nieuws

‘Stunttarieven raamcontracten zijn onhoudbaar’

bouwbreed Premium

Deventer – Prijsselectie bij aanbesteding raamcontracten dwingt bureaus tot stunttarieven. Een paar tientjes per uur is zeker voor ingenieursbureaus een langzame executie, waarbij niemand gelukkig wordt van de geleverde kwaliteit.

Die vreemde praktijk heeft zich ontwikkeld rond veel meerjarige raamcontracten met waterschappen, maar ook met Rijkswaterstaat, bevestigt directeur Peter de Jong van Witteveen + Bos. Als voorzitter van de commissie Water, Deltatechnologie en Klimaat van NLingenieurs krijgt hij van meerdere kanten klachten van ingenieursbureaus die zich in toenemende mate in de klem gezet voelen. “We vermoeden dat de opdrachtgever zelf meestal niet doorheeft welke ongewenste bijeffecten het uitvragen van tarieven in raamcontracten hebben.”

Sinds vijf jaar zijn meerjarige raamcontracten – meestal twee jaar, met twee jaar verlenging – in zwang geraakt. Rijkswaterstaat heeft de trend ingezet en steeds meer waterschappen volgen. Opdrachtgevers selecteren een stuk of vijf geschikte partijen via de Europese procedure voor raamcontracten en kunnen dan jaren vooruit via relatief simpele mini-competities.

Op zich is niets mis met die praktijk en kunnen ingenieursbureaus prima uit de voeten met raamcontracten. De raamcontracten van Hoogheemraadschap Noorderkwartier en Waternet laten zien dat een selectie van bureaus op kwaliteit zelfs uitstekend werken. Daar is geselecteerd op referentieprojecten, kwaliteitsborging en het plan van aanpak voor een virtueel project. “Het gaat mis zodra tarieven een rol spelen bij het aanbesteden van een raamcontract.”

Het meest recente raamcontract is een bundeling van de waterschappen Brabantse Delta, Delfland en Schieland en Krimpenerwaard. De verwachte opdrachtenreeks wil geen enkel bureau missen en ook Witteveen+Bos heeft meegedaan, ondanks het grote gewicht dat werd toegekend aan de inschrijftarieven. Deze gelden voor de looptijd van het contract als maximum in de minicompetities waarin de projecten worden aanbesteed. Om ‘strategische inschrijvingen’ te voorkomen hebben de waterschappen minimum inschrijftarieven opgegeven. Deze liggen echter zo laag dat ze partijen niet dwingen tot werkelijk reële inschrijvingen. De drie waterschappen hanteerden 90 euro per uur voor de meest ervaren universitaire projectleider en 1 euro per uur voor een stagiair. Wie een paar euro hoger inschrijft, dreigt zich voor vier jaar uit de markt te prijzen. Het resultaat is dat vrijwel alle bureaus knarsetandend hebben ingeschreven met de minimumtarieven en nu afwachten hoe de minicompetities worden opgezet.

Moordende concurrentie

De Jong weet dat de bureaus zich momenteel redden door de lumsumprijzen die binnen de raamcontracten worden uitgevraagd. Dat betekent dat ingenieurs een opdracht tegen een vaste prijs aannemen en daarbij geen onderverdeling hoeven te maken naar uren of tarieven. “Als ik raamcontracttarieven moet hanteren, kan ik meestal niet bieden wat de opdrachtgever vraagt”, schetst De Jong de huidige praktijk.

De moordende concurrentie en het beperkte aantal aanbieders leiden ertoe dat de bureaus niet massaal afhaken. “Maar met deze methodiek houden we elkaar wel voor de gek.” Het onderwerp ligt gevoelig en ingewikkeld. De ingenieurs willen in deze lastige tijden niet te hard klagen en machtige partijen niet voor het hoofd stoten, maar deze praktijk is op termijn simpelweg niet vol te houden en heeft vooral gevolgen voor de te leveren kwaliteit en toenemende discussie over dienstverlening in projecten. “

De kwaliteit daalt naar een minimumniveau. Want dergelijke lage uurtarieven zijn feitelijk niet waar te maken. Topkwaliteit, innovatie of tijd om mee te denken met de klant is dan al helemaal niet aan de orde. Een situatie waar de meeste opdrachtgevers helemaal niet op zitten te wachten, want die willen vaak juist wel de beste oplossing voor hun probleem.” En zo houden opdrachtgever en opdrachtnemer elkaar in een rare wurggreep, waar nog niet meteen een pasklare oplossing voor is. Zowel Nlingenieurs als de Unie van Waterschappen hebben geen enkel mandaat, maar de ingenieurs hebben toch alarm geslagen via de brancheorganisatie om het probleem breder aan te kunnen kaarten. De hoop is dat bij opdrachtgevers het besef doordringt dat opdrachtgevers zich realiseren dat raamcontracten niet leiden tot marktconforme tarieven en zeker niet tot de gewenste kwaliteit. Inmiddels liggen er tien punten om de praktijk te verbeteren en is het gesprek voorzichtig op gang gekomen. “We denken nog steeds dat praten de manier is om er uit te komen en betichten niemand van boze opzet.”

Tien dringende aanbevelingen

1 Selecteer op kwaliteit

2 Stem gunningscriteria af op type werk

3 Zorg voor realistische volumes en vraag die uit

4 Gebruik standaard documenten, eigen verklaringen

5 Beperk het aantal contractpartijen

6 Breng detacheringen in raamovereenkomsten onder

7 Zorg voor integrale aanpak en sluit het mkb niet uit

8 Vraag nooit onbeperkte aansprakelijkheid

9 Aansprakelijkheid in verhouding met project

10 Zorg voor innovatie, let op intellectueel eigendom

Bron: NLingenieurs

Reageer op dit artikel