nieuws

‘Als iemand alleen plinten legt, denk ik: Waar ben je mee bezig?’

bouwbreed Premium

‘Als iemand alleen plinten legt, denk ik: Waar ben je mee bezig?’

Geconditioneerd werken, een andere taakverdeling op de bouwplaats en meer zeggenschap voor het personeel. Volgens scheidend bedrijfsarts Cor van Duivenbooden is het ideale bouwbedrijf van de toekomst op deze drie punten wezenlijk anders dan een huidige aannemer. “Misschien is het over honderd jaar gemeengoed.”

Geen bedrijfsgezondheidszorg, geen controle op uitvoering en geen richtlijnen. Toen Cor van Duivenbooden 25 jaar geleden begon bij Arbouw viel er in de bouwsector nog veel te verbeteren. “We waren echt pioniers. Het ziekteverzuim was hoog, boven de 12 procent. Als er even geen werk was, zei de baas: meld je maar even twee weken ziek, daarna heb ik weer werk voor je. Dat is ook niet zo gek. Op het moment dat er vanuit de wet een voorziening wordt aangemaakt, de Wabo, dan vraag je om een hoog ziekteaantal en verzuim. Dat zie je ook terug in de cijfers. In de jaren vijftig was het verzuim op ongeveer hetzelfde niveau als nu. In de jaren zeventig en tachtig een stuk hoger.”

Voor bouwplaatspersoneel is er de afgelopen jaren weinig veranderd, vindt Van Duivenbooden. “Natuurlijk, de zorg voor bouwvakkers is veel beter geworden, bouwplaatsen zijn geen modderpoelen meer en alles is hightech. Door de inzet van hulpmiddelen voor bijvoorbeeld mechanisch verticaal en horizontaal transport is de lichamelijke belasting gereduceerd.” Maar er is een keerzijde. “Omdat bijna alle gereedschappen mechanisch aangedreven worden, is het lawaai juist weer toegenomen. Natuurlijk, er zijn ontwikkelingen in stille technologie en per gereedschap zijn aanzienlijke reducties bereikt, maar al met al is het er op de bouwplaats niet stiller op geworden. Aan de ene kant win je iets en aan de andere kant lever je wat in.”

Welvaart

De gezondheid van het bouwplaatspersoneel is in de loop der jaren flink verbeterd. “Vroeger stopten mensen als ze 56 werden. Ook omdat het niet anders kan. Ja, bouwvakkers zijn gezonder, maar dat heeft ook met de welvaart te maken. Het is een nationale trend. Iedere week die je nu leeft, voeg je een dag aan je levensverwachting toe. De mens leeft langer en is gezonder. Het feit dat de bouw fysiek minder belastend is geworden en minder gevaarlijke stoffen gebruikt, zorgt er wel voor dat mensen langer kunnen doorwerken en langer gezond zijn.”

Werknemers moeten in goede gezondheid hun pensioen kunnen halen, vindt Van Duivenbooden. Dat is mogelijk, maar dan moet je de pensioengerechtigde leeftijd niet te hoog leggen. “Ze hebben het nu over werken tot je 67ste. Leuk bedacht, maar als je ziet hoe bouwvakkers slijten, moet je je afvragen of dat wel haalbaar is. Ik denk het niet. Alhoewel, dat hang natuurlijk ook van het beroep af. Voor uta-personeel hoeft het geen probleem te zijn, maar het bouwplaatspersoneel? Op de bouwplaats kom je niemand tegen die ouder dan 63 is. De huidige generaties bouwvakkers, die al een jaar of 30 à 40 in de bouw zitten, zijn lichamelijk gewoon op.”

De bouwvakkers van nu kunnen alleen tot hun 67ste doorwerken als er een cultuuromslag plaatsvindt, denkt Van Duivenbooden. “Je zult nog meer naar systeem- en montagebouw moeten. De bouw is altijd de sector waar de meeste ongelukken gebeuren. Terwijl in een sigaretten- of verffabriek bijna nooit iets gebeurt, omdat er onder geconditioneerde omstandigheden gewerkt wordt. Dat is iets waar je als bouwsector binnen enkele tientallen jaren ook naartoe moet.”

Hoe hij dat voor zich ziet? “Kijk naar Alaska. Daar werken bouwvakkers in een grote loods die keurig verwarmd is. De huizen worden binnen gebouwd en op een dieplader weggereden. Het kan allemaal, maar er hangt natuurlijk wel een prijskaartje aan.” En dat is nou net het probleem. “De aannemer wil graag alles zo goedkoop mogelijk doen. Dat is ook niet zo vreemd natuurlijk.” De eerste stappen zijn al gezet, signaleert de bedrijfsarts. “Je ziet nu veel bouwwerken die helemaal in plastic zijn ingepakt. Dan begin je al te doen aan conditionering en beheer van klimaat. Dat zag je tien jaar geleden nooit. Maar daardoor is het wel lastig om een cultuuromslag te maken. Het zal in kleine stapjes gaan. Misschien is het over honderd jaar gemeengoed.”

Een ander punt waar volgens de bedrijfsarts nog veel te verbeteren valt is de taakverdeling op de bouwplaats. “De bouw is nu volledig opgesplitst in activiteiten. Als je een wijk bouwt zijn er misschien wel twintig of dertig bedrijven bij betrokken die allemaal één ding goed kunnen. Als je iemand hebt die alleen de plinten in woningen legt, dan denk ik: Waar ben je mee bezig? Ik kan me niet voorstellen dat het heel veel arbeidsvreugde oplevert als je de hele dag alleen maar plinten legt of gipswanden plaatst.”

Aandeelhouder

Van Duivenbooden ziet meer in een multifunctionele vakman. “Je moet natuurlijk niet doorslaan. Een metselaar hoeft niet ook te timmeren en de elektriciteit aan te sluiten. Het gaat me vooral om de kleinere taken. Als je die door één persoon laat doen, wordt zijn werk gevarieerder en boeiender.”

Maar ook vanuit de werkgever gezien is het niet logisch om voor iedere taak een ander bedrijf in te schakeling. “Zo ontstaan er alleen maar problemen met de afstemming en de coördinatie. Er zijn ik weet niet hoeveel aannemers waarmee je moet communiceren, afstemmen en tijdschema’s op moet stellen. Dan kan de aanneemsom laag zijn, maar door dit soort dingen liggen faalkosten op de loer.”

De multifunctionele vakman die Van Duivenbooden graag zou zien, is bij voorkeur in dienst van het bouwbedrijf. “Je kunt je personeel bijvoorbeeld aandeelhouder maken. Het is tegenwoordig bijna socialistisch als je dat zegt, maar het vergroot de betrokkenheid wel.”

Het tegenovergestelde lijkt echter te gebeuren. “Er wordt steeds vaker gebruik gemaakt van zzp’ers, vleeswerkers. De bouw is één groot risicoafwentelingproces geworden. Aan het eind van de rit is degene die het uiteindelijke werk doet het haasje. Zzp’ers of eenmanszaken moeten voor een rotprijsje hun dingen doen. Als bouwbedrijf heb je juist een harde kern nodig.” Dat is beter voor het personeel, maar de werkgever profiteert er van, denkt Van Duivenbooden. “Wie meedeelt in de winst, doet graag een stapje extra.” ■

Reageer op dit artikel