nieuws

‘Crisiswet voorloper Omgevingswet’

bouwbreed

“Het is dit jaar erop of eronder voor de Omgevingswet.” Friso de Zeeuw, hoogleraar gebiedsontwikkeling aan de TU Delft en directeur nieuwe markten bij Bouwfonds Ontwikkeling, ziet de Crisis- en herstelwet als testwater voor de nieuwe Omgevingswet.

“Die Crisis- en herstelwet is nu het maximaal haalbare. Het zorgt voor snel en efficiënt handelen en een ruimhartige toetsing van projecten zonder dat ze in de ambtelijke modder terechtkomen. Maar op termijn is dat niet houdbaar. Daarvoor is de nieuwe Omgevingswet nodig”, stelt De Zeeuw. Het huidige normstelsel is paternalistisch en overtrokken, vindt hij. “Het is historisch zo gegroeid, maar de milieuregelgeving in Nederland is doorgeslagen. Zeker binnenstedelijk bouwen, waar woon- en werkfuncties gecombineerd worden, loopt daardoor vast. Door die vastgelegde, gefiguurzaagde normen zijn óf dure maatregelen nodig, óf zijn er zones waar niets gebouwd kan worden. Ondertussen willen we van alles en het moet ook nog betaalbaar blijven. Maar dat is met deze normering niet mogelijk.”

Onlangs gaf minister Schultz (infrastructuur) voor de vierde keer een handvol projecten toestemming de ontheffingen van de Crisiswet te gebruiken. Zo mag de gemeente Brummen voor herontwikkeling van het centrum van dorp Eerbeek de geluidsnormen opzij zetten. Dat is voor het project van belang gezien nabijgelegen papierfabrieken. Binnen tien jaar moet de gemeente met maatregelen komen. In Soest ligt een bestemmingsplan ter inzage waarin 5 hectare met geplande woningbouw binnen de geluidscontour van een vliegveld ligt. Ook hier voorkomt de Crisis- en herstelwet eventuele vertraging doordat de bouw niet hoeft te wachten op de geluidsmaatregelen.

De Crisiswet creëert bewegingsruimte en dat is een goede zaak. Het is een voorloper van de Omgevingswet, denkt De Zeeuw. “De discussie die nu gevoerd wordt over de Crisiswet is een voorbode voor een meer fundamentele discussie over de Omgevingswet. En dat is bepaald nog geen gelopen race”, waarschuwt hij. “Het vraagt om een kleine culturele revolutie.” De fundamentele vraag draait om hoeveel vertrouwen je hebt in de lokale politiek. “Lokale bestuurders krijgen meer bewegingsruimte door vermindering van regels en decentralisatie. Zij kunnen straks om normen heen als ze dat willen, als het de totale kwaliteit van een gebied ten goede komt. Lokale bestuurders moeten vervolgens politiek voor hun beslissing staan.”

Omslag

Als inwoners accepteren dat niet wordt voldaan aan de normen, bijvoorbeeld omdat zij in een druk havengebied wonen, kan het bestuur ervoor kiezen om van die normen af te wijken. “Daarvoor is het vertrouwen nodig dat lokale overheden zelf duidelijk de kwaliteiten en risico’s in kaart kunnen brengen.” Dit vraagt om een omslag in het denken, volgens De Zeeuw. “Die omslag zal de taak van de lokale politiek herstellen. Het moet ook anders. Gemeenten en provincies steken nu 75 procent van hun tijd en energie in het Raad van State-proof maken van hun plannen. Daar is nu een hele ‘industrie’ mee bezig. Het is een kostbare, procedurele schoonheidswedstrijd geworden. Dus die omslag is hard nodig.”

De Zeeuw ziet nog een aantal risico’s voor de Omgevingswet. “Het is dit jaar erop of eronder. Er zijn positieve signalen: De nieuwe wet staat hoog op de agenda, de intenties van Schultz zijn goed en de medewerkers zijn actief. Maar ook de mening van het parlement is van wezenlijk belang. Juist omdat dit een fundamentele herziening is voor de komende twintig jaar, moet de wet gesteund worden door een brede meerderheid”, denkt hij. “De tijdsdruk is hoog, dat is enerzijds goed, want nu is de spirit goed. Maar je kunt je ook afvragen of de tijdsdruk niet te hoog is. Uiteindelijk is het de vraag of het resultaat goed zal zijn. De kans op een goed wettelijk bouwwerk schat ik groter dan 50 procent.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels