nieuws

Een tweede en derde leven voor gebouw wordt hipper

bouwbreed Premium

Gebouwen een tweede en derde leven geven is bij De Meeuw Bouwsystemen onderdeel van het crisisbestendige bedrijfsmodel.

De Meeuw heeft vo lgens directeur Nederland Jeroen Verweij al jaren een omzet die rond de 110 à 120 miljoen euro ligt. Alleen in 2010 daalde de omzet met 15 procent, maar vorig jaar veerde de omzet alweer op. “En dit jaar loopt de omzet goed door.”

Dat heeft mede te maken met de grote opdracht voor een verzorgingstehuis in Ede, waarvoor De Meeuw 722 units moet leveren.

Familiebedrijf De Meeuw zit behalve in Nederland (sinds 1929) in België, Zwitserland, Roemenië en Turkije. In al deze landen heeft het Brabantse bedrijf een verkoopcentrum en een productiebedrijf.

De unitbouwer levert vooral flexibele gebouwen voor het onderwijs en de gezondheidszorg. Gebouwen worden verhuurd of met een terugkoopgarantie verkocht. De gebouwen door de gebouweigenaren neergezet voor vijf, tien tot vijftien jaar “en daarna zien ze wel”, zegt Verweij. Het zijn gebouwen die je volgens Verweij “oppakt en ergens anders neer kan zetten”.

De Meeuw verzorgt onder meer de tijdelijke winkels en het station bij Rotterdam CS en bouwde recent een gebouw voor de TU Delft; een gebouw waarvan de units al aan hun derde leven toe zijn. Eerst werd met tweehonderd units een gebouw voor Rabobank in elkaar geklikt. Daarna werden de units (betonvloer, dak en kolommen) voor een vestiging van In Holland in Rotterdam gebruikt.

Vierkant

Verweij merkt dat steeds meer opdrachtgevers bewust nadenken over welk soort gebouw het meest geschikt en duurzaam is voor een bepaalde functie. “Dat is een hele gave ontwikkeling” die volgens hen leidt tot “enorme kansen”.

Dat duurzaamheid “hip en hot” is speelt de modulaire bouwer in de kaart. Zo is het project voor de TU Delft niet gewonnen op prijs maar “puur op duurzaamheid en de herinzet van gebouwen”.

Hergebruik van gebouwen is veel duurzamer dan leds en zonnepanelen, meent de directeur. “We hebben zelfs gebouwen die in tien jaar tijd tien keer rondgegaan zijn. Een andere gevel, een nieuw tapijt, eventueel nieuwe plafondplaten en het ziet er weer fris uit”.

Ondanks alle voordelen van de flexibele gebouwen heeft De Meeuw bij velen nog het imago “veredelde containerschuren” te leveren. “Ja, het blijft vierkant”, zegt Verweij. Maar verder doet die typering aan de gebouwen volgens hem geen recht.

Reageer op dit artikel