nieuws

Bouwlobby is vrijwel absent in de Kamer

bouwbreed Premium

Is de bouwlobby te versnipperd, zoals Paul Oortwijn – directeur van NLingenieurs – vorige week suggereerde? Kamerleden en lobbyisten reageren wisselend.

Te afwachtend, te voorspelbaar, te star. Bouwend Nederland zou zelfs mede verantwoordelijk zijn voor de vastgelopen woningmarkt. Kamerleden geven de bouwlobby er op een aantal punten van langs. Die lobby zou volgens de Kamerleden een voorbeeld moeten nemen aan de land- en tuinbouwsector, waar het volgens hen veel beter is geregeld. Of het nu over tomaten, koetjes, kalfjes of landbouw gaat, Kamerleden kunnen in Den Haag terecht bij één aanspreekpunt. Oortwijn is jaloers op die LTO-achtige aanpak.

De bouwsector bundelt de krachten onvoldoende, vermeldde de directeur van NLingenieurs vorige week in Cobouw. Architecten, aannemers, ingenieurs en toeleveranciers verkopen allemaal te veel hun eigen verhaal. Met als wrang gevolg dat Kamerleden en uiteindelijk misschien zelfs dit kabinet helemaal niet beseffen hoe belangrijk de bouw is voor de Nederlandse economie.

Het statement is zeker niet nieuw. Ook de sector zelf weet eigenlijk nauwelijks hoeveel clubjes en brancheorganisaties er zijn. Elco Brinkman van Bouwend Nederland foetert bovendien al jaren dat de bouw meer met één mond moet praten. Kamerleden en lobbyisten reageren wisselend op het gebrom. “Je kunt bouw en land- en tuinbouw niet goed vergelijken”, is een veelgehoorde reactie. CDA’er Ger Koopmans is één van de weinige Kamerleden die het grotendeels met de twee bestuurders eens is. “Het is soms een zoektocht. Dan weet ik niet bij wie ik moet zijn.” Arie Slob van de ChristenUnie heeft minder last van de vele bouwlobbyisten die allemaal hun eigen belangen proberen te verdedigen. “Ik vind het zelf ook wel plezierig om direct informatie van de werkvloer te krijgen.”

“Wie reken je tot de bouwlobby? Aedes en de Woonbond ook?”, reageert Linda Voortman van GroenLinks. Ze snijdt daarmee exact de kern van het dilemma aan.

Reageer op dit artikel