nieuws

OPS blijft onbegrepen

bouwbreed

OPS blijft onbegrepen

Pas in het jaar 2000 ging het verbod op oplosmiddelen bij binnenschilderwerk in. Elf jaar later lijden nog steeds honderden mensen onder de ongezonde stoffen waarmee ze dagelijks werkten.

Op een doodnormale zaterdagmiddag loop ik een typisch Hollands café binnen in Zwolle. De tent zit helemaal vol. ‘Niets vreemds aan ze te zien’, denk ik. Als Janke van Midlum, directeur van de Vereniging OPS, naar me toekomt, zeg ik dat tegen haar. “Dat is precies het probleem”, reageert ze. “Wacht maar tot we vanmiddag gaan wandelen. Dan zie je het wel. Dan zijn de meesten al moe.”

Van Midlum heeft een man met de schildersziekte. Sinds een aantal jaren organiseert ze dagjes uit en brengt ze op die manier lotgenoten bij elkaar. Vandaag zijn er 48 mensen. Oud-vakmannen van tussen de vijftig en zeventig jaar met hun echtgenotes. Eén vrouw is alleen.

De meesten willen mij hun verhaal vertellen. Sommigen vinden het niet erg dat hun naam in de krant komt. Anderen hebben het liever niet. Ik zeg dat het niet hoeft en dat ik geen zielig verhaal wil maken. Het gaat mij er ook niet om bedrijven zwart te maken. Ik wil weten wat de ziekte OPS is en wat het met mensen doet.

In het café raak ik al vrij snel in gesprek met een welbespraakte meneer, zwart haar en een bril. “Ik maakte beitels. Als die geslepen waren dan zetten we ze in een oplosmiddel. Wij werkten dan de hele dag in die lucht. Soms stonden er wel 100.000 uit te dampen. Dan kwam je high thuis.”

De vroegere beitelmaker is nu vrijwilliger in een centrum voor daklozen. Hij kan nog best veel, maar concentreren kost moeite. En hij is vergeetachtig. “Het is alsof mijn beschrijving steeds verandert. Alleen daarom al kan ik niet zonder mijn vrouw. Zij is mijn externe geheugen.”

Ironisch genoeg hield de beitelmaker zich tijdens zijn werkzame leven bezig met veiligheidsvoorschriften. Hij weet nog dat bedrijven nooit investeerden in beschermingsmiddelen als het niet van de wetgever hoefde. Ook een fonds voor OPS-patiënten met een oproep aan brancheorganisaties om mee te betalen, is volgens hem “gedoemd te mislukken”. “Als veiligheidsman deed ik destijds alle metingen. En al waren ze niet best, nog had ik geen schijn van kans bij mijn eigen werkgever.”

Janke vertelt dat we naar buiten gaan. “De boot wacht op ons.” De sloep zal ons Zwolle vanaf het water tonen. Buiten loop ik naast Arie en zijn vrouw. Arie was autospuiter. Vroeger was hij altijd opgewekt, zegt hij. Nu laat hij zich niet graag meer op straat zien. “Dat voelt alsof ik examen moet doen.”

Op de boot krijg ik een plaatsje naast Willem Nauta, een zeezeiler uit Heerenveen die tot een aantal jaren terug muurschilderingen en fresco’s maakte. Vooral van de kermisexploitanten voor wie hij de attracties – soms complete draaimolens – van tekeningen voorzag, kreeg hij veel waardering. Willem kan zijn verhaal nog goed vertellen, al is hij volledig afgekeurd, heeft hij problemen met zijn luchtwegen, functioneert zijn centrale zenuwstelsel niet meer naar behoren en slikt hij 17 medicijnen. “Ik ruik ook niets meer. Mijn smaak is misschien nog 50 procent. Maar als ik een biefstukje met champignons eet, herinner ik me de smaak. Alleen is mijn kortetermijngeheugen niet zo goed meer.”

