nieuws

‘Bouwen is in de afgelopen 25 jaar een stuk veiliger geworden’

bouwbreed

‘Bouwen is in de afgelopen 25 jaar een stuk veiliger geworden’

In het 25-jarig bestaan van Arbouw is de bouw een stuk veiliger geworden, signaleert Arbouw-directeur Jan Warning. Toch valt er nog veel te verbeteren. “Wij zouden het toch niet mogen toestaan dat er nog steeds bouwvakkers, schilders en wegenbouwers doodziek worden van hun werk, of van een steiger naar beneden storten?”

Werknemers moeten in goede gezondheid hun pensioen kunnen halen. Dat is het voornaamste doel van Arbouw volgens directeur Jan Warning. “Ik wil niet zeggen dat mensen moeten doorwerken tot hun 66ste of 67ste, dat ligt politiek nogal gevoelig. Het gaat ons er om dat de sector zo is ingericht, dat de werknemer die met pensioen gaat er nog van kan genieten.”

Arbouw werd in 1986 opgericht als voortzetting van het Bureau Bouw Veilig en BGBouw. De werkgevers- en werknemersorganisatie moest de arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid verbeteren en het ziekteverzuim verminderen. Dat is aardig gelukt, concludeert Warning. “Twintig jaar geleden kwamen er per dag twintig WAO’ers bij uit de bouw. Dat aantal hebben we als bedrijfstak toch flink naar beneden weten te krijgen.”

De afgelopen jaren stabiliseert het aantal arbeidsongevallen. Niet vreemd, vindt Warning. “Er blijft natuurlijk altijd een menselijke factor meespelen. We zullen het aantal ongelukken nooit op nul krijgen. De afgelopen jaren is veel bereikt, maar het is een proces van kleine stappen. Het zou mooi zijn als we het aantal ongelukken de komende tien jaar met een derde kunnen verminderen.” Arbouw wil er de komende jaren alles aan doen om de doelstellingen te halen. “Samen met de werkgevers, werknemers en sociale partners. Omdat het moet. Omdat de mensen het waard zijn om in goede gezondheid nog jaren met plezier van hun oude dag te genieten. Tenslotte zijn zij het die de bouw al die jaren hebben gemaakt.”

Boete

Daar is echter wel een brede aanpak voor nodig, beseft Warning. “Bouwen houdt nu eenmaal risico’s in, daarom moet veiligheid een constant thema zijn. Het is essentieel om de aandacht voor veiligheid vast te houden. Veiligheid moet onderdeel van het vakmanschap worden. Mensen moeten trots zijn op hun vak, ook omdat je door zo te werken elke avond veilig thuis kunt komen.

Kortom, veiligheid is een zaak van alle betrokkenen. Toch krijgt de werkgever de boete als de Arbeidsinspectie een overtreding constateert. Een regel die nogal eens stuit op onbegrip. “Er bestaan wel boetes voor werknemers”, nuanceert Warning. “Maar die worden slechts vijftig tot honderd keer per jaar gegeven. Dat komt doordat de wet de werkgever primair verantwoordelijk stelt.” Dat is ook logisch, vindt de Arbouw-directeur. “Maar feitelijk lopen de werknemers de grootste risico’s. Voor de werkgever is het risico beperkt tot faalkosten, de werknemer zet zijn rug op het spel.”

Het gaat de laatste jaren “niet fantastisch” in de bedrijfstak. En dat kan zijn weerslag hebben op de veiligheid op de bouwplaats, vreest Warning. “Als je het bedrijven vraagt, zeggen ze dat veiligheid nog altijd voor alles gaat, maar uit het veld hoor je andere signalen. De druk op de kosten is groot, er wordt vaker snel gewerkt en met minder mensen. Dat brengt veiligheids- en gezondheidsrisico’s met zich mee.” Het zit hem in de dagelijkse keuzes, legt de Arbouw-directeur uit. “Dingen als: Gebruik ik bij deze klus een ladder of regel ik een hoogwerker? Dat laatste is wellicht veiliger, maar brengt kosten met zich mee. De kans bestaat dat in moeilijkere tijden eerder voor de ladder gekozen wordt.” Cijfers om dit vermoeden te staven, heeft hij echter niet. “Het aantal ongevallen, mensen in de WIA en bekeuringen van de Arbeidsinspectie, de belangrijke graadmeters, nemen niet toe. Gelukkig niet.”

Ook de bezuinigingen bij de overheid baren de Arbouw-directeur zorgen. “Het feit dat de Arbeidsinspectie minder financiële middelen tot zijn beschikking heeft, is niet goed voor de bouw. Werkgevers- en werknemersorganisaties maken met elkaar realistische afspraken over veilig en gezond werken in de bedrijfstak. Ondernemingen moeten zich soms best inspannen om dit niveau te bereiken. Als bedrijven het bijvoorbeeld uit concurrentieoverwegingen niet zo nauw nemen met de veiligheid en gezondheid, is het van belang dat er een inspecteur is die ze daarop aanspreekt.” Toch zijn niet alle overtredingen op het conto van de werkgever te schrijven, beseft Warning.

Doetjes

“Roekeloos gedrag komt natuurlijk voor. Je bent jong en je wilt niet bij de doetjes horen. Dus als je snel iets moet zagen, gebruik je geen gehoorbescherming. Maar ook in dat soort gevallen is het aan de werkgever om in te grijpen.” Veel bedrijven in de bouw voeren een doeltreffend sanctiebeleid. “De eerste keer dat iemand zijn helm niet draagt, wordt hij er op aangesproken, de tweede keer volgt een waarschuwing, bij de derde overtreding wordt salaris ingehouden en de vierde keer volgt ontslag. Dat klinkt streng, maar het zorgt wel voor duidelijkheid. Je moet het van tevoren wel goed met de ondernemingsraad afstemmen.” Dergelijke maatregelen zijn enigszins taboe binnen de vakbond, erkent de voormalig vakbondsman. “Ik zie daarentegen ook dat kaderleden van de bond zich groen en geel ergeren als mensen niet door de baas worden aangesproken op onverantwoord gedrag. Dan doen ze het zelf en dat stuit weer op onbegrip.”

Warning ziet ook een taak voor architecten. In de ontwerpfase zou veel meer rekening gehouden moeten worden met arbeidsomstandigheden, vindt hij. “Je kunt wel een mooi atrium neerzetten, maar als je er vervolgens bij de oplevering achter komt dat de ramen niet zonder gevaar vervangen kunnen worden, doet dat een hoop teniet. Gelukkig zijn al veel architecten daar bewust mee bezig.” Een extra steuntje in de rug kan echter geen kwaad, vindt hij. “Je zou een prijs kunnen uitreiken voor het gebouw dat zo is ontworpen dat het onderhoud geen gevaarlijke situaties oplevert.” Of dat iets voor Arbouw is? “Misschien ergens in de komende 25 jaar.”

Over Arbouw

Arbouw is door werkgevers- en werknemersorganisaties opgericht om de arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid te verbeteren en het ziekteverzuim te verminderen. In het bestuur van Arbouw zitten vertegenwoordigers van Bouwend Nederland, Stichting Fosag-NOA, FNV Bouw en CNV Vakmensen.

Onderzoek en Ontwikkeling (O&O)

De afdeling Onderzoek en Ontwikkeling doet onderzoek naar arbeidsomstandigheden, arbovriendelijke werkmethoden en -technieken, de aard en ernst van arborisico’s, beroepsziekten en ongevallen. De onderzoeksresultaten vormen regelmatig de basis voor het ontwikkelen van praktische instrumenten, normen, richtlijnen, informatiesystemen en voorlichtingsmateriaal voor werkgevers en werknemers.

Bedrijfstakondersteuning (BTO)

De afdeling BTO heeft twee kerntaken. Enerzijds het onderzoeken van de behoeften van de bedrijfstak en anderzijds het toesnijden van de informatie die binnen Arbouw beschikbaar is op de wensen van de bedrijfstak. Daarnaast zorgt zij ervoor dat deze informatie ook daadwerkelijk op de juiste plaats terechtkomt. Om de doelgroepen te bereiken verzorgt de afdeling o.a. voorlichtingssessies en voorlichtingsmateriaal zoals folders, posters, brochures, websites en Arbouw Magazine. Voor vragen over arbeidsomstandigheden is de Arbouw Infolijn iedere werkdag bereikbaar tussen 09.00 en 17.00 uur op telefoonnummer 0341 46 62 22.

Bedrijfsgezondheidszorg (BGZ)

In de bedrijfstak bouw krijgt iedere werknemer periodiek een oproep van een arbodienst voor een medische keuring. De afdeling Bedrijfsgezondheidszorg (BGZ) van Arbouw organiseert en coördineert dit. Dit betekent o.a. dat BGZ de arbodiensten opdracht geeft de werknemers uit te nodigen, dat zij de arbodiensten informeert over hoe zij de keuring dienen uit te voeren en dat zij zorg draagt voor de betaling van de keuringen. De uitslagen van de verschillende gezondheidskeuringen kunnen voor Arbouw weer reden zijn tot onderzoek.

Paritair bestuur

Arbouw heeft een paritair bestuur. Dat betekent dat werkgevers- en werknemersorganisaties gelijkelijk zijn vertegenwoordigd. De deelnemende organisaties zijn:

– Bouwend Nederland (benoemt vijf leden, waarvan één op voordracht vande Aannemersfederatie Nederland Bouw en Infra)

– Stichting Fosag-NOA(benoemt één lid en één plaatsvervangend lid)

– FNV Bouw (benoemt drie leden)

– CNV Vakmensen (benoemt twee leden)

De bestuursleden hebben zitting voor vier jaar. Om de twee jaar treden volgens een vast rooster vijf leden af. Zij kunnen direct worden herbenoemd. Het bestuur telt altijd twee voorzitters: één namens werkgevers en één namens werknemers. Zij zijn afwisselend voor de duur van een jaar fungerend voorzitter.

Bron: www.arbouw.nl

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels