nieuws

Kennisgebrek stagneert woningbouw

bouwbreed Premium

Veel woningbouwprojecten in Noord-Holland stagneren, omdat overheden langs elkaar heen werken en bouwpartijen onvoldoende op de hoogte zijn van de regels en procedures. Dat is de conclusie van een groep gebiedsontwikkelaars die onderzochten waarom elf bouwprojecten in de noordelijke provincie niet van de grond kwamen. Dit lijkt ook van toepassing op de situatie elders in het land.

Jan Overtoom, regiomanager van Bouwend Nederland in de Randstad Noord, is verrast door de uitkomst. “Financieringsproblemen en een dalende vraag worden vaak als eerste oorzaken genoemd als een project blijft steken. Maar hier blijkt dat er heel andere dingen aan de hand zijn.” Voor Bouwend Nederland moet dit onderzoek aanleiding zijn de hand in eigen boezem te steken, vindt Overtoom. “Wij moeten onze leden veel beter uitleggen hoe de regels en procedures in elkaar zitten. Daar gaan we hard aan werken.”

Ook de provincie Noord-Holland wil met de conclusies aan de slag. De onderzoekers adviseren Rijk, provincie en gemeenten om de kennis die zij in huis hebben actiever te delen met de markt.

Het onderzoek is het werk van het Watertorenberaad, een groep deskundigen op het terrein van gebiedsontwikkeling die bijeenkomen in de voormalige watertoren van Dordrecht. Zij namen elf door Bouwend Nederland geselecteerde woningbouwprojecten onder de loep. Om commerciële belangen niet te schaden, worden de naam en de locatie van de onderzochte projecten niet genoemd. Het totaal aantal betrokken woningen ligt tussen vijfhonderd en 1500.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en de provincie Noord-Holland verleenden de onderzoeksopdracht. Zij voelden zich uitgedaagd door Cor van Vliet, voorzitter van de afdeling West-Friesland van Bouwend Nederland en directeur van bouwonderneming Mulder Obdam. Van Vliet trok beweringen dat markt en overheid in Noord-Holland soepel en succesvol samenwerken openlijk in twijfel door die als ‘borstklopperij’ te bestempelen.

“Uit eigen ervaring weet ik dat veel projecten voortijdig worden afgeblazen”, zegt Van Vliet. Hij bekleedt een unieke positie: Van Vliet was, voordat hij Mulder Obdam ging leiden, wethouder in Alkmaar. Hij kent beide kanten van het verhaal en constateert dat er nog heel veel valt te verbeteren aan de relatie tussen overheid en bouw.

“Bestuurders weten nauwelijks wat er gebeurt achter de voordeur van een bouwonderneming. Omgekeerd weten bouwers en ontwikkelaars niet wat er omgaat in gemeentehuizen”, stelt Van Vliet. Als vanouds wordt de relatie tussen beide partijen gekenmerkt door misverstanden en vooroordelen. “Alleen al door gebrek aan wederzijds respect komt er van veel plannen niets terecht. Overleg is vaak gedoemd te mislukken. Er gaat zo ongelooflijk veel tijd, energie en geld verloren.” Zijn persoonlijke uitleg van het rapport: zorg voor meer transparantie en meer vertrouwen.

Van Vliet onderschrijft de aanbeveling van de onderzoekers dat beide partijen hun kennis en deskundigheid moeten delen, van harte. Maar daarbij moet het volgens hem niet blijven. Het is ook nodig die kennis te verdiepen. “Er zijn ambtenaren die nauwelijks weten waar ze het over hebben als ze over erfpacht praten. Ze kennen hun eigen regels niet of onvoldoende.” Voor de bouw geldt hetzelfde. Daar is grondige kennis van bijvoorbeeld de regelgeving voor Bestaand Bebouwd Gebied of de Ruimte voor Ruimte-regeling van de provincie dun gezaaid. “Ook daar moeten wij als Bouwend Nederland aan werken”, erkent regiomanager Jan Overtoom.

De onderzoekers betrokken zijdelings ook de huidige marktsituatie in hun conclusies. Ze adviseren de marktpartijen meer vraaggericht te werken, nieuwe verdienmodellen te ontwikkelen en nauwer samen te werken. De overheid kan daar een stimulerende rol bij spelen.

Eind dit jaar moet uit evaluatie van Bouwend Nederland blijken of de aanbevelingen hebben geholpen om de onderzochte projecten vlot te trekken. Ondertussen kan de bouw ook in andere provincies met het rapport aan de slag. “Dit is geen exclusief Noord-Hollands verhaal. Dit onderzoek is van nationale betekenis”, menen Van Vliet en Overtoom. “De conclusies zijn van toepassing op veel plaatsen in Nederland.”

Reageer op dit artikel