nieuws

‘Stoppen met uitknijpen, dat roepen ze al jaren’

bouwbreed

BAM pakt het uitknijpen van onderaannemers aan. Het midden- en kleinbedrijf juicht het initiatief van Nederlands grootste bouwbedrijf toe, maar is ook sceptisch. “Ze roepen dat al jaren.”

Het was de bestuursvoorzitter van BAM, Nico de Vries, die vorige week de knuppel in het hoenderhok gooide. Er moet nu maar eens een einde komen aan het uitknijpen van onderaannemers, zei hij in deze krant. De topman beloofde bovendien dat het Bunnikse bouwconcern daarbij het voortouw zal nemen.

De uitlatingen lokten felle reacties uit. Niet verwonderlijk want juist nu de bouwsector door een diep dal gaat, worden kleinere bouwbedrijven genadeloos de duimschroeven aangedraaid. En niet zelden zijn de grote aannemers de boosdoeners.

Ook op de burelen van de Aannemersfederatie Nederland (AFNL) waren de woorden van de BAM-voorman het gesprek van de dag, geeft voorzitter Henk Klein Poelhuis toe. “De Vries snijdt dan ook een punt aan dat ons aan het hart gaat”, verklaart hij.

De aannemersfederatie komt op voor de belangen van honderden gespecialiseerde, vaak kleinere aannemers, die allemaal wel eens slachtoffer zijn geworden van leurgedrag van een hoofdaannemer. Klein Poelhuis: “Als ik dan hoor dat BAM ketenintegratie echt van de grond wil tillen en inzet op meer co-makership, dan denk ik: dat gaat de goede kant op. Wij zijn er al veel langer van overtuigd dat de kennis van onderaannemers beter moet worden gebruikt. Het is dé manier om het bouwproces te verbeteren en de faalkosten te verminderen”, aldus de AFNL-voorzitter.

Voor hem geldt echter wel: eerst zien, dan geloven. “Nou ja, ze roepen natuurlijk al jaren dat ze op een andere manier om willen gaan met onderaannemers. Een paar jaar geleden hebben de zeven grootste bouwbedrijven in dat verband nog de zogenoemde leidende principes opgesteld en ondertekend. Het is goed dat daar nu kennelijk een vervolg aan wordt gegeven, maar je kunt je ook afvragen wat er de afgelopen jaren aan is gedaan.”

Bij Dura Vermeer, de zevende bouwer van het land en een van de bedrijven die zich vijf jaar geleden committeerden aan de leidende principes, weten ze dat laatste wel. “Eigenlijk best veel”, zegt woordvoerder Glenn Metselaar. “Al kan ik me voorstellen dat het voor de buitenwacht misschien niet zo zichtbaar is.”

Gelijkwaardig

De Zoetermeerse aannemer heeft zelf in haar duurzaamheidsbeleid vastgelegd dat ze op een “gelijkwaardige manier” wil omgaan met onderaannemers, aldus Metselaar. In de praktijk komt dat volgens hem vooral tot uiting in de initiatieven die de bouwer neemt op het gebied van ketenintegratie. “Zeker in bouw en vastgoed zijn we erin geslaagd om ketenintegratie goed op te tuigen. Maar het kost tijd en vereist een behoorlijke cultuuromslag. Bouwers zijn niet gewend om elkaar in de portemonnee te laten kijken en hun kennis te delen.”

Naast Dura Vermeer en BAM beloofden ook Volker Wessels, Heijmans, TBI, Strukton en Ballast Nedam zich meer te bekommeren om de positie van onderaannemers. Volgens Metselaar doen ze dat ook. “Moedwillig uitknijpen is er niet meer bij”, zegt hij stellig. “We streven ernaar om zoveel mogelijk met vaste onderaannemers te werken. Die kennen je bedrijf en je werkwijze. Dat betaalt zich uit. Bovendien: knijp je een onderaannemer uit dan zal hij nooit zijn best voor je doen. En dat zie je terug in de kwaliteit. Elk groot bedrijf denkt er zo over.”

Klein Poelhuis twijfelt daar aan. Zeker in tijden van crisis zetten de bouwconcerns hun pas vormgegeven principes gemakkelijk overboord, constateert hij. Zo zijn de grote bedrijven zich ook gaan richten op de kleinere projecten, die voor de crisis nog helemaal niet interessant voor hen waren. De onderaannemers, die minder diep kunnen gaan, hebben het nakijken. Met een beetje geluk mogen ze voor de hoofdaannemer aan de slag, maar dan wel tegen bedroevend lage prijzen. “Uitknijpen is van alle tijden, maar nu het crisis is, zie je het extreem veel gebeuren.”

De vraag is of dat de hoofdaannemers helemaal is aan te rekenen. Opdrachtgevers proberen momenteel het onderste uit de kan te halen. De gevolgen laten zich raden: de rekening wordt doorgeschoven naar de onderaannemer en de toeleverancier. Happig om het volmondig toe te geven zijn de grootste bouwers niet, maar zij weten: uitknijpen leidt in de praktijk tot uitknijpen.

Onderzoek naar succesfactoren ketenintegratie

Bouwend Nederland start samen met adviesbureau Turner een onderzoek naar de succesfactoren van ketenintegratie. Ruim driehonderd bedrijven met een omzet van minimaal 50 miljoen euro zijn benaderd. In mei worden de resultaten verwacht. Centrale vraag van het onderzoek: werken bouw- en infrabedrijven samen om hun eigen positie te optimaliseren of doen ze dat vanuit een oprechte intentie om het beste eindresultaat voor de klant te realiseren?

Ketenintegratie wordt in de bouw vaak gezien als wondermiddel. Het gaat de faalkosten te lijf, leidt tot betere kwaliteit en verstevigt de positie van onderaannemers en toeleveranciers. De praktijk blijkt echter weerbarstiger. Vaak is het eindresultaat inderdaad kwalitatief goed van aard, maar zijn de doorlooptijden overschreden, is de samenwerking lastig geweest en waren de rendementen voor de aannemers teleurstellend. “De samenwerking moet naar een nieuw niveau worden getild”, verklaart Bob Gieskens, hoofd brancheontwikkeling van Bouwend Nederland de noodzaak van het onderzoek. “Het moet daadwerkelijk de succesfactoren in beeld brengen, zodat we ketensamenwerking in de praktijk nog meer vorm en inhoud kunnen geven.”

Reageer op dit artikel