De 59-jarige Willem, volle snor, is helemaal grijs maar oogt fit en gezond. Vroeger was hij een “pitbull die zich overal in vast beet”. “Nu is daar niets meer van over. Ik teken nog wel met potloden, maar ze vasthouden wordt steeds moeilijker. Mensen om me heen begrijpen me niet. Denken dat ik gestoord ben. Zelfs sommige vrienden negeren me.”

Willem, die op zijn vijftiende begon te werken, heeft altijd geweten dat zijn baan ongezond was. Dertig jaar geleden had hij het al eens aangestipt bij zijn werkgever. Op een dag viel hij spontaan neer. Hij verloor 10, 15 kilo in één week tijd. “Mijn baas zei dat ik geen slapende honden moest wakker maken. Dat er nog niemand aan dood was gegaan. En dat ik tijdelijk ander werk zou krijgen. Maar binnen de kortste keren werkte ik weer met oplosmiddelen.”

Zijn bazen wisten dondersgoed dat het fout zat, zegt Willem. Want als ze het werk voor oplevering controleerden, kwamen ze gauw met een zakdoek voor hun mond een kijkje nemen. “Ze wisten niet hoe snel ze weer naar buiten moesten. Maar kort daarvoor mochten wij niet werken met het raampje open, omdat er dan te veel stof naar binnen zou komen.”

“Of ik nog wel gelukkig ben? Alleen op de goede dagen als ik teken. Soms ben ik wel diepongelukkig, maar dat kan ik niet tegen mijn vrouw vertellen.” Willem moest drie jaar geleden noodgedwongen stoppen met werken. Hij is boos op zijn oud-werkgevers en voelt zich vooral in de steek gelaten. “Eentje van hen zei zelfs tegen mij; ‘Willem als je zo ongelukkig bent, waarom spring je dan niet voor de trein? Dat doen er wel meer. Dan ben je ook van je zorgen af’.”

Nauta gaat het ook niet om het geld. Hij wil erkenning, net zoals de meesten van zijn lotgenoten. “OPS is altijd doodgezwegen door politici en het bedrijfsleven. Daardoor voel ik me net een oplichter.”

Van het rondje varen heb ik zelf weinig meegekregen. Het weer was prachtig, maar voor Willem te drukkend. Ik vraag Arie hoe hij het boottochtje heeft ervaren. “Heerlijk rustgevend”, antwoordt hij. Aan initiatiefnemer Janke vraag ik of ze alles onder controle heeft. “Natuurlijk”, laat ze weten. “Het zijn geen kleine kinderen.”

Wisselende stemmingen

Door de smalle straten van Zwolle loop ik op met Arie en Jana van der Plas. Arie, die zijn leven lang schilder was, loopt niet meer zo snel en besluit zo nu en dan even te stoppen. Zijn ogen zijn waterig, zijn verhaal maakt een diepe indruk op mij. En niet alleen omdat zijn ziekte hem “45.000 euro heeft gekost”.

“Ik heb wisselende stemmingen. Van alles. Men zegt dat ik te lui ben, dat ik zeker niet meer wil werken. Bij het AMC hebben ze OPS vastgesteld. Dat maakt niets uit. Bij het UWV ben ik vernederd. Nu heb ik een wrok tegen de maatschappij. Alles is op en ik ben 67. Ik kan mijn eigen kinderen op mijn trouwdag niet eens mee uit eten nemen.”

Terug in het café kijk ik om me heen. Verbaasde, soms vragende of uitnodigende gezichten kijken mij aan. Met wie heb ik nog niet gesproken? Dat zijn er genoeg. En dan te bedenken dat er nog honderden anderen zijn met soortgelijke verhalen of nog erger. Ik kom aan tafel te zitten bij Jan en Gerda van Kuijk uit Brabant. Jan was altijd woninginrichter, werkte veel met ongezonde “Bizonkitten”.

Gerda biedt aan soep te gaan halen, want met zijn drieën tegelijk praten is lastig voor Jan. Eén op één gaat prima.“Welke klachten heb ik? Ik ben snel vermoeid, het denken gaat langzamer. Als de TomTom aangeeft dat ik naar links moet, moet ik toch nog even nadenken. Ik ben wel weer gelukkig. Ik heb een grote tuin en ik snelwandel graag. Ik denk ook dat sporten goed voor me is, omdat ik dan ook veel endorfine aanmaak. Nee, ik heb nog niemand gevonden hier die mijn verhaal kan beamen. Daarom is OPS ook zo complex, ieder individu heeft zijn eigen verhaal en zijn eigen klachten.”

Op zijn zestiende begon Jan te werken. Hij bekleedde trappen toen dat “nog schering en inslag was, soms drie op een dag”. “Maskers kenden ze toen nog niet. En toen we ze wel hadden, kwam de lijm vaak op onze huid terecht. Eigenlijk een veel groter orgaan. Daar trekt het in.” Jan snapt niet waarom brancheorganisaties, maar ook het Rijk, OPS-patiënten zo aan hun lot overlaten. “Als er bij banken iets was gebeurd, dan hadden ze allang actie ondernomen.” Gerda komt er weer bij zitten. Ze vertelt me dat Jan volgens haar al heel lang rondloopt met problemen. “Toen mijn dochter 32 jaar geleden werd geboren, moest ik hem al een briefje meegeven zodat hij haar naam zou onthouden. Toch ging het mis. Nu heet ze Maria in plaats van Wendy.”

Naast Jan zit een man die vroeger wegmarkeerder was. De ‘strepentrekker’ wil zijn naam niet geven omdat hij nog midden in een rechtszaak zit met een grote wegenbouwer. “Kennelijk kun je dus ook in de buitenlucht ziek worden van oplosmiddelen”, merkt Jan terecht op. De wegmarkeerder zegt dat hij ook veel binnen werkte. In hallen en veel bij vliegvelden.

Vijftien jaar geleden raakte de wegmarkeerder ineens bewusteloos. De bedrijfsarts zei dat hij niet meer met oplosmiddelen mocht werken. “Mijn werkgever negeerde dat. ‘Je ziet er toch goed uit?’, zei die. Binnen de kortste keren was ik weer aan het werk.” De strepentrekker wilde dat hij zijn benen en armen kwijt was. Dan kon iedereen ten minste zien dat hij wat had.

Ik besluit de stadswandeling aan mij voorbij te laten gaan. Ik dank Janke en zeg dat de gesprekken die ik had, mijn ogen hebben geopend. Dat ik OPS nu beter snap. “Ik ben blij dat het kwartje gevallen is”, zegt ze. En dat moet je in je artikel zetten.”

Een vrouw komt naar me toe gesneld en zegt dat ze ook nog heel wat “kwartjes uit te leggen heeft”. Het is de vrouw die alleen is, ze is weduwe. Zij verloor haar man twee jaar geleden. Darmkanker. “Hij werkte bij een bekende verffabriek. Toen hij ziek werd, kreeg hij geld van zijn baas mee. Zwijggeld. Hij heeft daar niets aan gehad, omdat hij zo snel stierf.” De vrouw benadrukt dat haar man schandalig is behandeld en dat ze financieel zeven jaar tekort komt, omdat haar man zo snel overleed. Ze vraag om aandacht. “Niet voor mezelf, maar voor al die anderen hier.

Vereniging OPS

De Vereniging OPS zet zich al langer in voor een paar honderd Nederlanders die de schildersziekte opliepen voor het verbod op oplosmiddelen bij binnenschilderwerk in het jaar 2000. Procederen leidt in de meeste gevallen tot niets, omdat patiënten niet kunnen aantonen waar ze ziek van werden. Een ander probleem is dat ze soms verschillende werkgevers hadden. of dat het bedrijf waar ze werkten niet meer bestaat. Tot nu toe willen brancheverenigingen niet meedoen aan een fonds voor de slachtoffers, omdat er geen sprake is van een collectief probleem.

Video: voorlichtingsfilm over OPS

Bron: Vereniging OPS Nederland.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels