nieuws

‘Luchtbouwen’ in de stad vereist omgekeerd constructief denken

bouwbreed Premium

Doordat de eigenaar van een kantoorgebouw geen parkeerplaatsen wilde opofferen, zette Joost Kühne een pand op palen. Dat was vier jaar geleden de aanzet tot meer gebouwen in de lucht.

Een balanceeract boven een parkeerterreintje. Zo laat het kantoorgebouw annex woonhuis met daktuin in de Boomgaardsstraat zich typeren. Het gebouw is 54 meter lang, slechts 5 meter diep en toch 14 meter hoog. Het pand in uitgaansgebied Witte de Withstraat in Rotterdam staat op poten boven een verscholen parkeerterrein. “Er is niet één parkeerplaats voor opgeofferd, feitelijk fungeert het als een carport”, lacht Joost Kühne in zijn excentrieke bouwwerk. Zijn besluit om te beginnen met ‘luchtbouwen’ viel toen vier jaar geleden de onderhandelingen over aankoop van het stukje parkeerterrein dreigden te mislukken. “Hier in hartje stad moest het gebeuren en niet op een of andere Vinex-locatie. Ik kan me niet voorstellen dat een mens daar kan leven.” Omdat de eigenaar/belegger van een groot kantoorgebouw aan de Westblaak de bijbehorende parkeerplaatsen tegen elke prijs wilde behouden, was een gebouw op poten de enige optie. In samenspraak met de grondeigenaar kocht Kühne de luchtrechten van de gemeente Rotterdam. Vervolgens bouwde hij in het onooglijke straatje in acht maanden tijd een woon-werkgebouw van 800 vierkante meter. Na een vervolgproject in de Mauritsstraat herhaalt hij het kunstje binnenkort op het Noordereiland en in de Pannekoekstraat.

Tafelblad

Zowel constructief als qua regelgeving vergt ‘luchtbouwen’ hoofdbrekens. Want software voor stabiliteitsberekeningen is niet gemaakt voor constructieve integratie van staal en beton. Uitgangspunt voor de gebouwen in de Boomgaardsstraat en de Mauritsstraat is een tafelconstructie. De bouw van de ‘villa op hoogte’ in de expeditiehof achter de Oude Binnenweg startte met plaatsing van de twaalf meter hoge kolommen. Die lopen door tot aan de dakvloer. Erbovenop ligt het ‘tafelblad’, gevormd uit twee samengestelde gevelliggers – zware stalen HE300A liggers ingevuld met kanaalplaten en prefab betonnen gevelelementen met ingestorte bakstenen. “Constructeurs denken van onder naar boven. Hier moet je dat precies andersom doen: je bouwt constructief gezien van boven naar beneden. Pas als alle verdiepingen erin liggen, heb je een stabiel geheel.”

De betonnen gevelpanelen zijn met stekken en gaines verbonden aan de liggers, die een vrije overspanning maken van zestien meter. Aanstorten van de verbindingen gebeurt met een krimpvrije hogesterktemortel. Ondanks dat beide gebouwen smal zijn en op hoge poten staan, ontstaan zo constructies die zo stijf en stabiel zijn dat diagonale windverbanden overbodig zijn. De ‘zwevende stadsvilla’ in de Mauritsstraat vergde aankoop van slechts 27 vierkante meter grond. Vier vierkante meter voor plaatsing van de stalen kolommen, de rest voor de constructie van een minuscuul trappenhuisje, met een personenliftje (1 vierkante meter). Aannemer Gebr. Verschoor bouwde het in een luttele zes maanden tijd vanaf de vrachtwagen. Kühne: “Je kunt dit alleen met een aannemer die snel en flexibel werkt en efficiënt kan organiseren. Zelfs een Dixi kan qua ruimte en kosten al een probleem zijn op dit soort kleinschalige projecten.”

Wat dat betreft is de bouw van een drielaags woongebouw op het Noordereiland de ultieme uitdaging. Tussen een dode gevel op de kop van een woonblok en de stadsbrug De Hef verrijst dit najaar een drielaags pandje op poten. De restruimte (60 vierkante meter) wordt ingesloten door een drukke verkeersweg, bebouwing en een talud. Kühne ontdekte het “onooglijke gaatje” zelf, zocht uit wie de eigenaar van de grond was en vond een opdrachtgever voor zijn plan. Een Lego-model dat hij uit de kast tovert toont een getrapt woongebouwtje, dat naar boven toe uitwaaiert. “Een villa bedenken voor een villawijk kan iedereen, het is pas echt een uitdaging om de ruimtelijke mogelijkheden van zo’n locatie voor de geest te roepen. Dit maakt het mooi af.” Momenteel werkt hij ook aan overkluizing met studentenwoningen van een expeditiehof nabij de Centrale Bibliotheek van Rotterdam.

Kühne schat dat het grofgebouwde Rotterdam zo’n tweehonderd verloren locaties heeft waar door overbouwen woningen kunnen worden toegevoegd. Dat is onvoldoende voor de hoogdravende gemeentelijke ambitie om 20.000 woningen bij te bouwen in de binnenstad. Toch is de gemeente enthousiast. Ze opent een loket om burgers hulp te bieden bij dit soort initiatieven. De Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam stelde Kühne aan als ambassadeur.

Koehandel

Overkluizen levert een gemeentelijk grondbedrijf inkomsten op op onverwachte plaatsen, maar dat betekent niet dat luchtbouwen simpel is of wordt. De “koehandel over grond en lucht”, zoals Kühne het omschrijft, is het minste probleem. Verhoging van bouwleges en ‘voorreserveringskosten’ maken kleinschalige invullingen steeds lastiger. De krappe kavels vragen ook extra capaciteiten van een architect. Onderhandelingsvaardigheden bijvoorbeeld, bij de slalom tussen de botsende belangen. “Plus het vermogen uitzonderlijke architectuur te maken”, zegt Kühne. “Zo’n rommelplek heroveren op de stad is leuk, maar je kunt er als architect niet alléén van leven. Het is altijd enorm puzzelen om de kosten binnen de perken te houden.”

Hoe beperk je bijvoorbeeld de prijs van de gevel in ondiepe panden, waar het geveloppervlak relatief groot – en duur – is? In de Boomgaardsstraat loste Kühne het op door de achtergevel uit te voeren in blik, een materiaal uit de bedrijfshallenbouw. Verder zette hij het gebouw op goedkope Monotube kolommetjes en gebruikte scherp geprijsd prefab beton dat helemaal uit Oost-Duitsland kwam. Het beperkte de bouwsom tot 1,7 miljoen euro. “De grootste winst is uiteindelijk voor de stad, die ziet hoe buurten een impuls krijgen van dit soort projecten. Dat komt doordat ze symboolwaarde hebben: er is een creativo geland, kennelijk vindt iemand onze straat de moeite waard om in te investeren.”

Kühne richtte onder zijn kantoor een werkplaats in, waar hij één dag per week stoelen timmert. “Zo geef je toch iets terug aan de stad.”n

Kantoorgebouw annex woonhuis in de Boomgaardsstraat, Rotterdam.

Reageer op dit artikel