nieuws

’Hout in de lift door milieuprestatieberekening’

bouwbreed Premium

’Hout in de lift door milieuprestatieberekening’

Bij aanvraag van een bouwvergunning voor een woning of utiliteitsgebouw is per 1 januari 2013 een milieuprestatieberekening verplicht. Dat is goed nieuws voor de houtsector, verwacht het Centrum Hout.

Naar voorbeeld van de energieprestatieberekening (epg) moet de milieuprestatieberekening (mpg) dwingen tot een steeds duurzamer bouwproces. Het idee is dat aan ieder bouwmateriaal een ‘prijskaartje’ wordt gehangen dat de totale milieukosten uitdrukt. “En dat lijkt voor hout een heel gunstige ontwikkeling”, zegt Eric de Munck (Centrum Hout). “Niet alleen omdat hout een hernieuwbaar product is waarin CO 2 is opgeslagen, maar ook omdat het licht is: je hebt weinig energie nodig voor winning en productie.”

De Munck volgt de invoering van een levenscyclusanalyse (lca) per product op voet. Die wordt verplicht, nu paragraaf 5 van het nieuwe Bouwbesluit in werking treedt. Deze vraagt aanvragers van een bouwvergunning de milieubelasting van een gebouw vooraf exact te kwantificeren. Lca-gegevens, die de branches tot 1 januari kunnen indienen bij de Stichting Bouwkwaliteit, fungeren daarbij als hulpmiddel.

Per product wordt de hele keten opgeknipt in processen. In geval van hout betreft dat de kap, de afvoer van stammen naar de zagerij, het zagen, schaven en drogen, het vervoer naar een haven en het transport naar Nederland. Hier aangekomen wordt in kaart gebracht het vervoer naar de timmerfabriek, de hoeveelheid gebruikte energie bij de bewerking in de fabriek en het transport naar de bouwplaats. Ook de milieubelasting van beheer, onderhoud en afvoer en verwerking als afval maakt de lca inzichtelijk. Behalve een inschatting van de gebruikte hoeveelheid fossiele energie registreert de mpg de hoeveelheid fijn stof, gevaarlijke stoffen en grondwatervervuiling.

De ‘wieg tot graf analyse’ maakt het mogelijk om hout op eerlijke wijze te vergelijken met bijvoorbeeld beton, staal of aluminium. Want ook de lca-gegevens van betonvloeren, stalen kolommen en metselwanden komen terecht in de centrale opslag: de nationale milieudatabase. “Dat hierbij één rekenmethodiek wordt gebruikt is heel positief, want het zorgt voor meer harmonisatie in de data, voor uniformiteit”, zegt Helen Visser (Bouwend Nederland). “Dat is hard nodig, want door de wildgroei aan certificaten en keurmerken met, tot voor kort, eigen rekenmethodieken zien velen door de bomen het bos niet meer.” Wat betreft houtkeurmerken beperkt de verwarring zich overigens vooral tot de onwetendheid bij veel overheidsopdrachtgevers dat ze niet één van de twee certificaten mogen voorschrijven. De toevoeging ‘of gelijkwaardig’ is verplicht.

Maatschappelijk verantwoord inkopen (mvi) moet door de maatregel een forse impuls krijgen. Want aan de hand van lca’s kunnen aanbesteders en bouwers hun inkoopgedrag aanpassen om hun milieulast te verminderen. Daar hebben ze alle belang bij, want wie onvoldoende duurzaam werkt, krijgt geen bouwvergunning of vist bij aanbestedingen achter het net. Met invoering van de NEN-norm 15804 (‘sustainable construction’) krijgt de mpg ook op Europees niveau zijn beslag.

Verschillende rekentools (GPR-Gebouw, Greencalc en DuboCalc) zijn inmiddels ontwikkeld om per bouwdeel te calculeren wat de milieukosten zijn en wat het kost om die weer teniet te doen. Op die manier wordt een (fictieve) korting op de aanbestedingssom berekend.

Hout zat al in de lift omdat het goed scoort op de CO2 -prestatieladder – via fotosynthese leggen bomen immers grote hoeveelheden CO 2 vast. De milieuprestatieberekening lijkt hout als bouwmateriaal opnieuw een zetje in de rug te geven. “De staal-, aluminium- en betonbranche kunnen hun best doen om recyclemogelijkheden te verbeteren, maar hun producten zijn niet hernieuwbaar zoals hout”, zegt De Munck. “Want bossen kunnen na kap opnieuw aangroeien, hout dat aan het einde van de levenscyclus wordt verbrand, geldt als groene energie. De bouw zal daarom steeds meer gaan leunen op hout.”

Voorwaarde daarvoor is uiteraard het duurzaam beheer van bossen. Vandaar alle inspanningen door VVNH en NBvT, om op korte termijn alle naaldhout en zo snel mogelijk daarna zelfs alle hout met FSC- of PEFC-keurmerk te leveren. Centrum Hout heeft de website Houtdatabase.nl opgezet met alle leverbare houtsoorten. Door simpel aanklikken komt in beeld met welke keurmerken die leverbaar zijn en voor welke specifieke toepassing: woningbouw, grond-, weg- en waterbouw. Er staan ook technische eigenschappen en mogelijke leveranciers bij.

De houtbranche werkt ook actief aan green deals met diverse partijen. Bouwend Nederland is daar ook bij betrokken. Voorwaarde voor ondertekening door Bouwend Nederland is dat zowel FSC als PEFC tekenen en dat knelpunten in de keten bespreekbaar zijn binnen de green deal. Helen Visser: “Maar Bouwend Nederland zal zijn leden nooit dwingen duurzaam hout te gebruiken.”

VVNH, NBvT, Neprom en Bouwend Nederland brengen binnenkort de digitale brochure ‘Duurzaam inkopen van Hout’ uit met daarin de meest gestelde vragen vanuit de bouwsector over duurzaam hout.

’Overheid moet vrijheid aannemers vergroten’

Komt er veel extra werk af op de aannemerij door de verplichte milieuprestatieberekening? Nee, bouwers zullen zelf eerder minder dan meer aan duurzaamheid moeten doen, verwacht Hessel Poortvliet van Ooms Civiel.

Het bedrijf uit Averhorn, specialist in kust- en oeverwerken, moet bij overheidswerken met maatschappelijk verantwoord inkopen (mvi) nu al vaak aantonen dat toegepaste materialen duurzaam zijn. Waar mogelijk kiest het bedrijf voor hout – gunstig voor de CO 2 -prestatieladder – en als het kan met certificaat. “Met de komst van de milieuprestatieberekening zal de aanvrager al in de vergunningsfase moeten vastleggen welke bouwstoffen worden toegepast. Consequentie is dus dat in veel gevallen de keuzevrijheid voor aannemers vermindert”, zegt Poortvliet. “Als de overheid wil dat dit gaat werken, moet ze de vrijheid voor aannemers voor het indienen van alternatieven vergroten.”

Dat bedrijven worden aangezet om na te denken over de milieugevolgen van hun werk is volgens hem een goede zaak. Maar dat vereist helderheid over gehanteerde criteria. In de praktijk blijkt een duurzame oplossing bij dezelfde opdrachtgever de ene keer beslissend voor het winnen van een aanbesteding, de volgende keer onder de maat. Poortvliet: “Als de criteria niet helder zijn, betekent ‘duurzaamheid’ niets, ondanks dat ik hier dertig certificaten aan de muur heb hangen. Dan verandert de betekenis van mvo in: marketing verder onzin. Duurzaamheid moet tussen de oren zitten.”

Reageer op dit artikel