nieuws

Architecten moeten aan de fiets denken

bouwbreed

Architectuurtheoreticus Steven Fleming bepleit voor een grotere plek voor de fiets in steden. De Australische hoogleraar was even in Nederland voor de lancering van zijn boek Cycle Space.

Heeft de fiets niet allang haar plek bevochten?

“Zelfs in uitgesproken fietslanden als Nederland en Denemarken wordt voor slechts 26 procent van de dagelijkse transporten de fiets gepakt.”

Hoe verbeter je dat?

“Je moet de openbare ruimte zo inrichten dat het aantrekkelijker wordt om te fietsen. Meer gescheiden fietsstroken, voldoende stallingsmogelijkheden, dat soort zaken.”

In uw boek vergelijkt u de Nederlandse mega-fietsenstallingen met gereformeerde kerken.

“Dat is zeker niet negatief bedoeld. Het zijn pragmatische functionele gebouwen.”

Architecten zijn met hun gedweep medeschuldig aan de opmars van het ophemelen van de auto, lees ik.

“Ze hebben zeker een rol gespeeld met hun ontwerpen uit de jaren ‘20 en ‘30 met een prominente plek voor de auto. Inmiddels zijn veel steden compleet dichtgeslibd.”

Nu moeten ze zich richten op fietsers?

“Je kunt snel behoorlijke afstanden afleggen. Het is gezond, je vervuilt de omgeving niet en je komt meestal sneller op je bestemming aan.”

Gloren er nieuwe gebouwtypen?

“Het Deense architectenbureau BIG heeft in Kopenhagen een gebouw neergezet waar je met hellingbanen tot de vierde verdieping kunt fietsen.”

Allemaal vastgelegd in dat boek?

“Ik ga verder met onderzoek en publiceren. En ik adviseer sommige opdrachtgevers, zoals het stadsbestuur van Singapore. Zij kunnen het stelsel van oude afvoerkanalen en open riolen overdekken en omvormen tot een fietsroutenetwerk. Compleet zelfstandig dat nergens interfereert met de autowegen. Want daar zijn stedenbouwers altijd heel huiverig voor.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels