nieuws

‘Wacht niet op de EU-richtlijnen’

bouwbreed Premium

‘Wacht niet op de EU-richtlijnen’
Christiaan Krouwels

De Aanbestedingsrichtlijn van de Europese Unie is er nog niet. Zelfs als de voorstellen in de huidige versie ongewijzigd zouden worden aangenomen, wat onwaarschijnlijk is, dan nog duurt het tot 30 juni 2014 voordat ze in Nederland moeten zijn geïmplementeerd. Dit in het meest gunstige scenario.

“Uit het oogpunt van coherentie van wetgeving en rechtszekerheid doet de wetgever er wel goed aan om zich af te vragen welke de effecten in de praktijk zullen zijn van dergelijke ingrijpende en snel op elkaar volgende wijzigingen van het juridisch aanbestedingskader. De vraag blijft of het dan zinvol is om zo lang te wachten met de Aanbestedingswet”, vindt hoogleraar Europees en internationaal aanbestedingsrecht aan de Universiteit van Utrecht Elisabetta Manunza. “In tegenstelling tot wat sommigen zouden verwachten – een dichtgetimmerd Europees aanbestedingskader waar de Europese Commissie in details regelt hoe het moet”, zegt Manunza, “komt de Commissie met een voorstel waar veel keuzemogelijkheden en ruimte voor nationaal beleid aanwezig is. Maar het is geen vrijheid, blijheid. Het kan in vele opzichten tegenvallen, omdat er keuzes gemaakt zullen moeten worden die een forse inspanning door de Nederlandse wetgever zullen vergen. Het voorstel is rijk aan instructies voor de wetgever die zelf maar moet zien hoe die dat uitwerkt”, vindt zij. Dat vereist in de eerste plaats dat de overheid als wetgever heel goed moet nadenken over wat zij wil. Dat betekent dat er een visie nodig is op wat je met aanbesteden wilt bereiken. Vanuit die visie is dan weer een kader te scheppen waarbinnen de wet gemaakt kan worden.

Geen optelsom

“Je ziet dat de Europese Commissie die visie wel heeft. Daar zijn uitgangspunten geformuleerd als duurzaamheid, innovatie en sociale insluiting. Aanbesteden is geen optelsom van procedurele regels, maar een middel en geen doel op zich. Dat betekent dat je met de aanbestedingsregels beleidsdoelen kunt realiseren, zoals bevordering van innovatie of weer aan het werk krijgen van langdurig werklozen. In de uitwerking van die visie zal een nationale overheid dan moeten gaan bepalen hoe duurzaam zij wil zijn, op welke wijze en in hoeverre innovatie zal worden bevorderd, hoe zij aanbestedingen zal willen benutten om werkgelegenheid en maatschappelijke integratie te bevorderen”, aldus de hoogleraar. “Dat betekent dat je met de aanbestedingsregels beleidsdoelen kunt realiseren. Daar moeten de regels dan wel voor gemaakt zijn.” Als de beleidsvisie beperkt zou zijn tot het terugdringen van het financieringstekort van de overheid naar 3 procent, zou dat aanbesteders ertoe kunnen brengen om op laagste prijs te gunnen. “Maar de Commissie benadrukt het belang van genoemde Europa 2020 strategiedoelstellingen, duurzaamheid, innovatie, sociale insluiting. Om die te bereiken ligt voor de hand om als standaard op basis van de economisch meest voordelige inschrijving te gunnen, waarbij de laagste prijs de laagste ‘kosten’ wordt, over de levensduur van een bouwwerk. De Commissie komt daarvoor nog met een kostprijsberekening.” De hoogleraar begrijpt weinig van de houding van Nederland waar het gaat om de instelling van een aanbestedingsautoriteit. Volgens het kabinet is dat in Nederland absoluut niet nodig omdat hier gegadigden hun recht kunnen halen via de kortgedingrechter.

Klachten

“Toezicht houden is volstrekt iets anders dan rechtsbescherming bieden. Een aanbestedingsautoriteit heeft een andere functie dan een rechter. Nederland heeft bepaald geen goed trackrecordals het gaat om Europese aanbestedingen. Neem de gevallen in Vathorst, Ede en Eindhoven Doornakkers, daar heeft de Commissie Nederland in gebreke gesteld. In de voorstellen van de Commissie heeft de toezichthouder interessante bevoegdheden. Zij kan tussenbeide komen op grond van klachten van burgers en ondernemingen en aanbestedende diensten zijn in beginsel verplicht om in hun beslissingen met de onderzoeksresultaten van de toezichthouder rekening te houden. Andere Europese landen hebben een dergelijke toezichthouder allang”, vindt Manunza. Zij wijst er nog eens op dat in competitie inkopen voordelen oplevert. Niet voor niets kennen vele landen, waaronder Italië, Portugal en België een systeem waarin ook kleinere werken in competitie moeten worden gegund. “In competitie en transparantie inkopen gaat corruptie tegen, bevordert de integriteit en de efficiënte besteding van het geld van de belastingbetalers.” Manunza vindt het ook goed dat de Europese Commissie nu ook apart concessies gaat regelen. “In Nederland wordt vaak gedaan alsof concessies hier nauwelijks voorkomen. Teveel wordt gedacht aan grote concessies zoals de tolwegen in Frankrijk, Spanje en Italië. Concessies komen ook hier vaker voor dan we denken, alleen worden ze vaak als ‘vergunningen’ en niet als concessies gezien. Er is nog steeds veel onduidelijkheid hierover”, vindt zij. In de nieuwe Aanbestedingswet die nu nog door de Eerste Kamer moet, ziet zij voor Nederland al een aantal verbeteringen in vergelijking met het verleden. “De eigen verklaring, in de praktijk overigens al toegepast, wordt nu vastgelegd en het proportionaliteitsbeginsel uitgewerkt.”

Percelen

Ook snapt ze heel goed dat in navolging van de Europese Commissie de Tweede Kamer aandacht heeft gehad voor de positie van het midden- en kleinbedrijf. “Maar we moeten niet doorschieten. Neem het voorstel van de Commissie om grote werken op te delen in percelen. Daar kunnen ook nadelen aan verbonden zijn. Het zou een goede zaak zijn om de maatschappelijke voordelen die met de verdeling in percelen gepaard gaan, met de doelmatigheid en de na te streven kwaliteit van het uiteindelijk te realiseren project af te wegen. Het moet wel werkbaar blijven.” Al met al verwacht Manunza dat als de voorstellen van de Commissie overeind blijven in Europese Raad en Parlement, dat er nog heel wat werk voor de nationale wetgever overblijft. “Het streven is naar een efficiëntere overheid die de grootste maatschappelijke en economische voordelen haalt. Maar om deze doelen te realiseren moet je een goede visie voor ogen hebben: wat zijn immers die maatschappelijke en economische voordelen?” Daarnaast valt te voorspellen dat er ook nadelen kleven aan de grotere beslissingsruimte die de EU decentrale overheden de laatste tijd lijkt te willen geven, ook in deze wijzigingsvoorstellen. Ook dat zal goed gereguleerd moeten worden en er zal goed beleid voor moeten worden ontwikkeld. “Als overheden meer vrijheden krijgen, behoren burgers en ondernemingen betere waarborgen te krijgen.” “Met de nieuwe Aanbestedingswet is in ieder geval een belangrijke stap vooruit gezet met de uitwerking van het proportionaliteitsbeginsel; het zou zonde zijn om die stap vooruit opzij te schuiven om op de nieuwe Europese richtlijnen te wachten,” vindt ze.

Reageer op dit artikel