nieuws

‘Buitenlandse instroom gewenst’

bouwbreed

‘Buitenlandse instroom gewenst’

Om het dreigende tekort aan personeel in de technische installatiebranche op te vangen, zullen Nederlandse bedrijven in de nabije toekomst steeds vaker een beroep moeten doen op buitenlandse werknemers.

De branche moet in de eerste plaats echter ‘alles op alles zetten om meer instroom van Nederlandse jongeren in technische opleidingen en beroepen te realiseren, het werk slim en vernieuwend te organiseren én talenten te behouden ’, stelt directeur Elly Verburg van OTIB, het opleidings- en ontwikkelingsfonds voor het technisch installatiebedrijf. De technische installatiebranche is met ruim 10.000 werkgevers en zo’n 136.000 werknemers één van de grootste branches in Nederland. OTIB wordt gefinancierd vanuit de branche en heeft geen winstoogmerk.

Verburg ziet het overigens niet als een probleem wanneer meer buitenlandse installatietechnici naar Nederland komen, mits ze maar voldoen aan de opleidingseisen die in Nederland worden gesteld. Verburg: ,,Als Nederlandse bedrijven mensen uit bijvoorbeeld Oost-Europa willen inhuren, is het zaak om er voor te zorgen dat ze voldoende gekwalificeerd zijn. OTIB biedt waar mogelijk ondersteuning, want de kwaliteit moet gewaarborgd zijn. Ongeacht waar ze vandaan komen. We hebben de vaklieden immers hard nodig wanneer de economie aantrekt en er weer op grote schaal gebouw gaat worden. We moeten wel in de gaten houden dat uitzendbureaus en detacheerders niet massaal laaggeschoolde, goedkope arbeidskrachten ten behoeve van onze branche uit andere landen gaan inhuren: dat komt het imago van de installatiebranche niet ten goede.’’

 

Ondersteuning

Als voorbeeld van een vorm van ondersteuning noemt Verburg een project in het buitenland dat in het verleden is gestart, in verband met de toen toenemende vraag naar ingenieurs. Het betrof een project in Duitsland dat gericht was op ingenieurs –hbo-niveau en hoger- die graag in Nederland wilden werken. OTIB bood ondersteuning, onder meer door het ontwikkelen van een map met informatie toegespitst op Nederlands op de werkvloer, met een uitgebreide woorden- en uitdrukkingenlijst. Volgens Verburg is een andere organisatie in Roemenië actief om Roemeense installatietechnici op hoog niveau op te leiden, zodat ze ook inzetbaar zijn op de Nederlandse markt. Dit gebeurt in een speciaal opleidingscentrum in Roemenië, aldus de OTIB-directeur.

Volgens Verburg is er de komende vijf jaar ‘een vervangingsvraag voor 12.000 banen binnen de technische installatiebranche’. Voornaamste oorzaak is de vergrijzing: veel babyboomers gaan binnenkort met pensioen. Verburg: ,,Een vervangingsbehoefte van 12.000 is enorm hoog. Daarbij komt dat er minder jongeren in de beroepsopleidingen komen en minder vaak kiezen voor een opleiding in de techniek. We hebben een imagoprobleem. Veel mensen denken dat je weinig geld kan verdienen in onze branche en dat er weinig carrière- en opleidingsmogelijkheden zijn. Erg jammer, want dat imago is bezijden de waarheid.’’

OTIB probeert, door het geven van voorlichting, ook vrouwen enthousiast te maken voor het vak, in plaats van dat ze kiezen voor de verpleging of het onderwijs. Verburg: ,,Het is een veelzijdig beroep dat vraagt om zelfstandigheid, creativiteit en communicatieve vaardigheden. En het is een vak dat er toe doet: dankzij de techniek is Nederland de comfortmaatschappij zoals die nu is.’’

