nieuws

Werkgroep gaat zich over levensduur buigen

bouwbreed

De Stichting Bouwkwaliteit krijgt een werkgroep die de levensduur van utiliteitsbouw en gww-werken gaat bepalen. Pim Peters, directeur van IMd Raadgevende Ingenieurs uit Rotterdam, komt binnenkort met een voorstel voor zo’n werkgroep.

Peters pleit voor een reële aanname van de levensduur van een gebouw of kunstwerk. Dat is belangrijk bij het vaststellen van de milieuprestatie.

Momenteel wordt gerekend met een levensduur van 50 jaar voor utiliteitsbouw en 75 jaar voor gww-werken. “Dat is gebaseerd op ervaring”, licht Peters toe. “Maar de werkelijke levensduur hangt af van onder meer de locatie, de flexibiliteit en de aanpasbaarheid van het geheel of delen. Ik vind het jammer als opdrachtgevers bijvoorbeeld investeren in de mogelijkheid kantoren na een aantal jaren om te bouwen tot woningen, zodat de levensduur van het gebouw verlengd wordt, maar dat niet terugzien in de milieuprestatie. Ik ga daarvoor een werkgroep in het leven roepen.”

Constructie

De milieuprestatie van een gebouw of gww-werk wordt mede bepaald door de constructie.

In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en de Koninklijke Metaalunie ontwikkelde IMd Raadgevende Ingenieurs het model ‘Bepaling Hoeveelheden Hoofddraagconstructie’ (BHH). Daarmee kunnen in de ontwerpfase de milieuprestaties van verschillende hoofddraagconstructies met elkaar worden vergeleken. Eerst worden de parameters en functionele eenheden vastgesteld, zoals de functie, stramienmaten, bouwlagen, soorten vloerafwerking en scheidingswanden. Het model genereert de hoeveelheden materialen. Vervolgens kan de milieuprestatie worden berekend.

Rekenregels

Het model BHH is reeds opgenomen in de geharmoniseerde rekenregels voor materiaalgebonden milieuprestaties van de SBK. Maar het houdt geen rekening met de werkelijke levensduur. “Die is van grote invloed op de duurzaamheid”, stelt Peters. “De levensduurverwachting is gerelateerd aan de flexibiliteit van een gebouw, dus aan de constructie. Beide factoren zijn nu nog niet kwantificeerbaar. Ze worden nog niet meegenomen in de duurzaamheidsberekening. Daarop gaan we onze aandacht richten.”

Peters wil eerst inventariseren en daarna onderzoek doen met als uitgangspunt de Estimated Service Lifetime (ESL) van Frank Tool. “Met alle partijen erbij, niet alleen de constructief ontwerpers.”

Reageer op dit artikel