nieuws

boekbespreking Handboek brengt bouw en milieu onder de aandacht

bouwbreed

Vermindering van schadelijke milieueffecten is in de bouwindustrie een ondergeschoven kindje. De sector loopt op dit gebied achter bij andere bedrijfstakken, zoals de auto-industrie. Architecten laten echter geen kans onbenut om met duurzaamheid aan de weg te timmeren.

Dat staat in ‘Architectuur als klimaatmachine. Handboek voor duurzaam comfort zonder stekken’, dat onlangs verscheen bij uitgeverij Sun.

Wereldwijde groei van de welvaart brengt met zich mee dat schadelijke milieueffecten in 2040 omlaag moeten zijn gebracht tot een twintigste van de situatie in 1990, zo schrijven de auteurs Vera Yanovshtchinsky, Kitty Huijbers en Andy van den Dobbelsteen. Dat brengt met zich mee dat gebouwen een levensduur moeten hebben van zeker duizend jaar. “Met dezelfde hoeveelheid primaire energie”, stellen de auteurs. “Een andere oplossing is de hoeveelheid benodigde primaire energie en de milieubelasting van de gebruikte materialen met een factor 20 terug te brengen.”

Voor de bouw valt op dat punt nog veel te winnen. Bestaande bouw noch nieuwbouw is voldoende toegerust. Bovendien loopt de sector flink achter. Worden in de auto- en de computerindustrie al sinds jaren goede resultaten bereikt ten gunste van het milieu, pas in 2010 werd het eerste gebouw met een milieuverbeteringsfactor 10 gerealiseerd. Het betreft de Watertoren Bussum van Vocus Architecten. Het gebouw kreeg zelfs het predicaat duurzaamste kantoorgebouw van Nederland. “Het past dus in een rechte lijn op weg naar een verbeteringsfactor 20 in 2040”, betogen de auteurs. Dat gunstige resultaat is bereikt door in de watertoren onder meer klimaatfactoren zo te gebruiken dat de energie-en waterketen konden worden gesloten.

Nog twee andere architecten, Paul de Ruiter en Thomas Rau, bereikten bijna de milieuverbeteringsfactor 10, zo blijkt uit het boek. Bij De Ruiter gaat het om de kantoren voor TNT in Hoofddorp en TransPort in Schiphol. Rau werkt aan een gebouw met een vergelijkbaar resultaat.

Milieuwinst

De bouw heeft voldoende kansen voor milieuwinst, zo blijkt uit de verschillende hoofdstukken in dit overzichtelijke handboek.

Zo wijzen de auteurs op de mogelijkheden die duurzame energiebronnen bieden. Warmte-koudeopslag (WKO) kan daarbij van groot belang zijn. In het handboek wordt hierop uitgebreid ingegaan. De auteurs stellen vast dat 70 procent van de Nederlandse bodem geschikt is voor warmte-en koudeopslag. Alleen de bodem in Zuid-Limburg, Oost-Groningen en de veengebieden leent zich er niet voor, terwijl WKO in de meeste waterwingebieden niet is toegestaan.

In het handboek komen overigens niet alleen de hedendaagse mogelijkheden voor milieubeheer ter sprake. In een kort inleidend hoofdstuk richten de auteurs de schijnwerpers op het verleden. En daaruit blijkt dat onze voorouders duurzaamheid hoog hadden zitten. Zo wisten de Perzen hun huizen te koelen met ijs, terwijl de Romeinen zonne-energie benutten voor onder meer badhuizen en sauna’s.

Reageer op dit artikel