nieuws

Nederlandse vinding waterzuivering kan leiden tot wereldstandaard

bouwbreed Premium

Nereda rukt snel op. De zuiveringstechnologie belooft lagere kosten, een stuk minder ruimtebeslag en kan op de koop toe ook nog eens een grondstof voor bioplastic leveren. De Delftse vinding is volgens waterspecialist Helle van der Roest van DHV over tien jaar de wereldstandaard.

In Epe wordt vandaag een belangrijke stap gezet om Nereda, genoemd naar een mooie Griekse waternimf, tot een internationaal succes te maken. Te beginnen in Nederland. Want als Nederland geld wil verdienen met eigen topkennis, kun je het beste eerst in eigen land laten zien wat je aan bijzonders in huis hebt. Waterprins Willem Alexander opent daarom op de Veluwe ’s werelds eerste grote rioolwaterzuivering geheel gebaseerd op de door ingenieursbureau DHV gepatenteerde technologie van Nereda. Uitvinder Mark van Loosdrecht met zijn team en de gangmakers Cora Uijterlinde van de stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (Stowa) en Douwe Jan Tilkema van het waterschap Veluwe delen in de feestvreugde.

Hoewel Nereda afgelopen jaren de ene na de andere prijs binnensleepte, was moed nodig om de zuivering in Epe van plan tot realiteit te brengen. Uiteindelijk wierp patenthouder DHV zich op als hoofdaannemer in een bijzondere vorm van publiek-private samenwerking met het waterschap Veluwe. De belangrijkste uitvoerders van het project zijn de bouwers GMB en Aan de Stegge. De investering voor de installatie die voor 59.000 burgers het afvalwater kan zuiveren bedraagt 15 miljoen euro.

De gedachte om niet via trage vlokken maar door korrelvorming het zuiveringsproces te versnellen werd al in het begin van de jaren zeventig door de Wageningse professor Gatze Lettinga uitgedokterd. Zijn oplossing was een anaërobe variant, op basis van bacteriën die geen zuurstof nodig hebben. Uit een weddenschap in 1993 ging Van Loosdrecht aan de slag om aërobe korrelvorming te bewerkstelligen, hetgeen in 2002 op laboratoriumschaal lukte. Dankzij de zuurstof ontstaat een aanzienlijk beter zuiveringsproces, dat voldoet aan de toekomstige Europese normen.

“De ontwikkeling is best snel gegaan”, zegt DHV’er Helle van der Roest. “Tien jaar geleden waren we nog bezig met fundamenteel onderzoek. In 2004 volgde, kosten een paar ton, de start van een kleine proefinstallatie in Ede. En nu zetten we een grote stap in Epe.”

Gelijk

Van der Roest (Rotterdam, 1957) is sinds 1984 verbonden aan DHV, werkte daarvoor anderhalf jaar voor het waterschap Hollandse Eilanden en Waarden. Knoopte vroeg in zijn oren dat theorie nog geen praktijk is. “Wacht maar even af, de praktijk zal je wel leren”, hoorde hij op het waterschap. “De man had volkomen gelijk. De theorie moet worden gekoppeld aan de praktijkkennis van de waterbeheerder. Dan krijg je: een plus een is drie.” De marktman van DHV geniet van Nereda. Wat is mooier dan om samen duurzame en vernieuwende technologieën tot ontwikkeling te brengen die oplossingen bieden voor belangrijke maatschappelijke vraagstukken? “Als je werkt voor de maatschappij is dat tien keer leuker. Je hebt het gevoel dat het werk er toe doet. Bij techniek alleen raak je snel uitgekeken.”

Van der Roest noemt de aanpak bij Nereda een mooi voorbeeld van hoe de gouden driehoek overheid – wetenschap – bedrijfsleven kan werken.

Zes waterbeheerders, instituten als TU Delft en Stowa plus DHV hebben elkaar gevonden in het NNOP, letters die staan voor Nationaal Nereda Ontwikkelings Programma.

“We moeten een voorsprong houden, het bezitten van patenten alleen is niet voldoende. Tempo, tempo. Niet afwachten. Het geld dat we in het buitenland kunnen verdienen, keert voor een gedeelte terug naar het onderzoek in Nederland. De Stowa heeft zoiets in zijn veertigjarig bestaan nog nooit meegemaakt.”

De DHV’er roemt Nederland als kennisland. “Op watergebied zijn we buitengewoon knap en hebben het buitenland veel te bieden. Wij zijn in staat onze ontwikkelingsprocessen efficiënt in te richten, mede door onze open cultuur. In Nederland zijn we een stuk minder hiërarchisch dan bijvoorbeeld Japan. De ontwikkelingen duren daar dikwijls langer.”

In Nederland zijn twee nieuwe Nereda-installaties op komst. Waterschap Regge en Dinkel bouwt in Vroomshoop, en Rijn en IJssel steekt de handen uit de mouwen in Dinxperlo. Beide installaties krijgen een capaciteit van 20.000 vervuilingseenheden.

Internationaal is het voortouw genomen in Portugal (Lissabon) en Zuid-Afrika, waar twee demonstratieprojecten op opschaling wachten. “We zijn in zo’n tien landen bezig. Volgens de filosofie: waar kun je succes hebben en wat kunnen we als organisatie aan. In Israël staat het eerste succes er aan te komen. Australië, China, India. In Vietnam zijn we bezig. Als je succes hebt, weet iedereen dat vrij snel. Voor de fusiebesprekingen werkten we met Nereda al samen met Haskoning, waarmee DHV straks samengaat. Een andere partner is Witteveen+Bos. We hebben te maken met een jonge technologie en willen gebruikmaken van iedere serieuze partij die toegevoegde waarde kan leveren. Er hoeft maar een keer ergens iets mis te gaan en je bent aan de beurt.” n

Helle van der Roest, waterspecialist bij DHV.

Reageer op dit artikel