nieuws

SolaCatcher maakt goedkoop warm tapwater

bouwbreed Premium

De zonnecollector SolaCatcher van Mervyn Smyth en Dominic McLarnon maakt tapwater warm met minder primaire energie. Dat voorspellen deze onderzoekers van de School of the Built Environment van de universiteit van Ulster. De twee zoeken een fabrikant die van hun vinding een handelsproduct maakt.

Het systeem warmt tapwater voor, waarna bijvoorbeeld een combiketel het naverwarmt tot de gewenste temperatuur. De SolaCatcher doet dat via een spiraalvormige warmtewisselaar. De wisselaar is een van de drie buizen waaruit het systeem is opgebouwd. Op de spiraal wordt de tapwaterleiding aangesloten. De warmtewisselaar is gemonteerd in een opslagvat voor de zonnewarmte, de tweede buis. De zwarte behuizing is de derde buis en vangt de zonnewarmte op. Tussen de derde en de tweede buis zit water. Dat staat onder een druk van ongeveer 0,05 bar. Bij deze druk kookt het bij 35 graden Celsius. Het water wordt damp, die neerslaat op de buitenkant van het opslagvat, en geeft zijn energie af aan de vloeistof die erin is opgeslagen. Daarna stroomt de gecondenseerde damp in een reservoir vanwaar de cyclus opnieuw begint. Dat proces gaat door zolang zonnewarmte op de SolaCatcher valt. ’s Nachts werkt het systeem als een thermosfles die in elk geval tot in de morgen de opgeslagen warmte vasthoudt.

Handelsuitvoering

Smyth en McLarnon hebben ruim vier jaar gewerkt aan hun systeem. Het resultaat zou in een handelsuitvoering ruim 660 euro kosten. De investering draagt volgens beiden voor ruim 15 procent bij aan het warme tapwater dat jaarlijks wordt verbruikt. Een traditionele zonneboiler kost gemiddeld 4800 euro en levert ongeveer 60 procent van de jaarlijks benodigde hoeveelheid warm tapwater. Beide systemen kunnen worden gecombineerd, waardoor het rendement van een conventionele zonneboilerinstallatie hoger uitvalt. De spiraalvormige warmtewisselaar wordt gemaakt uit roestvast staal of koper; volgens Smyth en McLarnon het duurste materiaal dat voor het systeem wordt gebruikt. De overige onderdelen kunnen uit goedkopere metalen worden gemaakt, zolang ze maar goed warmte geleiden. De prijs blijft verder beperkt, omdat het systeem minder onderdelen vergt dan traditionele systemen. Verschillende prototypen zijn getest op het universiteitsterrein van Jordanstown. De grootste versie is 1,2 meter hoog met een inhoud van 40 liter.

Reageer op dit artikel