Uneto-Vni, de ondernemersorganisatie voor de installatiebranche en de technische detailhandel, maakt zich net als OTIB zorgen over de toekomst. Voorzitter Marcel Engels: ,,De komende jaren worden er, in diverse sectoren, forse tekorten op de arbeidsmarkt verwacht. In de technische installatiebranche gaan wij die tekorten ook zeker voelen.’’

Alle instroom is volgens de ondernemersorganisatie gewenst, waarbij ‘nadrukkelijk gekeken moet worden naar het aanspreken van nieuwe doelgroepen die voorheen niet voor de techniek hebben gekozen’. Engels: ,,Voor Uneto-Vni is het veilig stellen van de instroom een van de beleidsspeerpunten.’’

Het veiligstellen van de instroom geldt niet alleen voor de installatiebranche, maar voor de hele bouwsector. Fundeon, kennis- en adviescentrum voor het opleiden en ontwikkelen van personeel in de bouw- en infrasector, stelt dat de bouw- en infraopleidingen het komende schooljaar circa tienduizend leerlingen moeten laten instromen om aan de toekomstige vraag van gekwalificeerd personeel te kunnen voldoen. Dat blijkt uit de rapportage arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie 2011, die begin april verscheen. Daarbij komt: het aantal vmbo-leerlingen daalt, steeds minder jongeren kiezen direct na het vmbo voor een technische opleiding. Directeur Sander van Bodegraven stelt dat de inhaalslag alleen kan worden gemaakt door ruimhartig andere doelgroepen te laten instromen in die opleidingen. ,,Ik denk aan jongeren die pas in tweede instantie kiezen voor de bouw, maar ook aan mensen die via uitzendbureaus op bouwplaatsen terecht komen en ook verder willen in de bouw. Fundeon is begin dit jaar, samen met een aantal uitzendbureaus, een pilot gestart naar de kansen en opleidingsmogelijkheden voor deze groep, dus mensen die niet via de reguliere manier in de bouw terecht zijn gekomen.’’

OTIB en Uneto-Vni nemen deel in TechniekTalent.nu, een samenwerkingsverband van bedrijfsleven, opleidingsfondsen, koepelorganisaties en scholen. Doel van TechniekTalent.nu: meer instroom en behoud van jongen mensen in de techniek. Acht technische branches zijn daar bij betrokken. Of de campagne uiteindelijk voldoende vaklieden oplevert om aan de enorme vervangingsvraag in met name de installatiebranche te voldoen, valt ten zeerste te betwijfelen. Uneto-Vni-voorzitter Engels: ,,De verwachting is inderdaad dat we ook buiten de landsgrenzen moeten kijken om aan de vraag van geschoolde arbeidskrachten te voldoen.’’

Dat er steeds vaker een beroep gedaan moet worden op vaklieden uit het buitenland, hoeft volgens bestuurder Gijs Lokhorst van CNV Vakmensen geen probleem te zijn. ,,We moeten echter voorkomen dat er straks sprake is van verdringing op de arbeidsmarkt op basis van ongunstige arbeidsvoorwaarden. Het mag niet zo zijn dat een buitenlander een stuk minder verdient dan zijn Nederlandse collega en onder erbarmelijke omstandigheden moet werken. Daar is regelgeving voor, en die moet uiteraard worden nageleefd. Of je nu een Pool bent of uit Groningen komt, de rechten en plichten moeten voor iedereen gelijk zijn, iedereen moet fatsoenlijk behandeld worden.’’

Lokhorst vindt wel dat de branche moet blijven nadenken om jonge, autochtone mensen aan zich te binden. ,,Bied ze perspectief, bijvoorbeeld door ze een leven lang te laten leren. Maak duidelijk dat er in de techniek meer dan voldoende carrièremogelijkheden zijn. Naast de inhoudelijke aspecten zijn er de arbeidsvoorwaardelijke aspecten: steeds meer mannen willen in deeltijd werken, omdat ze voor de kinderen willen zorgen. Ook daar moet een werkgever rekening mee houden.’’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels