nieuws

‘Nederland loopt achter met lifteisen’

bouwbreed

De talrijke liften die dateren van voor 1999, worden veiliger als Nederland de Europese norm voor bestaande liften overneemt. Net als veel andere landen hebben gedaan, stelt Wim Koster, algemeen directeur van Kone Nederland.

Hij doelt op de SNEL-norm. (Safety for Existing Lifts). Vergelijkbare eisen staan in het Liftbesluit uit 1999 maar dat geldt alleen voor nieuwe liften. Ernstige ongelukken met doden of zeer zwaar gewonden gebeuren zelden, erkent hij. Voor minder ernstige ligt dat anders. Hij haast zich erbij te zeggen dat “de lift desondanks het veiligste vervoermiddel blijft dat er bestaat”.

Toch zijn die kleine ongelukken vervelend. Vooral bij ouderen kunnen ze er flink inhakken. Mensen struikelen door een hoogteverschil tussen de lift- en de vaste vloer. Anderen krijgen een tik van de deur. Of erger: daar blijft iets tussen zitten. Jaarlijks vallen zeker vijfhonderd gewonden, denkt Kone.

Rekenen

Het letsel varieert van een blauwe plekken tot kneuzingen, verzwikte enkels, gebroken botten en hersenschuddingen. Om hoeveel slachtoffers het bij elkaar gaat, blijkt moeilijk vast te stellen. “Aan de hand van de beschikbare informatie heb ik samen met mijn concurrenten wat zitten rekenen. Zo zijn we gekomen tot vijfhonderd.”

Alle niet gemelde ongelukken meegeteld, zullen het er nog meer zijn. “Veel mensen staan weer op en lopen door. Met wellicht een blauwe plek die wel overgaat. En die ze niet melden.” Het zou volgens hem een grote stap vooruit zijn als de nu gangbare veiligheidsvoorzieningen ook op oudere liften komen. Om te beginnen een frequentieregelaar die stopverschillen voorkomt. Verder een sensorlijst, die over het hele deuroppervlak obstakels signaleert, in plaats van de in het verleden toegepaste ‘ogen’ die slechts reageren op onderbreking van één lijn op zekere hoogte. Welkom is ook een directe spreekverbinding in elke lift, om problemen te kunnen melden. En kooibeveiliging. Deze ontbreekt in de meeste van de oudere liften met de bekende klapdeur. De voorkant van de kooi blijft daarbij open. Alsnog een binnendeur aanbrengen, meent Koster.

Zulke voorzieningen zijn opgenomen in het Liftbesluit. Maar dat geldt zoals gezegd alleen voor nieuwe liften. “Tweederde van de 90.000 liften in Nederland dateert van voor 1999”, weet Koster. De grootste bron van ongelukken blijkt het stopverschil. “Mensen kunnen struikelen door het hoogteverschil tussen de vloer van de lift en de vaste vloer. Dat mag tot 12 centimeter groot zijn terwijl dat met de huidige techniek totaal onnodig is. Met een frequentieregelaar komen stopverschillen niet meer voor. Een bijkomend voordeel is dat hierdoor ook het energieverbruik flink afneemt. ”

Regeldruk

De regering wil de SNEL-norm niet overnemen, weet hij, huiverig als ze is voor vergroting van de regeldruk. “De reactie is: we zijn tegen overbodige regelgeving. Want we zien niet meer dan één dodelijk ongeval per twee jaar. Maar andere Europese landen zetten de norm wel om in regelgeving. Alleen Nederland wil er niet aan.”

Jammer, vindt hij. Voor de reputatie van de lift als product alleen al heeft hij de regelgeving er graag bij. En natuurlijk voor de werkzaamheden. “Maar de verbeteringen aanbrengen, is niet zoveel werk. Dat kan zonder dat we eigenaren enorm op kosten te jagen.”

De liftbranche studeert verder op voorstellen die de overheid om moeten krijgen. “Wellicht valt de SNEL-norm gefaseerd in te voeren. Of alleen voor bepaalde soorten gebouwen. Je kunt denken aan ziekenhuizen, wooncomplexen voor ouderen of in het algemeen alle publieke gebouwen. “

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels