nieuws

“Het begint met op tijd komen en inzet”

bouwbreed

Het Rijk eist per 1 juli de inzet van 5 procent werklozen bij alle aanbestedingen boven de 250.000 euro. Bouwend Nederland stelt grote vraagtekens bij een vast percentage voor bouwopdrachten. De praktijkervaring van Rini Barendrecht met de gemeentes Dordrecht en Rotterdam staven dat.

Voor de bouwsector overheerst de scepsis over de invoering van de zogenoemde 5-procentregeling. De verplichte inzet van 5 procent kansarmen is weliswaar een mooi initiatief voor branches waar het alweer beter gaat. Maar voor de bouw lijkt een vast percentage voorlopig geen haalbare zaak, stelt Bouwend Nederland.

“Het is ontzettend wrang als bedrijven die vechten voor hun lijfsbehoud hun eigen medewerkers moeten ontslaan om te voldoen aan de verplichte inzet van werklozen”, licht woordvoerder Pim Nusselder van Bouwend Nederland toe. De organisatie ziet daarom meer in langlopende projecten waar werkloze en werkgever allebei van profiteren. “De ervaring leert dat kleine projecten te kort lopen om mensen op te leiden en zo meer kans te geven op de arbeidsmarkt. Bij langlopende projecten geef je jongeren een kans om ook hun diploma te halen en in de bouw in te stromen.”

Bouwend Nederland baseert haar mening deels op een inventarisatie bij haar leden met ervaring met social return bij gemeenten. Onder meer Rotterdam, Dordrecht, Amsterdam en Utrecht stellen het werken met kansarmen al enige tijd verplicht.

Het succes daarmee is wisselend heeft gww-aannemer Rini Barendrecht van Jac. Barendrecht in Rhoon ervaren. Het familiebedrijf werkt veel in opdracht van Rotterdam en Dordrecht die al jaren 5 procent van de aanneemsom eisen voor social return. De opdrachtgever levert meestal de in te zetten kandidaten, maar regelmatig blijkt het lastig geschikte mensen te vinden.

“Dat percentage is wel veel te hoog, want leveranties en materialen tellen ook mee. Dat is onhaalbaar als je bijvoorbeeld op een dag voor 3000 euro aan asfalt draait”, stelt Rini Barendrecht klip en klaar. Bij de uitvoering van de projecten zet hij een jongere meestal in als hulpje. “Soms gaat het goed, soms loopt iemand na een halve dag al gillend weg. Het begint met op tijd komen en inzet.” Hij is sceptisch over bredere invoering van de regeling, al steunt hij het idee dat bedrijven een maatschappelijke plicht hebben om mensen een nieuwe kans te geven.

De afgelopen vier jaar loopt er altijd wel iemand via social return in zijn bedrijf rond en die hebben deels ook een contract aangeboden gekregen. Een jongen is inmiddels al vier jaar in dienst als chauffeur. Momenteel heeft Barendrecht een dakloze uit Rotterdam via de regeling aan het werk. “Dat gaat best goed. Die jongen slaapt onder een viaduct en is soms niet op tijd wakker, maar met een salaris dring ik aan op het vinden van een huis.”

De directeur zou de jongere graag een vervolgkans geven bij een project in Dordrecht, maar de opdrachtgever eist per seiemand uit de Drechtsteden. “Daar schort toch iets, zou je zeggen. Enige flexibiliteit is wel een voorwaarde voor succes.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels