nieuws

‘Lange bouwketen ontbeert corrigerende terugkoppeling’

bouwbreed Premium

De bouwketen is enorm lang en iedereen doet zijn kunstje doet zonder eerdere fouten te herstellen. In tegenstelling tot bij andere sectoren, ontbreekt die corrigerende terugkoppeling in de bouwsector. Dat kan beter, menen Martin van Pernis en Jaqueline Schlangen van Vernieuwing Bouw.

“De bouw verschilt minder van andere sectoren dan vaak wordt gedacht. Het grootste verschil is dat de bouwketen heel lang is, van ontwikkelaar tot uiteindelijke beheerder en alles wat daartussen zit. En dan valt er het nodige aan te merken op de samenwerking binnen de keten”, vertelt Vernieuwing Bouw-voorzitter Martin van Pernis, die in zijn tijd als topman van Siemens Nederland vaak in aanraking kwam met de bouw en die sector daarom al kende.

Het gebrek aan samenwerking zorgt dat het corrigerend vermogen binnen de keten uiterst gering is. “Er zitten geen loops in die corrigeren”, heet dat in zijn terminologie. “In alliantiemodellen zitten die terugkoppelingen wel. Daarom zijn wij fervent voorstander van allianties. Daarin worden voor- en nadelen samen gedeeld, waardoor iedereen baat heeft bij goede samenwerking.”

De samenwerking beperkt zich wat hem betreft niet tot de partijen in de keten, maar strekt zich ook uit tot de kennisinstellingen. “Op dat punt zijn we voorstander van de Bouwcampus die ergens tussen Rotterdam en Den Haag in moet komen. Delft zou een goed punt zijn, daar zitten de TU en TNO al”, vindt hij.

Het is een wens die ook Bouwend Nederland richting het Bouwteam van Joop van Oosten heeft geuit. Daarbij wordt aangehaakt bij pogingen in 2010 tot een fusie van Curnet en CROW, onder de titel Huis voor de Bouw. Daarbij zouden zich later andere kennisinstellingen aan kunnen sluiten, zoals SBR. Vernieuwing Bouw ziet het samenklonteren van kennisinstellingen nog steeds als een goede optie om vernieuwing ook te stimuleren vanuit wetenschap en instituten die zich richten op toepassing en implementatie.

Een obstakel om de keten te laten vernieuwen, is dat niet altijd duidelijk is wie wel en wie niet in de keten hoort. “Zitten bijvoorbeeld installateurs er nu wel of niet in? Ik vind van wel. Een voorbeeld van hoe installateurs in de keten meewerken, is de tunnel bij Sluiskil, waar TBI-dochter Croon risicodragend in de combinatie met BAM meedraait. Ook zou ik graag de sloopbranche erbij willen hebben”, aldus Van Pernis.

Wat hij voor ogen heeft op dit punt, past het beste in het bekende woord ‘vertrouwen’ waar al jaren over wordt gesproken. Dat ontstaat echter niet vanzelf, zoals evenzoveel jaren hebben aangetoond. “Eerst transparant zijn en eerlijk, dan komt het vertrouwen”, is dan ook zijn stelling.

En dat vertrouwen is nodig om tot goede samenwerking te komen en tot ketenintegratie. Die zijn weer nodig om de in zijn ogen noodzakelijke corrigerende terugkoppelingen te creëren, waarmee onder meer fouten en faalkosten kunnen worden voorkomen.

Meerwerk

“We hebben het over ketenintegratie, over BIM en andere systemen. In de praktijk zie je door gebrek aan samenwerking echter weer systemen ontstaan die niet met elkaar kunnen communiceren. Op dat punt moeten nog stappen worden gezet, maar dan zal in de keten samengewerkt moeten worden op het gebied van de vele initiatieven. Daar zit tijdwinst en dus geld in. Als Vernieuwing Bouw hebben wij een rol, omdat wij het overzicht hebben”, meent Van Pernis.

Slechte samenwerking ziet hij als een werkgelegenheidsproject voor juristen. “Toen ik bij Siemens begon te werken, hadden we geen bedrijfsjuristen. Toen ik wegging zaten er elf”, licht hij zijn stelling toe.

Een gevolg van slechte samenwerking is ook de eeuwige meerwerkdiscussie. Die is terug te voeren op het feit dat een fout in het begin blijft zitten onder het motto dat die later wel wordt opgelost. “Dat betekent echter meerwerk. Bovendien kost een fout die in het begin zeg eens 2 cent kost, aan het einde van de rit 2000 centen. Wellicht moeten we een voorbeeld nemen aan de Chinezen. Als daar een calamiteit is, dan wordt desnoods het werk stilgelegd en krijgen partijen veertien dagen tijd om het op te lossen. Dan hoeft het niet uitgevoerd te zijn, maar de oplossing moet er liggen.”

Koplopers

Vernieuwing Bouw heeft er destijds bewust voor gekozen om met de koplopers in de sector aan de slag te gaan en die als voorbeeld te tonen aan de rest. “Als je wilt veranderen, dan heb je koplopers nodig”, weet directeur Jacqueline Schlangen. “Wij veranderen de bouw niet, dat moeten de bedrijven en opdrachtgevers zelf doen. De koplopers tonen de volgers hoe dat kan. Je ziet in de praktijk nu al dat de koplopers ook de best presterende bedrijven zijn”, vindt ze.

Sinds na de bouwaffaire de eerste en tweede Regieraad Bouw aan het werk zijn gegaan, is er volgens beide vernieuwers al een enorme verbetering opgetreden in de sector. Dat blijkt ook uit de tweejaarlijkse meting die eerst de Regieraad en nu Vernieuwing Bouw houdt. “Wij zijn overigens geen verlengstuk van de Regie­raad. Na de raad – die door drie ministeries is ingesteld – zei de sector dat zij het nu wel zelf kon. Maar wel graag met Rijkswaterstaat en de Rijksgebouwendienst als belangrijke opdrachtgevers erbij”, vertelt Schlangen.Die veranderingen in de sector zijn niet altijd gemakkelijk, zeker niet in deze crisistijd. “Dan zou je zeggen dat juist nu de verleiding groot is om weer in de fout te gaan. Dat zien we gelukkig niet gebeuren. Een voordeel is dat het hele thema van compliance de afgelopen jaren geheel veranderd is. Wie nu nog in de fout gaat, ziet de politieke opinie tegen zich keren”, weet Van Pernis.

Dat er al veel gebeurd is, wil niet zeggen dat de sector al is waar hij moet zijn. Vernieuwing Bouw ziet drie thema’s waar nog heel veel moet gebeuren: ketensamenwerking, levensduurdenken en vernieuwend leiderschap. Daar horen zaken bij als digitalisering en standaardisatie. Daarnaast wijst Van Pernis op het ontstaan van nieuwe bedrijfsmodellen en nieuwe businessmodellen. “Neem de Energie Service Companies, Esco’s, je ziet sommige bouwbedrijven die slag maken. De businessmodellen veranderen. De toekomst gaat naar decentrale energieopwekking. Daar is Duitsland overigens veel verder mee. Daar heeft de overheid vaart gezet achter de aanleg van smart grids.”

Wat dat betreft ziet hij nog een rol voor de overheid. “De overheid moet een platform bieden waar de economie op gedijt. Duitsland bijvoorbeeld heeft een apart ministerie voor Innovatie gehad. Als je daar binnenkwam voor subsidie, dan werd er gezegd, praat eens met die of die partij, die is er ook mee bezig. Als je in Nederland subsidie aanvraagt, wordt er alleen maar gekeken of je het aanvraagformulier wel goed hebt ingevuld. Wat dat betreft is de oprichting van de topsectoren al een verbetering. Maar daar mag wat mij betreft nog meer focus op zitten”, aldus Van Pernis. n

Reageer op dit artikel