nieuws

Gecertificeerde materialen voor Gabon

bouwbreed

Remco Ruimtebouw levert in Afrika volgens de eigen kwaliteitsnormen. “We doen geen concessies aan de kwaliteit”, zegt algemeen directeur Jan van Vulpen. “Net als in Nederland werken we met gecertificeerde materialen en producten.”

In Midden-Afrika komt veel stapelbouw voor. Arbeid is ruim voorhanden en goedkoop. Maar de lokale elites en internationale investeerders importeren bij voorkeur erkende bouwsystemen. “We bestaan 40 jaar en leveren sinds 18 jaar ook in Centraal- en Oost-Europa (Polen, Wit-Rusland, Oekraïne en Roemenië) en hebben vestigingen in Polen en Roemenië. Via een architect in Servië deden we een voorstel voor een complex voor houtverwerkende industrie in Gabon. Het ‘omkatten’ naar een beproefd Remco-concept leidde tot een 500 ton lichtere, prefab constructie. De hal van 18.500 vierkante meter is nu in aanbouw”, aldus de directeur van Remco Ruimtebouw.

Remco Afrique heeft negen werken in Gabon en een in Nigeria in uitvoering, bij elkaar zo’n 50.000 vierkante meter. “We hebben een medewerkster in dienst voor het actief bewerken van de Afrikaanse markt. Daar vindt een ontwikkeling plaats zoals in Centraal- en Oost-Europa na de val van het communisme”, meent Van Vulpen.

Fundering

De Afrikaanse bodem is hard en rood. “Niet heien, maar sleuven graven. We moeten het bouwproces afstemmen op de regentijden, want als het regent wordt de bodem een zompige bende”, aldus Van Vulpen. “Het beton en staal voor fundering en vloer worden lokaal geleverd. Maar de fundering is belangrijk, die ontwerpen wij zelf. Wij sturen de ankerbouten en het ankerplan dat we komen controleren. Twee weken later arriveren prefab kolommen, spanten, gordingen, windkruisen en damwandprofielen. We lassen niets ter plaatse, alles wordt gemonteerd met bouten en moeren. We kunnen overspanningen leveren tot meer dan 80 meter. Alle onderdelen zijn maximaal 12,50 meter lang, zodat ze op een trailer of in een zeecontainer passen.”

“De spantdelen worden op de bodem tot liggers gekoppeld. Het bouwterrein moet daar goed op zijn voorbereid”, zegt Van Vulpen. “De kracht van ons systeem is het effect van het repeteren. We weten waaraan de inrichting van de bouwplaats moet voldoen. Het grondwater zit soms 50 of 60 centimeter diep. De hemelwaterafvoer moet ruim bemeten zijn. We leveren met een montagehandleiding en benadrukken de functie van windverbanden. Een supervisor is meestal wel nodig. De volgorde van montage moet gedisciplineerd worden gevolgd.” Remco Afrique heeft een vaste ploeg van zo’n dertig medewerkers in Gabon. Ze staan onder leiding van vijf Roemeense supervisors, die de Franse taal beter beheersen dan de Nederlanders.

“De onderdelen gaan gestraald en geconserveerd op transport. Zodra de hal staat, voeren we een touch-upuit van kleine beschadigingen door het transport en de montage. De gebruiker moet de constructie nu en dan afspoelen om het zout te verwijderen, meer niet. De gevels en het dak bestaan in Afrika meestal uit enkelwandige damwandplaten. Die leveren wij ook. Meestal zijn het eenvoudige hallen, soms met een lichte isolatie van het dak om condensdruppels te voorkomen waar de temperatuur ‘s nachts flink daalt”, aldus Van Vulpen. “Qua materiaal kost een hal hetzelfde als in Nederland. De montage is goedkoper, maar het verschepen maakt het weer iets duurder.”

Beton

Beton wordt in Gabon op het bouwterrein gemengd, met zakken cement, en met kleine kiepauto’s naar de bouw gebracht. Bedrijven als SGS en Veritas bewaken de kwaliteit door inspectie en het nemen van monsters. “Na een week of vier inwerken is de arbeidsproductiviteit op peil”, meldt Van Vulpen. “We betalen elke week een groot deel van het salaris, een klein deel gaat in depot en wordt aan het eind van de rit met een premie uitbetaald. Om te waarborgen dat werknemers de volgende week weer verschijnen.”

Als er geen adres bestaat, wat geregeld voorkomt, moeten containers bijvoorbeeld naar “het bouwterrein tegenover het benzinestation” in een bepaalde plaats. De communicatie verloopt via mobiele telefoons. E-mail is een probleem, hoewel sommigen toegang hebben tot internet.

Van Vulpen verwacht nog veel van de Afrikaanse markt. “Tien jaar geleden haalden we 90 procent van ons werk uit de Nederlandse markt en 10 procent uit Centraal- en Oost-Europa. Nu komt een kwart uit Nederland en driekwart uit Centraal-Europa, de Caraïben en Afrika. De malaise in Nederland gaat grotendeels aan ons voorbij. Hier is de markt pas in 2020 weer op het peil van 2008.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels