nieuws

‘Alles moet gebruik gaan maken van dat water’

bouwbreed

In 2030 telt Nederland een stuk of vier drijvende wijken en steden, voorspelt hoogleraar transitiemanagement Jan Rotmans. Hij ziet ook nieuwe multinationals ontstaan op het gebied van mobiliteit. “Zij kunnen als een soort informatiemakelaar fungeren en individuele reisadviezen uidokteren”

“Voor veel mensen is het moeilijk voor te stellen, maar zo’n 1100 jaar terug bevond het maaiveld van Rotterdam en veel andere plaatsen in het westen van het land zich 5 meter hoger dan nu. In 2050 bevindt het zich nog een meter lager ten opzichte van de zeespiegel. Regenbuien worden dan heviger, rivieren voeren periodiek veel meer water af. Daar valt niet tegenaan te pompen. Je kunt maar beter meebewegen met het water. Benut het water. Ga drijvend wonen, maar ook werken en recreëren op het water. Alles moet gebruik gaan maken van dat water in plaats van er tegen te vechten. Ook boeren, want tegen de zoute kwel valt niet op te boksen. Ze kunnen dus beter zilte gewassen gaan verbouwen. Zilte broccoli, zilte zeekool, zilte sla. De gewassen zijn er al en er is een voorhoede van restaurants die er uitstekende gerechten van bereidt.

In 2050 staat de halve Randstad onder water. Terwijl er ook nog eens ruim een miljoen mensen meer wonen en werken dan nu. Want de ontvolking van het platteland gaat door. Gelukkig is bouwen op het water technisch geen enkel probleem. Sinds twee jaar drijft er in de Rotterdamse Rijnhaven een bijzonder paviljoen dat laat zien hoe het kan. Veel piepschuim in de basis, een lichtgewicht staalconstructie daar bovenop en een isolerende maar lichtdoorlatende huid van ETFE-folie rondom.

Een heel goed en innovatief concept. Daarnaast komt binnenkort een drijvend zwembad te liggen en later nog een drijvend hockeyveld. Gepland staan verder nog een drijvende kas, een drijvend park en een aantal woningen. Deze drijvende experimenten vormen de opmaat voor een heuse drijvende wijk die de komende jaren wordt gerealiseerd. Leidingen leggen en ondergrondse infrastructuur aanbrengen is daarin kinderlijk eenvoudig. Bouwen op water biedt dus ook duidelijke voordelen. Nog afgezien van het feit dat veel mensen graag op en rond het water vertoeven. De waarde van huizen in de buurt van water is niet voor niets altijd al hoger. Amsterdam, Almere en de Haarlemmermeer werken aan vergelijkbare plannen voor drijvende wijken. Ze zijn er niet van vandaag of morgen, maar in 2030 telt Nederland toch zeker een stuk of vier drijvende wijken of steden.

Bij de bouw daarvan zullen intermediairs een grote rol spelen Want, ook op het water, bouwen we veel in particulier opdrachtgeverschap en vooral vraaggestuurd. Iedereen heeft er tegenwoordig de mond van vol, maar in de praktijk gebeurt het nog bitter weinig.

Ommezwaai

De haven van Rotterdam is in overslagvolume allang niet meer de grootste ter wereld maar nog altijd wel het grootste koolstofknooppunt. Dat geeft wel aan hoe belangrijk fossiele brandstoffen nu nog zijn voor de Nederlandse economie. Met als de ongekroonde koning multinational Shell. In 2030 zal Shell nog wel bestaan, maar twintig jaar later niet meer. Of het bedrijf moet in staat zijn een enorme ommezwaai te maken. Want het is tegen die tijd echt gedaan met de fossiele energie.

Nieuwe multinationals zie ik ontstaan op het gebied van mobiliteit. Die ook weer als een soort informatiemakelaar fungeren en individuele slimme reisadviezen uitdokteren. Helemaal afgestemd op de trip die jij die dag maakt. In een volgende fase regelen die bedrijven ook nog alle vervoer voor je. Ze hebben die trein die je naar die stad tweehonderd kilometer verderop brengt, zetten de elektrische fiets klaar voor de laatste vijftien kilometer, of zorgen er voor dat je je zelfsturende auto op tijd kunt aankoppelen aan een sophisticated lightway met allemaal geschakelde intelligente voertuigen. Op dezelfde manier zal de aannemer een informatiemakelaar moeten worden om in woon- en andere huisvestingsvragen te kunnen voorzien. Compleet vraaggestuurd. Welke van de huidige aannemers de transitie overleven durf ik niet te voorspellen. Het zijn niet bij voorbaat de grootste spelers als BAM en Volker Wessels. Je kunt niet eindeloos de kat uit de boom kijken en dan als de omwenteling gaande is een paar bedrijven opkopen om weer vrolijk mee te doen. Er is een cultuuromslag en een structuurverandering nodig en dat kost tijd. Dat vraagt om nieuwe mensen met andere competenties. De worsteling die het soms oplevert zie je momenteel bij energiebedrijven. Ingenieurs die daar altijd kilowatturen verkochten moeten nu het product energiebesparing – zoals isolatie – aan de man brengen. Dat leidt tot nogal lastige situaties.

Ik heb geen glazen bol en doe ook niet aan koffiedikkijken. Alles wat ik schets in de toekomst gebeurt nu al op kleine schaal via experimenten en projecten Dat is anders dan bij futurologen zoals de gebroeders Das, die ik overigens zeer bewonder, maar waarbij de fantasie soms met hen op de loop ging. Ik kijk naar niche-ontwikkelingen die al in een onderstroom aanwezig zijn. Ontwikkelingen komen nooit uit het niets, maar sluimeren een tijdje, dan vindt er een omslag plaats en worden ze plotseling heel groot.

Het bekendste recente voorbeeld is internet. Het was vijf jaar lang een handig communicatiemiddel dat een kleine groep wetenschappers het liefst voor zichzelf wilden houden totdat buitenstaanders er lucht van kregen en het de hele wereld op zijn kop zette. Stadslandbouw, dakenboeren, kantelende gevelontwikkeling, biobased materials en een complete biobased economy… het maakt allemaal deel uit van de transitie naar een duurzame economie waar we aan de vooravond van staan. Als ik in Shanghai of in Hong Kong presentaties over een duurzame drijvende stad geef, komen toehoorders na afloop naar me toe en zeggen dat ze met de ideeën aan de slag willen. Onmiddellijk. Hier loop ik nogal eens tegen bureaucratische rompslomp en tegenwerkende instanties aan. Het bekende ‘ja, maar’ denken in Nederland. Het kostte liefst twee jaar om alle procedures te doorlopen en alle weerstanden te overwinnen voor het drijvende paviljoen in de Rotterdamse Rijnhaven.

Het bouwen zelf, op het water, was in een half jaar gedaan. Eigenlijk mag bouwen op water niet, omdat het Bouwbesluit alleen voor vastegrond geldt. Het gevolg is dat er nu een heel regelnetwerk is opgetuigd, compleet met NEN-normen, voor bouwen op het water. Maar daar laten we ons niet door ontmoedigen. Die drijvende huizen in de Rijnhaven en later een drijvende wijk in de Maashaven zijn er sneller dan menigeen denkt.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels