nieuws

Bouw is de crisis nu wel zat

bouwbreed

Bouw is de crisis nu wel zat

De presentatie van de Cobouw 50 en de uitreiking van de Cobouw Award 2012 brachten de Nederlandse bouwwereld woensdag bijeen in de Rotterdamse Cruiseterminal. Natuurlijk was de economische malaise een dankbaar gespreksonderwerp, maar er werd ook vooruitgekeken. De bouw vernieuwt allang. Nu de opdrachtgever nog.

Cobouw-hoofdredacteur Rogier Rijkers vat aan het begin van de avond samen waar het in de nabije toekomst om zal draaien: ketenintegratie, vertrouwen en samenwerking. “Het is niet toevallig dat de bedrijven die het afgelopen jaar het best hebben gepresteerd het juist op die onderwerpen erg goed doen.” Het is een analyse die op veel instemming kan rekenen van de aanwezigen, hoewel de meesten een concreet voorbeeld van nieuwe samenwerking niet voorhanden hebben.

Een bijeenkomst als deze is wellicht een mooi moment voor een ontkiemende vriendschap. “Er wordt hier inderdaad niet alleen over voetbal gepraat,” lacht Hans de Koning, directeur van tunnelbouwer Max Bögl Nederland. “We hebben het ook over nieuwe kansen, en hoe je elkaar daarbij kunt helpen. Niet alles hoeft anders, maar we willen wel zorgen dat we ook in de toekomst nog werk te doen hebben.” Collega’s om hem heen knikken instemmend. “We moeten ook eens ophouden het over de crisis te hebben”, stelt Teus de Wit, directeur bij wegenbouwer Versluys en Zoon. “Het is inmiddels een nieuwe realiteit. Bij ons hangt een bordje op het bedrijf ‘verboden het woord crisis te gebruiken’.”

De bouw wil vooruitkijken, en is bereid om nieuwe oplossingen te bedenken om aan de veranderende eisen te voldoen. De Koning: “Maar de opdrachtgever moet wel mee. Het is nog te vaak zo dat wij oplossingen aandragen, maar dat opdrachtgevers vooral met mitsen en maren komen. Een gemiste kans is dat de rijksoverheid de bouw niet als innovatieve sector beschouwt.”

De Wit: “Een goed voorbeeld van die stilstand bij de overheid is het bezuinigingspakket van 250 miljoen op de infrastructuur. Dat is een enorm probleem voor onze sector. De bouw is een grote economische motor, en deze maatregel gaat drieduizend arbeidsplaatsen kosten. En let wel hè, die 250 miljoen is per jaar. Dus een miljard over vier jaar.”

Spagaat

Samenwerking tussen bouwpartners is nuttig, maar de opdrachtgever – vaak een overheid – moet wel meewerken en geen onzinnige eisen stellen, vindt ook Peter van Essen van branchevereniging NLingenieurs. “Met de nieuwe contractvormen zit de bouwsector, en zeker de ingenieursbureaus, vaak in een spagaat. De opdrachtgever stelt allerlei eisen aan de inrichting van het bouwproces, maar komt zelf niet over de brug. Het heet geen opdrachtgever/opdrachtnemerschap meer, maar partnerschap. Vervolgens wordt bij het ingenieursbureau een onbeperkte aansprakelijkheid neergelegd. Sorry, maar volgens mij doe je zoiets niet met je partners.”

Ancella Klunne, partner bij advocatenbureau Severijn Hulshof, ziet ook dat de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer nog geen gelijkwaardig partnerschap is. “Of er goed wordt samengewerkt, is vaak geen kwestie van contracten of afspraken op hoger niveau, maar van mensen die op het werk zijn. En hoeveel mandaat de vertegenwoordiger van de opdrachtgever heeft.” Door de vermindering van de bouwproductie nemen de juridische procedures over onderwerpen als aansprakelijkheid wel af, maar wordt relatief vaker geprocedeerd over een aanbesteding. “Men is formeler geworden. Afspraken worden meer in contracten vastgelegd. Bouwers zeggen wel eens: vroeger bouwden we, maar tegenwoordig voeren we een contract uit.”

Leuk

De nieuwe realiteit in de bouw is makkelijker te accepteren voor de jongere generatie. Volgens architect Annemiek Bleumink van bureau Kraaijvanger is de nieuwe mores juist heel leuk. “Alles staat onder druk, maar daardoor komen er meer innovaties in het bouwproces. Ik vind het veel leuker al in een veel eerdere fase met een bouwer aan tafel te zitten. Zo kom je tot betere resultaten.”

Ook Onno Dwars van Volker Wessels Vastgoed vindt de huidige tijd veel inspirerender dan vroeger. Opmerkelijk voor het deel van de sector waar waarschijnlijk de hardste klappen vallen. “Klopt, maar toch hoop ik dat die glorietijd van de projectontwikkeling niet meer terugkomt. Projectontwikkeling gaat nu weer veel meer over maatschappelijk belang en duurzaamheid in plaats van winsten en opbrengst. Beleggers vragen tegenwoordig als eerste naar een duurzaamheidsclausule in een projectplan, anders gaan ze er niet eens mee naar hun aandeelhouders. En wij kunnen ons nu weer bezighouden met projecten die een echte maatschappelijke relevantie hebben. Zo zaten we laatst om tafel met particuliere initiatiefnemers voor de bouw van een ecowijkje. Dan ben ik echt trots dat onze expertise daarvoor gevraagd wordt.”

Maar toch blijft het bouwen zelf, en de waardering voor een mooi gebouw een geliefd gespreksonderwerp. Naast de Cruiseterminal ligt een spectaculaire bouwplaats: De Rotterdam, het project van Rem Koolhaas. Bezoekers tonen zich onder de indruk van het gebouw met een imposante aanblik vanaf de Erasmusbrug. Maar Teus de Wit plaatst wel een kanttekening. “Toch jammer dat dat geen Nederlandse bouwer is.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels