nieuws

Bouwmuseum moet schoonheid van het techniekvak laten zien

bouwbreed

Zwelgen in nostalgie is aan hem niet besteed, onderstreept Harry Verhoeven. “Vroeger was zeker niet alles beter.” Via het verleden legt hij op de eerste plaats een verbinding met de toekomst. “Ik probeer overal de goede elementen uit te halen.”

Een vijftigtal werkstukken van ambachtsschoolleerlingen uit de jaren vijftig van de vorige eeuw zal zijn boodschap illustreren. Dat het klopt wat de leus werd van een bierreclame. Hoe vakmanschap meesterschap kan worden. “Dit is allemaal gemaakt door jongens van veertien. Oefeningen zijn het voor het ontwikkelen van oog voor verhoudingen, en van nauwkeurigheid en discipline.”

Vakmanschap kan met behulp van goed onderwijs, meent hij, tot grote hoogte stijgen. Een voorwaarde is dat de liefde voor het vak aanwakkert. Hij toont een ontwerpschets die zou kunnen dienen voor een sierlijk smeedijzeren hek en wijst naar zijn hoofd. “Om zoiets te maken, heb je dìt nodig.” Met het koppie-koppiegebaar hekelt hij gelijk een in zijn ogen dramatische misverstand: dat vakwerk iets voor de kneusjes zou zijn.

Toch, het hedendaagse niveau ervan in de bouw heeft volgens hem dringend een oppepper nodig. Een manier om dat te bereiken is volgens hem jongeren meer liefde voor het vak bijbrengen. “Ik zeg altijd maar zo: je moet geen timmerlieden opleiden, je moet mensen zo vormen dat ze timmeren leuk vinden. Dan krijg je andere bouwvakkers. Die niet alleen voor het geld komen maar het ook fijn vinden iets moois te maken.”

Levend

Een levend historisch bewijsstuk dient zich aan in de museumruimte. Een van de vijftig getoonde ambachtsschoolwerkstukken had van hem kunnen zijn. Nu bouwt hij mee aan een voorbeeld van een historische gildekamer, met een rijk geornamenteerd interieur. Wout van der Sanden (71) begon op zijn dertiende als stukadoor en beoefent dit vak nog steeds. “Elke dag. In het bedrijf van mijn zoon.” Verhoeven hoopt dat leerlingen in hem een lichtend voorbeeld zien van een mooie toekomst. Een waarin mensen niet voortijdig versleten raken.

“Ik ken veel jongens”, zegt Van der Sanden, “met wie ik heb samengewerkt in mijn begintijd en die al plat liggen. Zijn begraven. Om verschillende redenen maar wat ik veel zag: mensen letten slecht op zichzelf. Stampen maar door. Tot ’s nachts toe. Meters maken met de handdoek over de kuip. Werken als gekken om een paar tientjes meer. Dat houd je niet vol.”

Hij ziet het opnieuw gebeuren, wellicht nog een graadje erger. “Oost-Europeanen die werken voor een paar euro per uur. Dan moet je wel heel veel uren maken. Maar als je het alleen voor het geld doet, werkt het niet. Ik heb het ook altijd graag gedaan. Ben blij als ik zie dat mensen blij zijn met wat ik heb gemaakt.”

Geen misverstand, voegt hij daaraan toe: productie halen telt wel degelijk. “Maar je moet het vak daarvoor eerst goed beheersen. Dan komt het tempo vanzelf.”

Een les is dat die er bij de TechniekHuys-directeur in gaat als het heilige woord in een kapelaan. “Het niveau in de bouw is bedroevend”, verzucht hij. “De faalkosten zijn enorm, mensen lopen over elkaars werk heen. We moeten zien meer te komen tot echt vakmanschap.”

Omgeving

Veertien op de bouw georiënteerde technische opleidingen onder één dak. Daarmee is het vorig jaar geopende TechniekHuys vooralsnog uniek in Nederland. De leerlingen wil Verhoeven behalve door het onderwijs zelf, ook door de huisvesting een inspirerende omgeving bieden. Het bouwmuseum is een onderdeel van het uitgebreide complex maar, zo maakt hij tijdens een rondgang duidelijk, eigenlijk is het hele TechniekHuys een bouwmuseum.

Veel oude materialen zijn bijvoorbeeld in het interieur hergebruikt. Cradle to cradle heet dat, weet hij. “Maar ik wil er vooral mee laten zien dat hergebruikte materialen ook esthetisch een rol kunnen spelen.”

De entreehal is een toonbeeld daarvan. Een oude houten vloer, gebrandschilderde ramen uit een gesloopte kerk, een roestige stalen golfplaat als wandelement.

Soms betreft het hergebruik van een oud idee. Zoals voor de moderne wko-installatie die achter een glazen wand in volle glorie te zien is, net als vroeger de stoommachines in fabrieken. Of voor de in steen gebeitelde spreuk bij de entree. Die luidt: “Hier zoekt men inzicht te verwerven in het wonder van het maken door te leren met hoofd, hart en hand.”

De gebrandschilderde ramen die er hangen, blijken, lang geleden, gemaakt door René Smeets, “de grondlegger van de Eindhovense Design Academie”. De beschermheiligen van de steenhouwers en metselaars en van de timmerlui zijn meegekomen uit de kerk. Het interieur ademt duidelijk iets van de sfeer van het vroegere rijke roomse leven. “Voor mensen van mijn leeftijd, die dat hebben meegemaakt, zeker. Maar jongeren kijken anders. Kennen de achtergrond niet en zien er vooral iets in dat erg mooi is gemaakt.”

De moderne tijd en de toekomst zitten, naast het vele schoons uit het verleden, evengoed in het TechniekHuys verwerkt, onderstreept Verhoeven. De wko-installatie bijvoorbeeld. Het sheddak is geïnspireerd op oude fabriekshallen maar kreeg een eigentijdse functie. Hij wijst erop dat het noorderlicht dat hier doorheen de praktijklokalen binnenvalt, vooral uitermate plezierig is. De op het zuiden georiënteerde lichtdichte sheddakdelen zijn bekleed met zonnepanelen, voor de energiebron van de toekomst.

Persoonlijke gids

Kunst en materiaalkunde komen samen in de loungeruimte. Een buitenformaat wandkleed toont de potentie van een belangrijk bouwmateriaal. Op het oog dikke stof blijkt bij nadere beschouwing beton. Het huwelijk tussen kunst en techniek is goed besteed aan Verhoeven, die naast onderwijsman ook kunstenaar is – en ooit op zijn vijftiende begon als metselaar.

Het streven is het museum eind mei volgend jaar te openen. Leerlingen werken er enthousiast aan mee maar, ziet ook de stukadoor, het tempo blijft een onzekere factor.

De bezoekers zullen op veel techniek stuiten. Ook als hulpmiddel voor informatieverstrekking. Een panelenwand biedt ze bijvoorbeeld dankzij bijzondere lichttechniek een persoonlijke gids langs bouwtechnieken van de oudheid tot nu. En een Nemo-achtig ‘ontdekpodium’ voor de jeugd sluit aan bij de traditie van het vroegere Eindhovense Evoluon.

Dat het TechniekHuys zich ook profileert als centrum voor zakelijke bijeenkomsten, is om de welkome extra inkomsten maar ook ter promotie van het techniekonderwijs, zo verzekert Verhoeven. “Ik ontvang veel mensen. Die ervaren hoop ik gelijk iets van de schoonheid van het vak.” n

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels