nieuws

interview frans horst‘Cv-installateur hoeft woning niet meer in’

bouwbreed Premium

Een semi-collectief systeem maakt het onderhoud van de verwarmingsinstallatie in portiekwoningen makkelijker, vindt projectleider Frans Horst van Woningstichting Eigen Haard uit Amsterdam. “Installateurs hoeven niet meer bij de bewoners binnen te komen.”

In multiculturele wijken zoals Bos en Lommer, waar Eigen Haard 245 portiekwoningen renoveert, begint met het opendraaien van de gaskraan veelal een periode van uiterst moeizaam onderhoud, zegt Horst. “Overdag wanneer de vrouw alleen thuis is, komt de installateur onder geen beding binnen”, vat hij het onderhoudsprobleem samen. “Dat zou alleen ’s avonds kunnen als de heer des huizes ook thuis is, en dan nog…” Al die afzonderlijke ketels zijn voor de corporatie ook duur in het onderhoud; voor elke ketel wordt een servicecontract afgesloten. De installateur doet dat graag, maar het is niet nodig. Een centrale ruimte met één of twee grote(re) ketels buiten het domein van de bewoners is de oplossing.”

Huiverig

De Koningsvrouwen van Landlust heeft als proef in één trappenhuis zo’n ketelhuis in de berging onder het complex. Eigen Haard liet daar een installatie met twee HRe-ketels van Remeha bouwen. De ketels bedienen via twee voorraadvaten acht portiekwoningen van elk ruim 50 vierkante meter groot. Technisch valt daar niets op af te dingen, vindt Horst, maar corporaties zijn er huiverig voor. “Als bij een bewoner de ketel uitvalt, heeft de verhuurder maar met één ontevreden klant te maken. Valt een centraal systeem uit dan krijgt de corporatie ineens een heleboel klagers tegenover zich.”

Het technische voordeel van het semi-collectieve systeem van De Koningsvrouwen van Landlust is vooral minder ruimtegebruik. In kleinere bestaande woningen ontbreekt vaak de ruimte om een relatief grote ketel te installeren. “Vaak is die ook helemaal niet nodig”, vindt Horst. “In fors geïsoleerde woningen nog een HR-ketel plaatsen is te veel van het goede; die wordt eigenlijk alleen gebruikt om tapwater warm te maken.”

Installatiematerialen en gas worden wat hem betreft ook niet efficiënt gebruikt. “En een semi-collectieve installatie is ook efficiënter dan collectieve installaties als wijk- en stadsverwarmingen.” Leidingwerk voor gebouwen met portiekwoningen kan vaak prefab worden gemaakt en gerepeteerd. “Al kan het geen kwaad om het van project tot project nog een keer na te meten.”

Industrieel concept

Met prefab werken komt ook een meer industrieel concept voor de verwarmingsinstallatie in beeld. Prefab biedt ook het voordeel dat installaties gecertificeerd kunnen worden gemaakt. “In een trappenhuis kunnen bijvoorbeeld de twee woningen op de bovenste verdieping worden samengevoegd tot één”, legt Horst uit. “Dan houd je een half trappenhuis over waar je een container met een prefab installatie kunt onderbrengen. De installateur kan daar altijd ongehinderd bij.”

Horst zegt nog een veelheid aan argumenten te kunnen noemen waarom semi-collectieve installaties de voorkeur verdienen boven individuele en collectieve. Niet in de laatste plaats het argument dat zulke installaties met HRe-ketels de overheid steunen in het voornemen decentrale opwekking te bevorderen.

Reageer op dit artikel