nieuws

Bouw 2.0: samen op zoek naar het slimste product

bouwbreed

De bouw is een sector in transitie. Nieuwe contract- en 
samenwerkingsvormen moeten de sector opschudden 
voor uitdagingen als verduurzaming, complexe binnenstedelijke projecten en grootschalige infrastructurele projecten. 
Twee jonge mensen laten hun licht schijnen over de vraag 
hoe de bouw er in de toekomst uitziet.

“De bouw is niet langer puur een stenenstapelbusiness . We gaan steeds meer richting dienstverlening en productontwikkeling. Daardoor stroomt een ander type mensen de bouwwereld binnen. Elk bouwbedrijf is in staat om deugdelijk te bouwen, maar lang niet iedere bouwer kan daar een adequate dienstverlening bij bieden. Terwijl dat juist steeds meer het verschil maakt. Er is een duidelijke ontwikkeling gaande richting contractvormen, waarbij de klant zijn proces omschrijft en de bouwer vraagt ervoor te zorgen dat dit zo optimaal mogelijk verloopt. Ik geloof dat bouwbedrijven die op deze nieuwe insteek kunnen inspelen, grote successen te wachten staan. Bouw 2.0 betekent meer doen dan bouwen alleen. Bij BAM PPP verzorgen wij ontwerp, bouw, onderhoud en financiering. Maar vaak ook exploitatie: schoonmaken, catering. Ik werk nu voor BAM Gebouwbeheer aan een prestatiecontract voor beheer en onderhoud van vierhonderd objecten van Rijkswaterstaat. Daar zie je een hele mooie samenwerking ontstaan tussen twee volwassen partners die op een positieve manier hun verantwoordelijkheden verdelen. In het Verenigd Koninkrijk rijden al ambulancebusjes rond met het BAM-logo. Dat is een uitvloeisel van een design, build, finance, maintain and operate (dbfmo-) project. Je bouwt een ziekenhuis, zorgt voor de financiering en 25 jaar lang betaalt de klant een beschikbaarheidvergoeding. De operaties doen ze zelf, alles wat niet te maken heeft met het primaire proces van patiëntenzorg regelt BAM. De klant heeft er geen omkijken naar.

Ik denk dat ook de uitvoerende bouw door deze ontwikkelingen steeds meer bouwteams met ‘nieuwe mensen’ krijgt. Met aanvullende competenties en een andere achtergrond. Andere branches zijn op sommige punten verder dan wij in de – vaak als traditioneel beschouwde – bouw. Mensen met een andere kijk betrekken, leidt gewoonlijk tot meer succes. Een fantastische brugconstructeur is niet altijd goed in klantcontact. En een asfaltexpert heeft geen verstand van maaltijdlogistiek in een ziekenhuis. De huidige opmars van vrouwen in de bouw is geen toeval. Over het algemeen hebben vrouwen andere interesses en kerncompetenties dan mannen. Trouwens, 90 procent van de beslissingen over waar mensen gaan wonen, gebeurt door vrouwen. Meer vrouwen in je bedrijf betekent dus dat je je klant beter kent.

Een kennisinstituut als de Betonvereniging kan, denk ik, een belangrijke rol spelen bij het opleiden van de nieuwe instromers. Die hebben toch basiskennis nodig van bouwkundige processen. Ik heb het zelf ook via een traineeship moeten leren. Het feit dat je ook andere dingen gaat doen, moet geen nadelige gevolgen hebben voor het kennisniveau in de bouw.”

“In toekomstverhalen zie je meestal buitenissige gebouwen waartussen zich vliegauto’s voortbewegen. Ik denk niet dat we dit in 2030 al zien. Er zullen nieuwe bouwtechnieken zijn, maar veel ‘oude’ gebouwen – die vijftig jaar geleden of nu zijn gebouwd – zullen er ook nog staan. Ik denk dat vooral onze manier van samenwerken zal zijn veranderd.

In onze organisatie zijn we nu al intensief bezig met de vraag hoe wij de samenwerking met opdrachtgever, onderaannemers en leveranciers beter kunnen vormgeven. Daarbij gaat het om ketenintegratie en effectieve inzet van ICT-middelen om tot een soepeler informatie-uitwisseling te komen.

Als opdrachtnemer dingen we geregeld mee naar aanbestedingen van Rijkswaterstaat op basis van best value procurement . Die inkoopmethodiek gaat niet uit van controleren van aanbieders, maar laat hen juist los en geeft ze vertrouwen. Je wordt als opdrachtnemer uitgedaagd een zo goed mogelijk product te leveren en de kennis die je in huis hebt maximaal te benutten. Voor ons als hoofdaannemer interessant om te zien of we met onderaannemers en leveranciers een soortgelijk samenwerkingsmodel kunnen aangaan. Dan ga je op een heel andere manier met hen aan tafel dan wanneer je hen een kant-en-klaar bestek voorlegt met de mededeling dat ze mogen meedoen als ze dat het goedkoopst kunnen. Je neemt ze als expert mee.

Bij het huidige project in Deventer doen we dat bijvoorbeeld voor de funderingswerkzaamheden. Op basis van het eisenpakket van de opdrachtgever zoeken we samen de slimste oplossing. Je ziet meteen een web van informatiestromen ontstaan tussen opdrachtgever, stakeholders, technische leveranciers en onderaannemers. Interessant ook om eens een kijkje in de keuken van andere betrokkenen te krijgen. Daar steek je wat van op. Ik hoop dat dit in 2030 standaard is.

Bij Elja maken we voornamelijk civieltechnische constructies. Van beton dus. Daarin staan de technische ontwikkelingen niet stil. Bouwen wordt complexer en dat vereist meer standaardisatie om eenheid en overzicht te creëren. Je kunt denken aan prefabriceren, maar misschien gaan we ook wel richting beton printen. De nieuwste 3D-printers kunnen met betonspecie de prachtigste vormen maken. Misschien printen we onze gebouwen wel in 2030, zonder bekistingen.

Zelfs als dat gebeurt, is ketenintegratie volgens mij nodig. Uiteindelijk houd je altijd verschillende partijen die het samen maken. In dit geval zul je als aannemer alleen meer met ICT’ers te maken hebben dan met bekistingbouwers.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels