nieuws

Wet Hof heeft grote gevolgen voor provincies en gemeenten

bouwbreed Premium

De Wet houdbaarheid overheidsfinanciën (Wet Hof) heeft – in zijn huidige vorm – grote gevolgen voor gemeenten, provincies en waterschappen. In veel gevallen kunnen voorgenomen investeringen in wegen, gebouwen en landschap niet meer worden gedaan. Eén van de manieren om de gevolgen te beperken is die investeringen over te laten aan andere partijen om daarna terug te huren of te leasen. Gezien de ervaringen in Engeland met private finance initiatives (pfi’s) is het de vraag of dat wenselijk is.

De Wet Hof is de uitwerking van het streven van de rijksoverheid het begrotingstekort onder 3 procent te houden. Het aandeel van gemeenten, provincies en waterschappen is respectievelijk 0,35, 0,07 en 0,05 procent. Het probleem ontstaat door de wijze waarop het tekort wordt bepaald. De uitgaven en inkomsten binnen één jaar zijn bepalend en de mutaties op de vermogenspositie tellen niet mee. Een investering, zoals de bouw van een rondweg, wordt dus gezien als uitgave, waarbij niet relevant is of dat geld uit een reserve komt of niet. Gemeenten die een (grote) reserve hebben en daaruit de komende jaren willen investeren, kunnen dat dus maar beperkt doen. Als het voorstel in zijn huidige vorm wordt aangenomen, zal dat voor veel gemeenten, provincies en waterschappen grote gevolgen hebben. Dat treft vooral de ‘rijke’ overheden. Zo kreeg de provincie Gelderland door de verkoop van de Nuon-aandelen circa 4 miljard euro in kas. Met het rendement kan jaarlijks voor 200 miljoen aan investeringen worden gedaan. Als de Wet Hof van kracht wordt, moet dat dalen tot circa 120 miljoen. De gevolgen zijn hier nog groter, omdat ook de reguliere bestemmingsreserves (800 miljoen) ook onder deze wet vallen.

Er zijn eigenlijk maar drie mogelijkheden om de gevolgen te beperken. De eerste is niet aanvaardbaar; geen investeringen meer. De tweede ligt maatschappelijk erg moeilijk: vergroten van de inkomsten. Een waterschap kan het tarief verhogen, maar de lastenstijging mag per jaar niet meer dan 5 procent bedragen, bepaalde de Tweede Kamer onlangs. Met zo’n geringe stijging wordt het probleem ook niet opgelost. De derde oplossing bestaat uit indirect investeren: andere partijen investeren, waarna lokale overheden het gebouwde weer huren of leasen.

De laatste mogelijkheid klinkt waarschijnlijk bekend; het is de kern van contracten zoals dbfm. Daarbij neemt een marktpartij (een consortium) het ontwerp, de bouw, exploitatie én financiering op zich. De opdrachtgever betaalt terug in termijnen, de beschikbaarheidsvergoeding genoemd. De rijksoverheid stimuleert dit soort contractormen, en benadrukt vooral dat hiermee een kostenvoordeel kan worden behaald. De aantoonbaarheid is echter lastig, vooral door de lange looptijd.

In Engeland is men al veel langer bekend met dit soort contractvormen die men daar pfi’s noemt. In 2011 is een rapport verschenen waarin een groot aantal van dit soort projecten is geëvalueerd. Daaruit blijkt dat eigenlijk geen sprake is van hogere kwaliteit of kostenvoordeel, integendeel. Het rapport analyseert haarfijn waarom (lagere) overheden voor dit soort contractvormen kozen. Dat blijkt vooral omdat men door de wijze van externe financiering in staat was projecten te realiseren waarvoor eigenlijk de middelen (lees: reserves) ontbraken. En daarmee werden financiële verplichtingen aangegaan waarvan men nu de (negatieve) gevolgen merkt.

Als de Wet Hof van kracht wordt, ontstaan dezelfde prikkels die in dit rapport worden veroordeeld. Dat kan tot gevolg hebben dat contractvormen zoals dbfm ook hier echt doorbreken. De vraag is of de reden om deze toe te passen zuiver is. Voor een overheidspartij is extern financieren duurder dan zelf financieren, zeker als er een flink vermogen is. De vraag is of dat kan worden terugverdiend. En misschien nog wel belangrijker is de looptijd. Een dbfm-contract betekent een verplichting voor twintig tot dertig jaar. De Wet Hof is nu actueel en noodzakelijk, maar zal dat ook over vijf jaar nog zo zijn?

Hopelijk denkt Den Haag nog eens heel goed na over de gevolgen, anders moeten gemeenten, provincies en waterschappen zeer lastige afwegingen gaan maken.

Reageer op dit artikel