nieuws

‘De bouw is een aardige familie’

bouwbreed

Net teruggekeerd uit Genève waar hij als commissaris afscheid nam van Phillip Morris, zegt Brinkman in zijn huis in Leiden dat hij altijd geprobeerd heeft één avond in de week thuis te zijn. De komende jaren wil hij meer gaan genieten. Buiten kijf staat dat hij zich prettiger voelt als hij het druk heeft.

U blijft opvallend hoopvol over een verlenging van het lagere btw-tarief voor renovatie. Waar haalt u die hoop vandaan?

“Als het kabinet had willen zeggen, ‘nu niet, nooit niet’, dan hadden ze dat vorige week tijdens het kamerdebat wel gezegd. Uit de cijfers blijkt ook dat die maatregel echt werkt. Als je die dan plotseling laat aflopen, krijg je een enorme terugval. Omdat het woningmarktsysteem nog niet werkt, beseft iedereen dat je toch iets in de overgangsfase moet doen. Maar 1 juli (dan loopt de btw-regel af, red.) komt wel dichtbij.”

Positief zijn is uw handelsmerk. Als debatterend CDA-fractievoorzitter begin dit jaar was het optimisme over u echter ver te zoeken.

“Dat deed me niet zoveel. A, omdat ik niet zo nodig hoefde. Het scheelt toch als je daar gaat zitten met het idee dat je de wereld eens een poepie zal laten ruiken. B, ik ken mezelf. Ik ben niet zo’n popi-jopie-figuur. Dat heb ik ook altijd gezegd, het mag ook weer een stukje degelijker. Nou kan ik zeggen: ‘Dan ga ik met spijkerbroek aan op tv vrolijke teksten uitspreken’, maar je moet de mensen ook serieus nemen.”

Maar nemen de mensen u nog wel serieus?

“Het gaat niet om mij. Iedereen heeft wel door dat dat vluchtige en enorm versnipperde ons ook niet verder helpt. Waarom schieten we niet op met de Woonvisie? Omdat er zoveel verschillende opinies zijn. Maar ik voelde me niet op mijn gemak daar. Laat ik daar helder in zijn. Maar ik heb er ook niet onder geleden.”

Twee jaar geleden zei u wel minister te willen worden als er één bouwministerie zou komen. Voelt het fractievoorzitterschap niet als een troostprijs?

“Dat bouwministerie bleef uit. Bovendien deed ik niet actief mee met de formatie. Ik heb ook niet geleefd met het idee dat ik ongelukkig zou worden. Integendeel. Ik denk dat ik gelukkiger ben geworden in de periode na mijn ministerschap dan tijdens.”

Hoe komt dat?

“De bouw vind ik een aardige familie. Er is weleens wat gedoe, maar er heerst een soort groepsgevoel. Wij zijn ook doeners. Politiek is mij op een gegeven moment te langdradig.”

U wilt positivisme naar Den Haag brengen. Waarom?

“Er is ongelooflijk veel somberheid. Op straat, aan de bestuurstafel, bij de Griek, met het pensioenakkoord en de woningmarkt. Daar word je een beetje mies van. Ik hou te veel van Den Haag om toe te kijken en te zeggen dat het allemaal niets is.”

Is dit kabinet optimistisch genoeg?

“De duivel schijt ook wel op één grote hoop. Kijk naar Griekenland, daar heeft dit kabinet ook niet om gevraagd. Waar ik vooral aandacht voor vraag is de risicoaversie die ontstaat bij banken, toezichthouders, maar ook bij tunnelbouwers. Wij zien alles als risico, terwijl risico’s horen bij ondernemen. Neem het tunnelconvenant. Wat er in Utrecht gebeurt is geen bouwtechnisch probleem en ook niet van de installaties. Het probleem is dat wij niet accepteren dat één instantie, Rijkswaterstaat, zegt dat het er zo uit moet zien. Daardoor krijg je discussie na discussie. De ene keer is het de burgemeester, de tweede keer een ander ministerie.”

Is de tunnelellende een gevolg van pessimistisch denken?

“We zijn te bang. Of ik nou bij pensioenfondsen kom of bij de zorg: ze hebben allemaal dezelfde risicomodellen. Dat risicomijdende denken houdt een keer op. Voorbeeld. Een verzorgingshuis wil uitbreiden. Dan zegt de bank, niet omdat de bank zo slecht is: ‘Het kan zijn dat er morgen drie ouderen overlijden. Wie zegt dat er morgen drie nieuwe ouderen zijn? Dan heeft u niet voldoende liquide middelen.’ Zo zitten wij elkaar in de put te praten. Zij krijgen geen geld voor de uitbreiding, terwijl het hele land praat over vergrijzing.”

De bouw ligt op zijn gat, u blijft positief. Brinkman heeft makkelijk praten, zegt de net ontslagen bouwvakker.

“Dat is mijn hele leven al de situatie geweest. Dat begint al op de lagere school. Een klein groepje uit zo’n dorp gaat naar de middelbare school en de rest gaat naar de ambachtsschool. Dat is de werkelijkheid van het leven. In zo’n dorpje is het zoontje van de burgemeester al weer een bijzonder geval. Maar ik durf te zeggen dat ik altijd geprobeerd heb iets voor anderen te doen. Volkswijsheid, de elite is iets van alle eeuwen. Ik ben in de beleving lid van de bovenwereld. Dat kan ik moeilijk ontkennen. En natuurlijk kunnen we alle bouwvakkers naar het Binnenhof sturen voor de lagere btw. Maar ik moet ervoor zorgen dat de bouw entree blijft houden daar waar de beslissingen genomen worden. Dat vraagt kennis en overzicht.”

De onderwereld heeft Brinkman nodig?

“Ja, maar als de bouwvakker geen vertrouwen heeft in de baas van de bedrijfstak, dan werkt het ook niet.”

Wat zegt u tegen de bouwvakker die net zijn baan verloor?

“Ga niet als oudere of jongere zitten somberen en denken dat er in de bouw geen droog brood meer valt te verdienen. We krijgen behoefte aan mensen met gevoel voor maken. Het idee dat wij van consumptie en dienstverlening kunnen leven is een beperkt beeld. Als je uiteindelijk niets maakt, dan ga je elkaar adviseren. Ik denk ook dat het ontwikkelaarsvak zwaar onder druk komt te staan, terwijl ontwerpen en maken hoger op de agenda zllen komen.”

Met opgeheven hoofd loopt u weer rond op het Binnenhof. Is de gang naar de Eerste Kamer uw laatste avontuur?

Aarzelend lachje.

“Dat weet ik niet. Ik heb geen hoogontwikkeld strijdplan meer van volgend jaar dit of volgend jaar dat. Ik ben nu 63. Mede door mijn kleinkinderen heb ik me voluit voorgenomen om te genieten. Als ik dat nu niet doe, is dat straks ook weer over en ben ik echt een oude man.”

Gaat u nog een boek schrijven?

“Ja, dat ga ik absoluut doen. Dat heb ik me altijd voorgenomen. Toen ik ziek was, ben ik daaraan begonnen. Ja, daar zou ik zeer van genieten.”

Heeft u al een naam voor uw boek?

“Dan zou ik het al af hebben en het hier nu aan u laten zien. Ik schrijf het wel zelf.”

In 2002 nadat u voor de tweede keer was genezen van uw ziekte, zei u in Vrij Nederland: ‘De plot van mijn leven is nog niet onthuld.’ Nu wel?

“Misschien is de plot wel de veelkleurigheid. Ik kan niet zeggen wat de leukste job is geweest of de leukste periode.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels