nieuws

Helder overzicht van wetgeving ruimte en cultureel erfgoed

bouwbreed

Regelgeving over hoe ruimtelijke ordening en cultureel erfgoed zich verhouden, is ingewikkelde materie. In het boek Cultureel erfgoed en ruimte wordt die toegankelijk gemaakt. Het gaat onder meer uitgebreid in op de aanpassing van het Besluit ruimtelijke ordening die per 1 januari 2012 van kracht werd.

Cultureel erfgoed en ruimte is het werk van vier deskundigen, namelijk jurist Joske Poelstra, ruimtelijk planoloog Aukje de Graaf en stedenbouwkundige en projectleider ruimtelijke planning Rob Schram. Trees van der Schoot, specialist ruimtelijke ordeningsrecht, verzorgde de eindredactie.

De auteurs hebben nauwelijks een onderwerp overgeslagen dat met regelgeving over ruimtelijke ordening en cultureel erfgoed te maken heeft. Dat komt onder meer tot uiting in het hoofdstuk Waarde(n) en waardering. Daarin wordt een gedetailleerd beeld geschetst van hoe de aandacht voor cultureel erfgoed sinds het einde van de negentiende eeuw is gegroeid.

Kort lemma

In de volgende hoofdstukken richten de auteurs de schijnwerper op zaken als de Omgevingswet, bestemmingsplannen en provinciale omgevingsverordeningen. Elk onderwerp wordt in een kort lemma uitgelegd, waarna duidelijk wordt gemaakt hoe het zich verhoudt tot het cultureel erfgoed. De auteurs gaan onder meer uitgebreid in op de wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening, waardoor vanaf 1 januari cultuurhistorische belangen een belangrijke rol spelen in de ruimtelijke ordening.

Zo zijn gemeenten tegenwoordig verplicht om cultuurhistorische en archeologische belangen mee te laten spelen als bestemmingsplannen worden opgesteld. Ook is er aandacht voor onder meer cultureel erfgoed in structuurvisies, welstandsnota’s en beheersverordeningen. Door de veelvoud van onderwerpen die de revue passeren, ontstaat het risico dat de tekst ontaardt in een taaie brei van wetten en regels waarin de lezer zich keer op keer verslikt en het boek uiteindelijk terzijde legt. De samenstellers hebben die valkuil echter tijdig voorzien en zijn er met een fikse boog omheen gelopen. Het is hun gelukt om zeer helder overzicht te geven van de voetangels en klemmen die erfgoedzorg in de ruimtelijke ordening met zich meebrengt. Hun aanpak is als volgt. Elk hoofdstuk begint met een korte en duidelijk geschreven inleiding. Vervolgens worden de belangrijkste termen die in het betreffende tekstdeel voorkomen uitgelegd. Dat gebeurt in bewoordingen die zowel duidelijk zijn voor de expert als voor de leek, zonder in jip-en-janneketaal te vervallen. Op die manier wordt bijvoorbeeld uit de doeken gedaan wat moet worden verstaan onder een structuurvisie. “De structuurvisie is het instrument waarin een overheid (Rijk, provincie, gemeente) haar beleid vastlegt. Een structuurvisie is een ontwikkelingsgericht plan met een strategisch, beleidsmatig karakter en geeft aan waar op welke manier de betreffende overheid de komende jaren van plan is ontwikkelingen te (laten) realiseren.” Een ander voorbeeld is de omschrijving van de Crisis- en herstelwet: “De Crisis- en herstelwet (Chw) is op 31 maart 2010 in werking getreden en zal, zoals het nu staat, per 1 januari 2014 weer worden ingetrokken. Reden voor de Chw is de economische crisis waarin Nederland sinds het najaar van 2008 verkeert. Met de wet wordt beoogd de besluitvorming over bepaalde (bouw)projecten te versnellen.”

Duidelijker is nauwelijks mogelijk en dat geldt ook voor behandeling van de vele andere onderwerpen die in dit boek ter sprake komen. En zo is Cultureel erfgoed en ruimte een handig en actueel naslagwerk voor iedereen die beroepshalve te maken heeft met het vakgebied van cultureel erfgoed en ruimtelijke ordening. Een aanrader dus.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels