nieuws

Hoogste tijd voor oprichting van nationale aanbestedingsacademie

bouwbreed Premium

Het voorstel voor een nieuwe Aanbestedingswet is goedgekeurd door de Eerste Kamer. De wet zal waarschijnlijk per 1 januari 2013 van kracht worden. Er spelen nog meer ontwikkelingen die invloed hebben op de verhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. De vraag rijst of we daarmee op de goede weg zijn.

De nieuwe Aanbestedingswet heeft een lange voorgeschiedenis. De ambitie was hoog, want de lappendeken aan regelingen is groot en voor veel opdrachtgevers onoverzichtelijk. Alle partijen onderschreven het streven om één allesomvattende wet te maken die in alle gevallen zou voldoen. Maar bij het samenstellen van de wet bleek dat niet zo eenvoudig. Men trachtte met zoveel mogelijk wensen rekening te houden wat de kracht en eenvoud van de wet niet ten goede kwam. Nu ligt er een wet met een bijbehorende Gids proportionaliteit die zijn waarde zal moeten bewijzen.

Op Europees niveau wordt tegelijkertijd hard gewerkt aan herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijnen. Begin dit jaar zijn de conceptrichtlijnen verschenen. Alle commentaren zijn geïnventariseerd en binnenkort wordt beslist over de circa 1600 amendementen. Ondanks dit grote aantal wordt de planning nog steeds (bijna) gehaald. Dat betekent dat de nieuwe richtlijnen voorjaar 2014 van kracht kunnen worden. Ook dan moeten aanbesteders en inschrijvers zich verdiepen in de nieuwe voorwaarden.

Eén van de kenmerken van de discussie over de nieuwe Aanbestedingswet is het enorm brede scala waarover de discussies gaan. In de kern gaat de Aanbestedingswet over regels en voorwaarden die betrekking hebben op het aanbestedingsproces: dus louter het selectieproces. Uitgaande van een bepaalde vraag (waarbij inhoud en voorwaarden zijn omschreven) zoekt de klant een partij die voor hem het beste antwoord op zijn vraag kan geven. Wie zijn oor goed te luisteren legt hoort echter discussies over marktordening en nieuwe contractvormen. Zeker dat laatste heeft niets te maken met het selectieproces.

Als onderdeel van de herziening van de Europese richtlijnen is een inventarisatie gemaakt van de werking van de huidige richtlijnen. Eén van de conclusies betrof het verschil tussen theorie en praktijk. Terwijl de kenners constateren dat er behoorlijk veel vrijheden bestaan binnen de richtlijnen, is dat beeld in de praktijk heel anders. Als blijkt dat een bouwproject onder de werking van de Europese aanbestedingsrichtlijn valt, lijkt het wel of we een totaal andere wereld betreden; duister en van alle kanten loert gevaar. De opdrachtgever lijkt strak in het korset te zitten en is straks genadeloos overgeleverd aan een maffiose aannemer uit Italië.

Praktijk

Beide constateringen luiden tot één conclusie; de kennis in de praktijk schiet tekort.

Naast ontwikkelingen op het vlak van aanbesteden (selecteren) is nog meer gaande aan opdrachtgeverskant. Steeds meer overheidspartijen willen projecten van een afstand aansturen, dus “op regie”. Daarnaast leggen opdrachtgevers steeds vaker hun inkoopvoorwaarden op aan marktpartijen, waar die voorheen hun eigen (verkoop-)voorwaarden hanteerden. Dat gaat gepaard met een organisatorische bundeling van inkoopafdelingen, bijvoorbeeld als meer gemeenten samen een inkoop-bureau optuigen.

Als reactie moeten opdrachtnemers zich soms ook anders organiseren, bijvoorbeeld omdat het project te groot wordt voor één mkb-bedrijf. Daarnaast wordt de verhouding steeds meer bepaald door juridische discussies over contractvoorwaarden dan over inhoud van het project.

In grote lijnen is een ontwikkeling zichtbaar waarbij opdrachtgevers steeds meer trachten verantwoordelijkheden bij de opdrachtnemer neer te leggen. Als reactie gaat de opdrachtnemer ‘terugduwen’ en zich zoveel mogelijk in dekken.

Dit spel is al gaande in de aanbestedingsprocedure en de vraag is of dat niet anders kan. Moeten partijen niet meer toenadering zoeken en trachten tot evenwichtige voorwaarden te komen? Is dat niet veel efficiënter dan contracten ‘dichttimmeren’ met negatieve gevolgen voor de onderlinge verhoudingen?

Geheel indachtig het centrale thema van de nieuwe regering, moeten we niet proberen een brug te slaan? Ditmaal tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers, tussen inkopers en tendermanagers? Is de tijd niet rijp om met de nieuwe Aanbestedingswet ook een nationale Aanbestedingsacademie in het leven te roepen? Met deelnemers van opdrachtgevers én opdrachtnemers. Binnen de academie wordt gewerkt aan vergroting van kennis, inzicht in elkaars belangen en dus betere verhoudingen. De Aanbestedingsacademie kan de huidige ontwikkelingen ombuigen naar een weg met veel meer perspectief dan de huidige.

Reageer op dit artikel