nieuws

Een wereld te winnen door meer industrieel en slimmer te bouwen

bouwbreed

Een wereld te winnen door meer industrieel en slimmer te bouwen

Hoogleraar productontwikkeling Jos Lichtenberg van de TU Eindhoven schreef in 2005 het boek ‘Slimbouwen’. Sinds die tijd zijn er ontwikkelingen in de bouw opgetreden die de traditionele rol van toeleverancier steeds meer omgooien naar procespartner. Bouwpartijen die daarin vooroplopen, zijn de timmerfabrikanten en de houtskeletbouwers.

De bouw is in het slechtste geval een proces waarbij vaklui van diverse disciplines het liefst tegelijkertijd zo groot mogelijke moeite doen elkaar voor de voeten te lopen. Dit leidt ertoe dat bijvoorbeeld de installateur voor circa 40 procent van zijn tijd daadwerkelijk ‘installeert’. De rest gaat op aan overleg, wachttijden, op- en afklimverliezen, aan- en afvoer van materiaal etc. De situatie laat zich kopiëren voor onder meer schilders, timmerlieden, metselaars. “Het casco staat er over het algemeen snel, maar daarna lijkt het alsof niemand op de bouw meer iets doet, omdat iedereen op iedereen wacht”, aldus Jos Lichtenberg.

Bert Kattenbroek van de Nederlandse Bond van Timmerfabrikanten in Bussum: “Als je aan het begin van een bouwproject staat, zie je eerst de vrachtwagens met grote elementen. Daarna is het een af- en aanrijden van steeds kleinere auto’s: kleine vrachtwagens, bestelbusjes tot koeriers om nog even een ontbrekend pakje schroeven te brengen. Als je het bouwproces aan de voorzijde splitst, maak je iemand totaal verantwoordelijk voor zijn wand-, gevel-, of dakdeel en kun je dat soort problemen veel beter ondervangen.”

Kostenbesparing

De voorbeelden hoe het in de traditionele bouw mis kan gaan, de rondedans die dan optreedt, laten zich in het boek van Lichtenberg nog steeds niet zonder ‘grimlach’ lezen. Lichtenberg: “Door slimmer en meer industrieel te bouwen is er een wereld te winnen. Zeker als het direct vanaf de ontwerpfase wordt meegenomen.” En die gewonnen wereld bestaat volgens de hoogleraar uit een hogere flexibiliteit en comfort, afvalreductie, energiebesparing en efficiency. “Een kostenbesparing van 25 procent is zeker haalbaar. Ga maar na: meer dan 5 procent besparing op bouwkosten door reductie van faalkosten, meer dan 10 procent besparing op constructiegewicht, een bouwtijdwinst van circa 5 procent, minder projectgericht advies (3 procent) en minder productievolume (meer dan 5 procent besparing). En dat is geen theorie. Venco Campus in Eersel heeft dergelijke cijfers in de praktijk gehaald.”

De ontwikkeling naar industrieel bouwen is bij de fabrikanten van (houten) ramen en deuren en houtskeletbouwonderdelen als spouwbladen al een tijd aan de gang. Kattenbroek: “De rol als toeleverancier van halfafgewerkte gevelelementen voldoet om een aantal redenen op een groot aantal bouwplaatsen al een aantal jaren niet meer. Je kunt als fabrikant nog zo je best doen op de fabricage van een halffabrikaat, maar als het uiteindelijke eindresultaat ook afhankelijk is van aannemer, montageploeg, beglazer en schilder, dan gaat het wringen. In geval van problemen wijst iedereen met de beschuldigende vinger naar de ander. En zowel opdrachtgever als bewoner blijven met een probleem en een vervelend gevoel achter.”

Afgekeken van de houtskeletbouwers die engineering, productie, montage en afwerking immers altijd al in één hand hielden, introduceerde de NBvT in 2005 nieuwe afleverconcepten voor zijn kozijnproducten. Er werd een differentiëring aangebracht in drie fasen van afwerking en garantie. Van het traditionele voorgelakte onbeglaasde inmetselkozijn, tot een kant-en-klaar beglaasd en afgelakt montagekozijn dat door de timmerfabriek wordt geplaatst en kan worden voorzien van een onderhoudscontract. De SGT-garantietermijn varieert daarin van nul via zes tot tien jaar. “Momenteel leveren onze leden van de sectie kozijnen in de renovatie circa 60 procent van hun productie compleet afgelakt en beglaasd vanuit de fabriek”, aldus Kattenbroek. “En dat percentage stijgt, omdat de voordelen ook voor aannemer en opdrachtgever duidelijk zijn: just-in-time levering op veelal binnenstedelijke bouwlocaties waar de ruimte beperkt is. In de nieuwbouw schommelt het segment Concept III nu rond de 20 procent.”

Omslag

Zowel bij de eigen achterban als in de markt ziet Kattenbroek de omslag niet helemaal zonder slag en stoot gaat. “Een nieuwe werkwijze vergt een omslag in het denken, en niets is moeilijker dan het ombuigen van een traditie die al generaties voortduurt. Een verdere opgang van industrieel bouwen betekent ook een andere logistiek dan bij traditioneel bouwen. Het betekent dat een aannemer veel meer een coördinator wordt. Het betekent anderzijds dat onze leden ook moeten gaan nadenken en investeren in zaken die eerst bij de aannemer hoorden zoals bewonersmanagement, het inhuren van een hijskraan, eigen bouwhekken enz. Maar de ontwikkeling is onstuitbaar.”

Jos Lichtenberg: “Verplaatsing van werk van de bouwplaats naar de gecontroleerde omgeving van de fabriek geeft op meerdere terreinen een efficiencyslag. Ten eerste kun je de bouw organiseren van een lineair proces waarbij de één op de ander moet wachten, naar een parallel proces waarbij leveranciers gelijktijdig het werk op basis van prefab voorbereiden. Dat scheelt zeeën van tijd. Je eindkwaliteit is bovendien vele malen hoger. Tegelijkertijd kun je optimaal met je materialen omgaan en afval tot een minimum beperken. En verder kun je het afval dat wel ontstaat, op een veel betere manier inzamelen en herverwerken.”

Fexibeler (her)gebruik

De hoogleraar telt de laatste jaren circa vijftig projecten die volgens de principes van Slimbouwen zijn uitgevoerd, waarvan veertig in de utiliteitsbouw omdat de installatie-eisen daar hoger zijn. Daarnaast komt ook het flexibeler (her)gebruik van gebouwen binnen handbereik. “Als je vooraf nadenkt over de installaties, ze integreert en ze op knooppunten bereikbaar houdt door bijvoorbeeld luikjes of zones in vloeren of plafonds, dan kunnen ze meeveranderen met het gebruik van het gebouw. Dan hoef je achteraf niet meer na te denken hoe je eventuele problemen moet oplossen. Op dat vlak past houtskeletbouw eigenlijk naadloos bij de Slimbouwen-methode. Je hebt open ruimte voor het wegwerken van leidingen. Het is industrieel, licht, dubbelschalig, geïntegreerd en flexibel veranderbaar. Dat is het mooie van skeletconstructies. Massieve bouwwijzen als kalkzandsteen of beton ondersteunen die mate van flexibiliteit van nature niet.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels