nieuws

‘Elk materiaal heeft zijn eigen voordelen’

bouwbreed

Uiteraard bestaat beton over twintig jaar nog steeds, meent Pim Peters. Maar er moet wel wat veranderen binnen de betonbranche, vooral op het gebied van hergebruik.

“Als constructief ontwerper heb ik geen voorkeur voor een bepaald materiaal. Absoluut niet zelfs. Ik heb een voorkeur voor een goede constructie. Een goede constructie kan in principe met alle materialen gemaakt worden. Het gaat erom dat je een materiaal gebruikt dat het meest geschikt is. De ene keer is dat beton, de andere keer staal of hout. Ik vind wel dat producenten van beton, staal en hout te veel naar zichzelf kijken. Ze zijn alledrie afzonderlijk bezig om aan te tonen dat zij het meest duurzame materiaal maken. Elk materiaal heeft zo z’n eigen voordelen als het gaat om duurzaamheid: hout is hergroeibaar, staal is recyclebaar, beton is met thermische activering goed inzetbaar. Ik vind dat deze drie partijen veel meer moeten samenwerken en van elkaar moeten leren, zodat de hele bouwkolom zich bewust wordt van het feit dat duurzaam bouwen op den duur noodzakelijk is. Dat kan heel goed in de vorm van een nieuw op te richten platform. Zelf denk ik dat zo’n platform er in 2030 is.’’

“De kracht van beton is massa en vormvrijheid. En duurzaamheid natuurlijk, in de zin van lange duur. Je kunt heel mooie dingen met beton doen. Voor Pon Holding in Almere hebben wij een brugdek ontworpen. Daar is beton heel mooi en vooral efficiënt in verwerkt. Beton is bij dit project ook echt gebruikt als zichtwerk.’’

“Bouwprofessionals moeten niet bang zijn nieuwe technieken te gebruiken. Dat geldt uiteraard ook voor de betonwereld. Neem betongranulaat, daarin is volgens mij nog een grote slag te maken. Dus meer gebruikmaken van secundaire grondstoffen in plaats van primaire grondstoffen. We schrijven momenteel 20 procent betongranulaat voor, maar waarom niet oprekken naar 40 procent? Het is een kwestie van durven, de risico’s analyseren en bespreekbaar maken.’’

“Het zou me niks verbazen dat nanotechnologie op termijn nieuwe betonsamenstellingen mogelijk maakt. Misschien kun je beton er waterdicht mee krijgen. En er zullen in 2030 ongetwijfeld technieken bestaan die we nu nog niet kennen. Of we kennen de technieken wel, maar durven we ze nog niet toe te passen. IMd probeert in elk geval vernieuwend bezig te zijn. Wij hebben onlangs een constructie ontworpen waarin minder cement aan beton is toegevoegd dan gebruikelijk. Het is toegepast bij een kelder. Dat is goed bevallen.’’

“Ik heb een grote passie voor construeren. Voor dúúrzaam construeren. Als ik naar bouwprojecten kijk, zie ik dat er regelmatig wordt gesmeten met materiaal. Dat kan in veel gevallen anders, dat kan efficiënter. Wees zuinig met de grondstoffen die we hebben. Wij proberen duurzaam te construeren. Ik probeer dat uit te dragen, onder meer door te publiceren. Mijn collega Remko Wiltjer en ik hebben de vijf belangrijkste principes over duurzaam construeren op een rijtje gezet. Op die manier proberen we de discussie aan te jagen.’’

“Een groot deel van mijn collega’s is terughoudend als het gaat om duurzaam construeren. Die zeggen: ‘We maken sowieso al constructies die slank en efficiënt zijn, dus duurzaamheid gaat om die reden aan ons voorbij’. Terwijl ik die bewustwording juist wel heel belangrijk vind. De wereld verandert niet wanneer je een passieve houding aanneemt, wanneer je afwacht. Veel bedrijven hebben te lang afwachtend gehandeld. Grondstoffen raken een keer op. Niet vandaag of morgen, maar ooit. Primaire grondstoffen als grind en zand zijn er nu nog voldoende, staal wordt al moeilijker. Die bewustwording, daar wil ik wat aan doen. Ik ben daarom ook een groot voorstander van milieulastberekening.’’

“Waar die drive voor duurzaamheid bij mij vandaan komt? Ik vind het gewoon zonde wanneer er onnodig veel materiaal wordt gebruikt. Simpel zat. Ik ben een groot voorstander van hergebruik. Bestaande kantoorgebouwen worden te vaak gesloopt om plaats te maken voor nieuwe. Waarom? De constructie is vaak nog goed. Met IMd zitten we sinds vorig jaar in een zestig jaar oude fabrieksloods aan de Maas. De hal zelf is in de oude staat gebleven, de werkruimten zijn als losse, geklimatiseerde units in de hal geplaatst. Je zou kunnen zeggen dat de loods zelf als een niet-geklimatiseerde megaspouw functioneert. De hal heeft niet de comforteisen van een kantoor. ’s Zomers is het soms te warm, ’s winters is het soms te koud. Dat is voor de functionaliteit en het comfort echter geen enkel probleem.’’

“Wat je voor hergebruik bij gebouwen ziet, is dat ze na tien à vijftien jaar na oplevering worden voorzien van extra verdiepingen. Terwijl daar in het ontwerp geen rekening mee is gehouden. Dan kost het plaatsen van die extra lagen veel geld, omdat ook de funderingsconstructie aangepakt moet worden. Waarom wordt er in de ontwerpfase van een nieuw gebouw niet wat vaker nagedacht over mogelijke toekomstige optopping? Dat kan door extra wapening in het beton en extra draagkracht in de funderingsconstructie meenemen. De investeringskosten zullen iets hoger uitvallen, maar het is wel een hele duurzame gedachte. Helaas gebeurt het te weinig. Financiën zijn een belangrijke factor in deze tijd.’’

“Uiteraard bestaat beton in 2030 nog steeds. Maar er moet wel wat veranderen binnen de betonbranche, vooral op het gebied van hergebruik. Kijk, veel particulieren kopen en verkopen hun spulletjes op Marktplaats. Waarom geen Marktplaats opzetten voor de bouwwereld? Het is zo makkelijk om iets te slopen, om betonconstructies te crushen. Terwijl oude kanaalplaten of betonkolommen prima opnieuw ingezet kunnen woorden. Beton is mooi materiaal om mee te werken, maar blijf als branche niet verkondigen dat beton altijd het beste product is. Denk vooral na over hoe beton het beste ingezet kan worden.’’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels