nieuws

terugblikSTADHUIS DEN HAAGAannemerswissel op stadhuisproject

bouwbreed

De bouw van het nieuwe Haagse stadhuis was begin jaren negentig een drama. Morgen twintig jaar geleden haalde opdrachtgever het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) alle kranten met het spectaculaire nieuws dat ze de aannemer wilde vervangen.

Een paar weken later verscheurde het ABP daadwerkelijk het contract met de aannemerscombinatie en sloot een nieuw contract met Wilma Bouw om het complex af te bouwen. Een ongekende stap op zo’n groot bouwproject. De Ontwikkelings Combinatie Stadhuis/Bibliotheek (Bredero, Nelissen Van Egteren, Nevanco en IBC) bleef verbijsterd achter.

In de aanloop naar de uitvoering was er ook al heftige onenigheid geweest over het ontwerp voor de stadhuis-bibliotheekcombinatie ‘van Europese allure’. Initiator van het project, wethouder Adri Duivesteijn, kreeg zijn zin met een plan van architect Richard Meier. Zijn collega-wethouder Gerard van Otterloo, die een ontwerp van Rem Koolhaas promootte, wees erop dat dit plan financieel slecht onderbouwd was. De ruzies daarover liepen zo hoog op dat beiden uiteindelijk werden gedwongen tot opstappen.

De gemeenteraad ging akkoord met het nieuwbouwplan, maar de veenbrand over de financiën woedde onverminderd voort. Nu tussen bouwcombinatie en opdrachtgever/belegger ABP. Die had een scherpe prijs afgesproken met de huurder (de gemeente) op basis van voorlopige tekeningen. Toen duidelijk werd dat de Amerikaanse architect diverse aanpassingen wilde, ontstond een maandenlange loopgravenoorlog tussen de twee partijen. Vooral de gevel bleek veel duurder dan voorzien, de explosief stijgende bouw-, materiaal- en loonkosten speelden ook mee. De aanpassingen leidden tot verhoging van de bouwsom met dertig miljoen gulden tot bijna 260 miljoen gulden.

Een ‘commissie van wijze mannen’ probeerde te bemiddelen en ABP legde extra miljoenen op tafel. Maar niet genoeg voor de OCS. De combinatie legde het werk stil en liet de bouwput half voltooid achter. In de veronderstelling dat het ABP wel zou zwichten. Op het oog zat de opdrachtgever immers in de tang: het ABP kon niet zomaar een andere huurder gaan zoeken, want de toekomstige huurder had spijkerharde afspraken over prijs en opleveringsdatum.

Om de vertraging van de bouw niet te ver op te laten lopen sloten de kemphanen nog wel een ‘palencontract’, maar het eindigde ermee dat OCS van het werk werd geschopt. Wilma bouwde vanaf januari 1992 verder.

Het project werd voor ABP nog duurder doordat een meubelzaak weigerde te vertrekken. Met tijd- en inkomstenverlies als gevolg. Hoeveel de schade voor ABP uiteindelijk beliep is onduidelijk. Maar de overname van het stadhuis in 1994 door de gemeente Den Haag voor 275 miljoen gulden maakte veel goed.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels