nieuws

Interview Gerd de Kruif: ‘Bodemverontreiniging heeft gebiedsgerichte aanpak nodig’

bouwbreed

Interview Gerd de Kruif: ‘Bodemverontreiniging heeft gebiedsgerichte aanpak nodig’

“Bodemsanering moet een onderdeel worden van integrale gebiedsontwikkelingen en de verkokering tussen bodem en water moet verdwijnen.” Gerd de Kruif, programmadirecteur van het Uitvoeringsprogramma Bodem-convenant, geeft een doorkijkje naar de toekomst van bodem-saneringen.

De Kruif is verantwoordelijk voor coördinatie van sanering van alle spoedlocaties in Nederland tot 2015; bodemverontreinigingen die met voorrang schoongemaakt moeten worden vanwege risico’s voor de menselijke gezondheid. Twee jaar na het startschot van het programma maakt De Kruif een tussenbalans op. Ligt het programma nog op koers? Kunnen alle spoedlocaties op tijd worden gesaneerd? Is er genoeg geld?

Hij lijkt tevreden over de antwoorden. Ja, het lijkt erop of het geld voldoende zal zijn. Ja, provincies en gemeenten liggen op schema. Maar daarmee is niet gezegd dat de geldkraan na 2014 dicht kan. “In 2013 evalueren we opnieuw. Dan adviseren we over het vervolg en of er geld bijmoet.”

In totaal telt Nederland echter zo’n 60.000 bodemverontreinigingen. Per jaar worden duizenden verontreinigingen gesaneerd. Het convenant heeft 401 zogenoemde ‘humane’ spoedeisende locaties geteld. Daar komen in 2013 ook de locaties bij die risico’s meebrengen voor verspreiding of voor ecologie. Ook al zijn momenteel van de 401 locaties nog 101 locaties niet nader onderzocht en wachten 97 verontreinigingen op start van de sanering. “We hopen dat we in 2015 zo ver mogelijk gekomen zijn met de spoedsaneringen. We hebben het 30 jaar na Lekkerkerk nog steeds over spoedeisende locaties, dat moet een keer afgelopen zijn.”

Wat dan waarschijnlijk nog resteert zijn de ingewikkelde gevallen. “De plekken waar het verspreidingsrisico het grootst is, waar de verontreiniging zich kan vermengen met andere verontreinigingen waardoor je het meer gebiedsgericht moet aanpakken.” Dat vraagt om een nieuwe aanpak van de bodemsanering, stelt De Kruif. “Meer vanuit een integrale gebiedsgerichte aanpak en door vernieuwende technieken. Door verbinding met de ruimtelijke ontwikkeling, kan de bodem meerwaarde toevoegen.”

Een van de sectorale benaderingen waar hij bij de bodemsaneringen tegenaan loopt, is de verwijdering tussen de bodem- en de watersector. “Het zou goed zijn als die meer met elkaar samenwerken”, stelt hij. Een voorbeeld van zo’n aanpak is de biowasmachine in Utrecht. “Daar verbeteren ze de grondkwaliteit door een combinatie van warmte-koudeopslag en beweging in de grondwaterstromen.”

Wat hij wil zeggen: de ondergrond is niet alleen een probleem voor een gebiedsontwikkeling. “De ondergrond kan heel veel bijdragen aan maatschappelijk gewenste ontwikkelingen. Daar kun je de verontreiniging ook bij pakken, maar het heeft een breder perspectief. Alles komt uit de grond voort. Je kunt er veel mee: ruimtelijke ontwikkeling, energieproductie, grondwateronttrekking, waterberging, delfstoffen.” Dat is voor een deel wishful thinking geeft hij toe. “Maar als we sectoraal blijven werken komt Nederland helemaal op z’n gat te liggen. Het initiatief ligt bij lokale bestuurders. Het vraagt lef om ontwikkelingen vernieuwend aan te pakken.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels