coentunnel, A15 Maasvlakte-Vaanplein en N33.

Lastig

Ger Vos, projectmanager Limmel, bereidt de aanbesteding van de keersluis voor. Vooral het vormgeven van de m (onderhoud) blijkt lastig: “Het is een enorme motivatie dat het werk voor dit contract niet eenmalig is. Als we dit goed doen, dragen we bij aan de standaard voor projecten in de watersector. Een standaard die de samenwerking tussen Rijkswaterstaat en de markt naar een hoger plan tilt en uiteindelijk ook in het voordeel van de gebruiker van de vaarwegen werkt.” Ook het vaststellen van de voorwaarden en prikkels voor de beschikbaarheidsvergoeding leiden tot de nodige hoofdbrekens. Het idee is dat de opdrachtgever betaalt voor geleverde diensten of beschikbaarheid van infrastructuur of schoon drinkwater. Een sluis vervult meestal verschillende functies tegelijk zoals vaarweg, waterkering en waterhuishouding.

De PPS Kennispool heeft al eerder vastgesteld dat er onvoldoende dealflow is voor pps bij gemalen en stuwen, maar dat er wel voldoende kansen liggen voor kanalen en sluizen. Ook de meerwaardetoetsen (ppc) ten opzichte van traditionele aanbestedingen laten inmiddels positieve resultaten zien. De zeesluis IJmuiden en de Afsluitdijk zouden rond de 3 procent goedkoper uitpakken bij een geïntegreerd contract.

Het voordeel is een stuk lager als bij wegenbouwprojecten waar besparingen tussen de 15 en 20 procent geen uitzondering zijn. Dat heeft Rijkswaterstaat tot nog toe weerhouden om ook dbfm in de natte bouw te introduceren. Bij de Maaswerken in Limburg bijvoorbeeld is wel sprake van een publiek-private samenwerking door de zand- en grindwinning te combineren met diverse waterwerken, maar het is geen dbfm-contract.

Als het project in Limmel lukt is het Lekkanaal- derde Kolk Beatrixsluis het volgende project dat op de nominatie staat om als pps op de markt te komen. Het Lekkanaal met de Prinses Beatrixsluis dreigt een knelpunt te vormen voor het goederenvervoer over water. De aanleg van een derde kolk zou de doorstroming bevorderen. Daarna staan de aanpak van de Volkeraksluizen, de Toekomstvisie Waal, het project Twentekanalen/Eefde, de Afsluitdijk, de renovatie van de stuwen in de Lek en het project ‘Grevelingen water en getij’ nog op het programma.

Opwaardering

Ook de nieuwe zeesluis in IJmuiden en de sluis bij Terneuzen komen in aanmerking als dbfm-contract. Voor de zeesluis IJmuiden is 848 miljoen euro opzij gezet en staat dan met stip op één als grootste natte pps-project. Bij de opwaardering van de sluizen bij Terneuzen valt pps waarschijnlijk tussen de 2,2 en 5,2 procent goedkoper uit.

Bovendien ziet de deltacommissaris allerlei mogelijkheden voor pps bij de uitvoering van zijn nieuwe deltaprogramma om Nederland voor de lange termijn te beschermen tegen wateroverlast. De kennispool van Rijkswaterstaat geeft hem advies bij het verder uitwerken van een strategie op dat gebied. De concrete projecten die daarbij horen zullen echter nog wel enkele jaren op zich laten wachten.

Reageer op dit artikel